Samenvatting

In de diagnostiek van spraak-taalproblemen en in het meten van vooruitgang na logopedie, is het belangrijk dat de logopedist zich bewust is van de keuzes die zij maakt bij het selecteren van onderzoeksinstrumenten. De selectie en het gebruik van de instrumenten heeft gevolgen voor de kwaliteit van de diagnostiek. In het artikel worden overwegingen gegeven rondom instrumentkeuze en de interpretatie van testscores. Ook wordt het logopedisch onderzoek in het breder kader van de ICF geplaatst.


99 Weergaven
0 Downloads
Log in
Testgebruik bij kinderen met spraak-taalproblemen In de logopedische behandeling is testen een belangrijke activiteit. Jarenlang hoefde de logopedist weinig na te denken over de keuze van onderzoeksinstrumenten bij kinderen met spraak-taalproblemen; er waren weinig tests op de markt. De laatste jaren zijn er veel tests verschenen, en wordt er dus een groter beroep gedaan op het klinisch redeneren bij het gebruik van tests. Aan de hand van de stappen van het methodisch handelen en het denkkader van de International Classification of Functioning, Diasability and Health (ICF) wordt in dit artikel een overzicht gegeven van belangrijke overwegingen bij het doen van verantwoord en doelgericht logopedisch onderzoek.

Intake

In de intake wordt informatie verzameld over functioneringsproblemen en de betekenis ervan in het dagelijks leven (Kuiper, 2013). De hulpvraag staat centraal. De logopedist gebruikt de ICF. Er wordt niet alleen gevraagd naar de stoornis, maar ook naar beperkingen op activiteitenniveau en naar hoe het kind met deze stoornis functioneert bij verschillende activiteiten in verschillende situaties (participatieniveau). Persoonlijke en externe factoren worden ook geïnventariseerd. In deze fase van het methodisch handelen krijgt de logopedist al een idee welke informatie zij nog nodig heeft om tot een juiste diagnose te kunnen komen. Bij een meertalig kind wordt in deze fase een meertaligheidsanamnese afgenomen. Deze informatie is nodig om te kunnen bepalen welke tests je kan afnemen en of een moedertaalonderzoek nodig is. Vaak is het voor een goed beeld van activiteiten en participatie en van externe factoren nodig om informatie te verzamelen van andere personen dan de ouders. Een kind dat zich thuis prima kan redden omdat ouders

Literatuurlijst

  1. Blumenthal, M. & Julien, M. (1999). Anamnese meertaligheid: Taalaanbod en attitudes t.o.v. betrokkene talen. Verkregen op 19 februari 2015 van www.kentalis.nl/Professionals/Onze-expertise/Spraak-en-taal/Meertaligheid/
  2. Buekers, R. & Degens, H. (2007). Classificatie van kinderen met taalontwikkelingsstoornissen op het Audiologisch Centrum. Stem-, Spraak- en Taalpathologie, 15, 53-66.
  3. Burger, E., Wetering, M. van de & Werenburg, M. van (red.) (2012). Kinderen met specifieke taalstoornissen (be)handelen en begeleiden in zorg en onderwijs. Leuven/Den Haag: Acco.
  4. Dunn, Lloyd M. & Dunn, Leota M (2005). Peabody Picture Vocabulary test-III-Nederlandse versie, handleiding. Amsterdam Harcourt Test Publishers
  5. Evers, A., Lucassen, W., Meijer, R. & Sijtsma, K. (2009). COTAN Beoordelingssysteem voor de kwaliteit van testen. Verkregen op 19 februari 2015 van www.psynip.nl/website-openbaar-documenten-nip-algemeen/beoordelingssysteem.pdf
  6. FENAC Expertplatform ST (2005). Multidisciplinaire Diagnostiek bij Taal-/Spraakproblemen ‘KITS-2’. Verkregen op 19 februari 2015 van www.fenac.nl/documentatie/fenac-kits-2.pdf
    Intervisiewerkgroep Meertalige Kinderen (2006). Anamnese Meertalige Kinderen. Verkregen op 19 februari 2015 van www.sig-net.be/nl/publicaties/anamnese-meertaligekinderen-amk_74.aspx
  7. Julien, M. (2008). Taalstoornissen bij meertalige kinderen: Diagnostiek en behandeling. Amsterdam: Harcourt Assessment BV.
  8. Kuiper, H. (2004). Methodisch handelen in de logopedie. Assen: Koninklijke Van Gorcum.
  9. Meulen, S. van der et al (2013). Communicatieve Intentie Onderzoek, handleiding. Houten: Bohn Stafleu van Loghum
  10. Schlichting, S. & Spelberg, H.L. (2010). Schlichting test voor Taalproductie-II, handleiding. Houten: Bohn Stafleu van Loghum
  11. Schlichting, S. & Spelberg, H.L. (2010). Schlichting test voor Taalbegrip, handleiding. Houten: Bohn Stafleu van Loghum
  12. Schlichting, L. (2015). De taalvaardigheid in het Nederlands van kleuters van Turkse en Marokkaanse herkomst. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 54, 239-250.
  13. Taalexpert.nl (jaar onbekend). Scolin Testscorelineaal. Verkregen op 19 februari 2015 van taalexpert.nl/scolin/index.html
  14. Verhoeven, L. et al (2013). Testinstrumentarium Taalontwikkelingsstoornissen, handleiding. Arnhem/Nijmegen: Cito en Expertisecentrum Nederlands
  15. Visker, J.W. (jaar onbekend). Testscorelineaal -13.0. Verkregen op 19 februari 2015 van www.auris.nl/Portals/4/Bestanden/formulieren/Testscoreliniaal.pdf
  16. Wiig, E.H. et al (2012). Clinical Evaluation of Language Fundamentals Preschool-Nederlandstalige versie, handleiding. Amsterdam: Pearson Zoons, M. (2014).
  17. Taaltestkwalificaties (TTQ). Verkregen op 19 februari 2015 van www.adelante-zorggroep.nl/media/166237/Taaltestkwalificaties-2014.pdf
  18. Wiig, E.H. et al (2010). Clinical Evaluation of Language Fundamentals-Fourth Edition-Nederlandse versie, handleiding. Amsterdam: Pearson
  19. Zink, I. & Breuls, M. (2012). Ontwikkelingsdysfasie. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.