Samenvatting

Ouders in meertalige gezinnen gebruiken verschillende talen en ‘mixen’ deze talen wanneer ze met hun kinderen spreken. Dit mixen van talen kan op verschillende manieren gebeuren. Er wordt van taal gewisseld bij het begin van een nieuwe zin maar ook binnen zinnen. Er wordt vaak gedacht dat mixen nadelig is voor de taalontwikkeling van kinderen. Er is echter nog maar weinig onderzoek gedaan naar het mixen van talen door ouders. De studies die er zijn tonen aan dat mixen een frequente en gangbare praktijk is in meertalige gezinnen. Vergelijkingen van het talig functioneren van kinderen met ouders die meer of minder mixen in deze studies geven geen eenduidig beeld over de mogelijke gevolgen van mixen. Nieuwe analyses van data die verzameld zijn in diverse meertalige gezinnen in Nederland bevestigen het beeld dat uit de internationale literatuur naar voren komt: mixen komt veel voor en de mate van mixen door ouders heeft geen invloed op de Nederlandse woordenschat van kinderen. Deze resultaten hebben gevolgen voor de adviezen van jeugdartsen, verpleegkundigen, logopedisten en professionele ‘opvoeders’ werkzaam in onderwijs en opvang aan ouders in meertalige gezinnen. Als ouders geadviseerd wordt om hun talen te scheiden, terwijl zij gewend zijn om te mixen, dan kan dit een voorspoedige en rijke interactie tussen ouder en kind belemmeren. Daarom raden we aan om de focus op taalstimulering te leggen, los van een specifieke taal en los van het scheiden of mixen van talen.


436 Weergaven
12 Downloads
Log in
De laatste decennia is het steeds duidelijker geworden dat de taalomgeving van kinderen van invloed is op hun taalontwikkeling (Hoff, 2006). Dit roept vragen op over de taalontwikkeling van meertalige kinderen, omdat hun taalaanbod is verdeeld over meerdere talen. De afgelopen jaren zijn er stappen gezet om professionals en ouders richtlijnen en adviezen te geven bij het meertalig opvoeden (waarbij geen onderscheid gemaakt wordt tussen een typische en een atypische ontwikkeling). Een voorbeeld hiervan is de brochure Meertaligheid en Taalontwikkeling van Kinderen (Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie, 2009) die gericht is op professionele opvoeders en ouders van meertalige kinderen. In dit artikel reageren wij hierop, en op een artikel dat in februari 2016 in de Telegraaf, het Noord-Hollands Dagblad, Haarlems Dagblad, Leidsch Dagblad, IJmuider Courant en de Gooi & Eemlander is verschenen naar aanleiding van een interview met Astrid Roest, teamleider logopedie bij de GGD Zaanstreek – Waterland.

Zowel in de brochure als in het interview wordt het belang van de taalomgeving benadrukt, conform de bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek (Hoff, 2006; Hoff & Core, 2013; Huttenlocher, Vasilyeva, Waterfall, Vevea, & Hedges, 2007). Ouders wordt geadviseerd met hun kind te interacteren in de taal die zij het best beheersen. Dit advies wordt ondersteund door een Amerikaanse studie die laat zien dat het Engelse taalaanbod van niet-moedertaalsprekers minder positieve effecten heeft op de Engelse taalontwikkeling van kinderen dan het taalaanbod van Engelse moedertaalsprekers (Place & Hoff, 2011). Hiernaast wordt ouders die hun kinderen meertalig willen opvoeden, aangeraden om binnen het gezin afspraken te maken over het taalaanbod. Een afspraak kan zijn dat beide ouders dezelfde taal spreken maar dat dit een andere taal is dan die van het land waarin zij wonen. Dit is het minderheidstaal-thuis (MTT) patroon. Als de talen die beide ouders goed beheersen verschillen, kan het één-persoon/ één-taal (1P1T) patroon gevolgd worden. Dit (bekende) patroon werd in de vroege 20e

Literatuurlijst

  1. Auer, P. (1984). Bilingual Conversation. Amsterdam: Benjamins.
  2. Bail, A., Morini, G., & Newman, R. (2015). Look at the gato! Codeswitching in speech to toddlers. Journal of Child Language,42(5), 1073–1101.
  3. Barron-Hauwaert, S. (2004). Language Strategies for Bilingual Families: The One-Parent One-Language Approach. Clevedon, UK: Multilingual Matters.
  4. Byers-Heinlein, K. (2013). Parental language mixing: Its measurement and the relation of mixed input to young bilingual children’s vocabulary size. Bilingualism: Language and Cognition, 16(1), 32–48.
  5. De Houwer, A. (2007). Parental language input patterns and children's bilingual use. Applied Psycholinguistics, 28, 411–424. Goodz, N. (1989). Parental language mixing in bilingual families. Infant Mental Health Journal, 10, 25–44.
  6. Gumperz, J.J. (1982). Discourse Strategies. Cambridge, UK: Cambridge Press.
  7. Hoff, E. (2003). The specificity of environmental influence: socioeconomic status affects early vocabulary development via maternal speech. Child Development, 74(5), 1368–1378.
  8. Hoff, E. (2006). How social contexts support and shape language development. Developmental Review, 26, 55–88.
  9. Hoff, E. & Core, C. (2013). Input and language development in bilingually developing children. Seminars in Speech and Language, 34, 215–226.
    Huttenlocher, J., Vasilyeva, M., Waterfall, H.R., Vevea, J.L., & Hedges, L.V. (2007). The varieties of speech to children. Developmental Psychology, 43, 1062–1083.
  10. Place, S. & Hoff, E. (2011). Properties of dual language exposure that influence two-year-olds’ bilingual proficiency. Child Development, 82, 1834–1849.
  11. Place, S. & Hoff, E. (2016). Effects and noneffects of input in bilingual environments on dual language skills in 2 ½-year-olds. Bilingualism: Language and Cognition, 19(5), 1023-1041.
  12. Ribot, K. M., & Hoff, E. (2014). “¿Cómo estas?” “I’m good.” Conversational code-switching is related to profiles of expressive and receptive proficiency in Spanish-English bilingual toddlers. International Journal of Behavioral Development, 38(4), 333–341.
  13. Schlichting, L. (2005). Peabody Picture Vocabulary Test-III-NL. Amsterdam: Harcourt Assessment B.V.
  14. Zink, I., & Lejaegere, M. (2003). N-CDIs: korte vormen. Leuven/ Leusden: Acco.