Samenvatting

In deze studie is geprotocolleerde woordenschattherapie in de vorm van semantische scripts vergeleken met het reguliere woordenschatprogramma bij peuters met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar met een TOS zijn willekeurig toegewezen aan geprotocolleerde woordenschattherapie ( N=24) of aan de controleconditie ( N= 25). Logopedisten boden gedurende 4 weken met 2 sessies (Auris) of 3 sessies (NSDSK) per week van 15 minuten aan de experimentele groep geprotocolleerde woordenschattherapie en daarnaast volgde deze groep het reguliere interventieprogramma. De controlegroep volgde alleen het reguliere behandelprogramma. Bij alle kinderen is de expressieve woordkennis van de themawoorden met een voor- en twee nametingen getest.

Uit de resultaten blijkt dat de peuters in de experimentele groep significant meer thema-werkwoorden hebben geleerd dan de controlegroep.


33 Weergaven
0 Downloads
Log in
Een onderzoek naar het effect van semantische scripts op de actieve woordenschat van peuters op TOS behandelgroepen. Woorden spelen een cruciale rol in de taalontwikkeling, ze zijn de bouwstenen van zinnen (Van den Dungen, 2007) en dus van taal. Een achterstand in de ontwikkeling van de woordenschat leidt tot beperkingen in de communicatieve mogelijkheden van een kind. De omvang van de woordenschat is een sterke voorspeller voor het verloop van het leesproces op latere leeftijd (Muter et al., 2004) en van de vaardigheid in het begrijpend lezen (Cunningham & Stanovich, 1997; Scarborough, 2001; Stahl & Nagy, 2006; Van den Dungen, 2007). Jonge kinderen lijken woorden vrijwel vanzelf te leren. Tweejarigen met een normale woordenschatontwikkeling gebruiken al minimaal 200 woorden. Bij peuters breidt de actieve woordenschat zich uit met 500 tot 800 woorden per jaar, wat neerkomt op 10 tot 15 nieuwe woorden per week (Van den Dungen, 2007). Een 4-jarig Nederlandstalig kind met een normale taalontwikkeling heeft een actieve woordenschat van gemiddeld 1500 woorden tot zijn beschikking.

Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben vaak problemen met de woordenschatontwikkeling. De eerste woorden verschijnen laat (Leonard & Deevy, 2004) en zowel de passieve als actieve woordenschat is beperkt (Bishop, 2006). Het leren van nieuwe woorden verloopt moeizamer dan bij zich normaal ontwikkelende kinderen (Brackenbury & Pye, 2005, Sheng & McGregor, 2010). Het leren van werkwoorden is het meest problematisch (Brackenbury & Pye, 2005, Leonard & Deevy, 2004). Kinderen met TOS zijn minder vaardig in het incidenteel leren van nieuwe woorden dan hun leeftijdgenoten met een normale taalontwikkeling (Steele & Mills, 2011) en hebben meer herhaling nodig om nieuwe woorden te leren (Gray, 2003).

Onderbouwing van woordenschattherapie

Er zijn voor de behandelaar allerlei woordenschatprogrammaā€™s beschikbaar, maar deze beperken zich vaak tot het aanbieden van materialen zoals ā€˜praatplatenā€™, zonder duidelijke instructie of onderbouwing. Uit reviews blijkt woordenschattherapie effectief (Law e.a., 2003; Marulis & Neuman, 2010). Verschillende auteurs beschrijven verschil-lende technieken en strategieĆ«n die het woordleren ondersteunen.

Van den Dungen (2007) beschrijft een mogelijk effectieve aanpak waarbij met

Literatuurlijst

  1. Bishop, D.V.M. (2006). What causes specific language impairment in children? Current directions in psychological science, 15, 217-221.
  2. Brackenbury, T. & Pye, C. (2005). Semantic deficits in children with language impairments: issues for clinical assessment. Language, Speech and Hearing Services in Schools, 36, 5-16.
  3. Cohen Tervaert, F. (2012). Een pilotstudie naar het effect van woordenschatinterventie bij peuters met taalontwikkelingsstoornis. Masterthesis Logopediewetenschap Universiteit Utrecht.
  4. Conklin et al., (2009). Making Hanen Happen handleiding voor Praten doe je met zā€™n tweeĆ«n TM - de Hanencursus TM voor ouders. Toronto: The Hanen Centre.
  5. Cunningham, A.E. & Stanovich, K.E. (1997). Early ready acquisition and its relation to reading experience and ability 10 years later. Developmental Psychology, 33, 934-945.
  6. Earle, C., & Lowry, L. (2006). Making Hanen Happen Leaders Guide for Target Word Ā® - The Hanen Program Ā® for Parents of Children who are Late Talkers. Toronto: The Hanen Centre.
  7. Fortgens, C. (2009). Auris-taalbeleid. Koninklijke Auris Groep. Gouda.
  8. Girolametto, L., Steig Pearce, P. & Weitzman, E. (1996). Interactive focused stimulation for toddlers with expressive vocabulary delays. Journal of Speech and Hearing Research, 39, 1274-1283.
  9. Gray, S. (2003). Word-learning by preschoolers with specific language impairment: what predicts success? Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 46, 56-67.
  10. Koninklijke Auris Groep, Visie op Zorg (2010), Brochure, ISBN: 978-90-808154-6-9.
  11. Law, J., Garrett, Z. & Nye, C. (2003). Speech and language therapy interventions for children with primary speech and language delay or disorder. Cochrane Database of Systematic Reviews (3). 1-79.
  12. Leonard, L.B. & Deevy, P. (2004). Lexical deficits in specific language impairment. In: L. Verhoeven & H. van Balkom (Ed.), Classification of developmental disorders: theoretical issues and clinical implications (pp. 209-234). Mahwah, New Jersey: Lawrence Erlbaum Associates.
  13. Leerdam, A. van, Zwitserlood, R. en Gerrits, E. (2016). Met Woorden in de Weer: woordenschatontwikkeling bij kinderen van 10-13 jaar met een taalontwikkelingsstoornis. Van Horen Zeggen, 57, 10-14.
  14. Manders, E. & Zink, I. (2002). Taaltherapie bij kinderen. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  15. Manders, E., De Bal, C. Van den Heuvel, E. (2013). Taalontwikkelingsstoornissen: Fenomenen, onderzoek en behandeling. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  16. Marulis, L.M. & Neuman, S.B. (2010). The effects of vocabulary intervention on young childrenā€™s word learning: a meta-analysis. Review of Educational Research, 80, 300-335.
  17. Muter, V., Hulme, C., Snowling, M.J. & Stevenson, J. (2004). Phonemes, rimes, vocabulary, and grammatical skills as foundations of early reading development: evidence from a longitudinal study. Developmental Psychology, 40, 663-681.
  18. Nash, M. & Donaldson, M.L. (2005). Word learning in children with vocabulary deficits. Journal of Speech, Language and Hearing Research, 48, 439-458.
  19. Owens, R.E. (2010). Language disorders: a functional approach to assessment and intervention. Fifth edition. Boston, MA: Allyn & Bacon. >
  20. Pepper, J. & Weitzman, E. (2009). Praten doe je met zijn tweeƫn. Amsterdam: SWP.
  21. Rice, M.L., Oetting, J.B., Marquis, J., Bode, J. & Pae, S. (1994). Frequency of input effects on word comprehension of children with specific language impairment. Journal of Speech and Hearing Research, 37, 106-122.
  22. Riches, N.G., Tomasello, M. & Conti-Ramsden, G. (2005). Verb learning in children with SLI: frequency and spacing effects. Journal of Speech, Language and Hearing Research, 48, 1397-1411.
  23. Scarborough, H. (2001). Connecting early language and literacy to later reading (dis)abilities: Evidence, theory and practice. In: B. Neuman & D.K. Dickinson (Ed.) Handbook of early literacy (pp. 97-110). New York: Guilford Press.
  24. Sheng, L. & McGregor, K.K. (2010). Lexical-semantic organization in children with specific language impairment. Journal of Speech, Language and Hearing Research, 53, 146-159.
  25. Stahl, S., & Nagy,W. (2006). Teaching word meanings. Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates.
  26. Steele, S.C. & Mills, M.T. (2011). Vocabulary intervention for school-age children with language impairment: a review of evidence and good practice. Child Language Teaching Therapy, 27, 354-370.
  27. Wiefferink, K., Diender, M., Dorren, D., Okma, E., Veentjer, S., Wobo, D., Zandvliet, C., Zorzi, J. (2013). Methodiek TOS-behandelgroepen. Amsterdam: NSDSK.
  28. Van den Dungen, L. (2007). Taaltherapie voor kinderen met taalontwikkelingsstoornissen. Bussum: Uitgeverij Coutinho.
  29. Van den Nulft, D. & Verhallen, M. (2009). Met woorden in de weer. Praktijkboek voor het onderwijs. Bussum: Uitgeverij Coutinho.
  30. Verhallen, M. & Verhallen, S. (1994). Woorden leren, woorden onderwijzen. Hoevelaken: CPS, Christelijk Pedagogisch Studiecentrum..