Samenvatting

Aanleiding Taalproblemen bij meertalige kinderen kunnen het gevolg zijn van een taalontwikkelingsstoornis (TOS), maar ook van onvoldoende blootstelling aan de doeltaal. Een betrouwbare diagnose van een TOS bij meertalige kinderen is daarom idealiter gebaseerd op beide talen van het kind, aangezien een TOS zich uit in elke taal die het kind leert. Het is echter niet altijd haalbaar om een kind in beide talen te testen. De huidige studie onderzocht een alternatief.

Methodiek Eentalige en meertalige kinderen met en zonder een TOS (33 kinderen per groep) werden vergeleken aan de hand van drie recent ontwikkelde instrumenten: 1) een oudervragenlijst, 2) een nonwoord-repetitietaak en 3) een narratief.

Resultaten Een combinatie van de drie instrumenten was zeer goed in het onderscheiden van een TOS en een normale taalontwikkeling, zowel binnen een eentalige als meertalige context.

Conclusie Drie recent ontwikkelde instrumenten bieden een goed alternatief voor het signaleren van een TOS bij meertalige kinderen, als testen in beide talen geen optie is. Een oudervragenlijst in combinatie met twee instrumenten die beïnvloed worden door een TOS maar niet door taal-specifieke ervaring, kon effecten van een taalachterstand en taalstoornis uitstekend van elkaar onderscheiden.


240 Weergaven
0 Downloads
Log in
Diagnosestelling bij meertalige kinderen als testen in beide talen niet mogelijk is Het kan in de praktijk moeilijk zijn om te bepalen of een meertalig kind een taalontwikkelingsstoornis (TOS) heeft, omdat taalproblemen zowel door een aangeboren stoornis veroorzaakt kunnen worden als door externe factoren zoals onvoldoende blootstelling aan een taal. Een mogelijk gevolg hiervan is dat een TOS niet wordt opgepikt bij een meertalig kind (onderdiagnose) of dat taalproblemen onterecht worden toegeschreven aan een TOS (overdiagnose). Beide vormen van misdiagnose worden door studies uit verschillende landen gerapporteerd en ook in Nederland lijkt er een indicatie te zijn dat kinderen van een culturele minderheid, zoals Turkse en Marokkaanse kinderen, oververtegenwoordigd zijn in het cluster 2 onderwijs (Smeets, Driessen, Elfering, & Hovius, 2010). De huidige studie heeft als doel een bijdrage te leveren aan verbetering van diagnostiek bij meertalige kinderen, om zo geschikt onderwijs en behandeling te kunnen bieden aan elk kind met taalproblemen.

Kinderen die meertalig opgroeien ontvangen vaak minder input in één taal in vergelijking met eentalige kinderen die dezelfde taal leren, en kunnen als gevolg daarvan een taalachterstand ontwikkelen (Hoff et al., 2012). Taalproblemen van deze kinderen kunnen aan de oppervlakte overeenkomsten vertonen met de taalproblemen van kinderen met een TOS (Paradis, 2005), een aangeboren stoornis die het vermogen om taal te leren disproportioneel beïnvloedt (Leonard, 2014). Hierdoor kan meertaligheid een complicerende factor zijn bij het diagnosticeren van een TOS en speelt de vraag hoe een TOS bij een meertalig kind van een taalachterstand onderscheiden kan worden. Naast veel wetenschappelijk onderzoek dat zich richt op deze vraag, is ook in de praktijk veel werk verzet om diagnostiek bij meertalige kinderen te verbeteren. Zo ontwikkelden Ludo Verhoeven en Anne Vermeer (2001) de Taaltoets Alle Kinderen (TAK) met aparte normen voor meertalige schoolgaande kinderen, en bracht Liesbeth Schlichting in 2006 de Tweetalige Lexiconlijsten uit voor een jongere doelgroep. Daarnaast verscheen in 2012 de door Mirjam Blumenthal (Koninklijke Kentalis)

Literatuurlijst

  1. Berman, R.A. & Slobin, D.I. (1994). Relating events in narrative: A crosslinguistic developmental study . Hillsdale,NJ: Lawrence Erlbaum.
  2. Blumenthal, M. (2013). Meertaligheid: hoe pak je het aan? Casuïstiek en hulpbronnen. Van Horen Zeggen , 5 ,14-22. http://www.simea.nl/vhz/artikelen/2013/vhz-2013-5-artikel-2.pdf
  3. Blumenthal, M. (2012). Richtlijn multidisciplinaire (spraak en taal)diagnostiek van meertalige kinderen. Koninklijke Kentalis. http://www.kentalis.nl/Professionals/Onze-expertise/Spraak-en-taal/Meertaligheid/ Praktische-informatie
  4. Boerma, T., Chiat, S., Leseman, P., Timmermeister, M., Wijnen, F., & Blom, E. (2015). A quasi-universal nonword repetition task as a diagnostic tool for bilingual children learning Dutch as a second language. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 58 (6), 1747-1760.
  5. Boerma, T., Leseman, P., Timmermeister, M., Wijnen, F., & Blom, E. (2016). Narrative abilities of monolingual and bilingual children with and without language impairment: Implications for clinical practice. International Journal of Language and Communication Disorders . DOI: 10.1111/1460-6984.12234
  6. Chiat, S. (2015). Nonword Repetition. In: Methods for assessing multilingual children: disentangling bilingualism from Language Impairment . Armon-Lotem, S., de Jong, J., & Meir, N. (red.), (p. 125-150). Bristol: Multilingual Matters.
  7. Conti-Ramsden, G., Botting, N., & Faragher, B. (2001). Psycholinguistic markers for Specific Language Impairment (SLI). Journal of Child Psychology and Psychiatry , 42(6), 741–48.
  8. Conti-Ramsden, G., Simkin, Z., & Pickles, A. (2006). Estimating familial loading in SLI: A comparison of direct assessment versus parental interview. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 49 (1), 88-101.
  9. Flax, J.F., Realpe-Bonilla, T., Roesler, C., Choudhury, N., & Benasich A. (2008). Using early standardized language measures to predict later language and early reading outcomes in children at high risk for languagelearning impairments, Journal of Learning Disabilities, 42 , 61–75.
  10. Gagarina, N., Klop, D., Kunnari, S., Tantele, K., Välimaa, T., Balčiūnienė, I., Bohnacker, U. and Walters, J. (2012).
    MAIN – Multilingual Assessment Instrument for Narratives. ZAS Papers in Linguistics, 56 , 1-155.
  11. Hoff, E., Core, C., Place, S., Rumiche, R., Señor, M., & Parra, M. (2012). Dual language exposure and early bilingual development. Journal of child language, 39 , 1-27.
  12. Leonard, L. (2014). Children with Specific Language Impairment (second edition). Cambridge: MIT Press.
  13. Paradis, J. (2005). Grammatical morphology in children learning English as a second language: Implications of similarities with Specific Language Impairment. Language, Speech and Hearing Services in the Schools, 36 (3), 172-187.
  14. Paradis, J., Emmerzael, K., & Sorenson Duncan (2010). Assessment of English language learners: Using parent report on first language development. Journal of Communication Disorders, 43 (6), 474-497.
  15. Plante. E., & Vance, R. (1994). Selection of preschool language tests: A data-based approach. Language,Speech, and Hearing Services in Schools, 25 , 15–24.
  16. Restrepo, M.A., & Silverman, S. (2001). Validity of the Spanish Preschool Language Scale-3 for use with bilingual children. American Journal of Speech Language Pathology, 10 (4), 382–393.
  17. Rice, M.L. (2007). Children with specific language impairment: Bridging the genetic and developmental perspectives. In: Handbook of Language Development . E. Hoff and M. Schatz (red.), (p. 411-432). Oxford: Blackwell Publishers.
  18. Schlichting, J.E.P.T. (2006). Lexiconlijsten Marokkaans-Arabisch, Tarifit-Berbers en Turks. Instrumenten om de taalontwikkeling te onderzoeken bij jonge Marokkaanse en Turkse kinderen in Nederland . Amsterdam: JIPUitgeverij.
  19. Smeets, E., Driessen, G., Elfering, S., & Hovius, M. (2010). Allochtone leerlingen en speciale onderwijsvoorzieningen. Nijmegen: ITS.
  20. Tuller, L. (2015). Clinical use of parental questionnaires in multilingual contexts. In: Methods for assessing multilingual children: disentangling bilingualism from Language Impairment . Armon-Lotem, S., de Jong, J., & Meir, N. (red.), (p. 301-330). Bristol: Multilingual Matters.
  21. Verhoeven, L., & Vermeer, A. (2001). Taaltoets Alle Kinderen (TAK). Arnhem: Cito.