Samenvatting

In dit artikel worden twee pilotstudies beschreven naar een metalinguïstische interventie gericht op het verbeteren van de productie van relatieve bijzinnen. De eerste groep bestond uit 12 kinderen met een gemiddelde leeftijd van 11;2 jaar. De 18 kinderen in de tweede groep waren gemiddeld 12;9 jaar oud. De eerste groep bevatte eentalige kinderen met TOS van cluster 2 school Auris De Taalkring. De kinderen uit de tweede groep hadden naast een TOS ook gedragsproblemen waarvoor ze extra zorg kregen. Deze kinderen bezochten vier verschillende locaties van Auris en Kentalis en werden daar behandeld door vier verschillende logopedisten. Het MetaTaal therapieprogramma omvatte vijf weken geprotocolleerde individuele therapie, tweemaal per week een half uur. De effectiviteit werd onderzocht met een quasi-experimenteel repeated-baseline design. De metingen werden uitgevoerd door logopedisten die niet bij de behandeling betrokken waren. De behandelend logopedist bleef blind voor de testresultaten tot na afloop van het volledige programma. De resultaten geven aan dat de productie van relatieve bijzinnen significant verbeterde, maar op de begripstest was dat niet het geval. Oudere kinderen met TOS blijken te kunnen profiteren van een metalinguïstische aanpak.


1464 Weergaven
23 Downloads
Log in
Een kernprobleem van taalontwikkelingsstoornissen (TOS) is de moeite die kinderen hebben met het verwerven van grammaticale regels. Uit onderzoek naar de grammaticale ontwikkeling van Nederlandstalige kinderen met TOS tussen 6 en 10 jaar bleek dat deze kinderen meer morfologische en syntactische fouten maken dan kinderen zonder taalproblemen (Zwitserlood, 2014). Dit is zelfs het geval wanneer de kinderen met TOS vergeleken worden met kinderen met een normale taalontwikkeling die twee jaar jonger zijn. De zinsbouw van kinderen met TOS is ook overwegend eenvoudiger dan die van leeftijdsgenootjes zonder taalproblemen. De zinnen zijn korter doordat ze minder woordgroepen bevatten, of de woordgroepen bestaan uit minder woorden. Complexe samengestelde zinnen worden minder vaak gebruikt. Bij oudere kinderen met TOS zijn dat bijvoorbeeld zinnen waarbij meerdere onder- en nevenschikkende zinnen aan elkaar gekoppeld zijn, zoals dit voorbeeld uit de TAK Verteltaken, verzameld in het promotieonderzoek: “Als hij het meisje hoort huilen, loopt de man terug en zegt sorry, omdat hij zich schuldig voelt” . Daarnaast gebruiken de kinderen met TOS ook minder constructies met relatieve bijzinnen: “De man die het ijsje gekocht heeft, gooit het gewoon op straat” . Hoewel er zeker ontwikkeling is in grammaticale complexiteit en correctheid tussen 6 en 10 jaar, zijn de grammaticale problemen bij kinderen met TOS hardnekkig.

In Nederland is de algemene zienswijze dat kinderen met TOS zo vroeg mogelijk gediagnosticeerd en behandeld moeten worden. Daardoor kunnen veel problemen voorkomen worden op het gebied van sociaal-emotionele en leerontwikkeling. De aanname is dat er een taalgevoelige periode bestaat, waardoor interventie op jonge leeftijd het meest effectief zou zijn. Wat deze taalgevoelige periode precies inhoudt en tot wanneer deze periode zou duren, is echter onderwerp van veel debat (Ruben, 1997). Er is maar weinig bewijs voor een dergelijke periode met een sterke afgrenzing in de tijd (Singleton & Ryan, 2004). Mocht zo’n afgebakende taalgevoelige periode al bestaan, dan zou die ook nog verlengd kunnen zijn bij kinderen met TOS, die gemiddeld twee jaar achterlopen vergeleken met leeftijdsgenootjes. Het argument van de taalgevoelige periode wordt echter al jarenlang gebruikt in het cluster 2 onderwijs om de meeste logopedie toe te wijzen aan kinderen tot 6 á 7 jaar. Natuurlijk moeten kinderen met TOS op jonge leeftijd worden geïdentificeerd en behandeld. De keerzijde is echter

Literatuurlijst

  1. Bolderson, S., Dosanjh, C., Milligan, C., Pring, T., & Chiat, S. (2011). Colourful semantics: A clinical investigation. Child Language Teaching and Therapy , 27, 344-353.
  2. Boumans, T. S. Y., & Karman, S. (1993). Psycholinguïstische methode voor lees- en spellingproblemen. Logopedie en Foniatrie , 4, 113-116.
  3. Dunn, Lloyd M. & Dunn, Leota M. (2005). Peabody Picture Vocabulary Test-III-NL, Nederlandse versie door Liesbeth Schlichting . Harcourt Assessment B.V., Amsterdam.
  4. Ebbels, S. H. (2007). Teaching grammar to school-aged children with specific language impairment using Shape Coding. Child Language Teaching and Therapy , 23, 67-93.
  5. Ebbels, S. H., Van der Lely, H. K. J., & Dockrell, J. E. (2007). Intervention for verb argument structure in children with persistent SLI: A randomized control trial. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 50 , 1330–1349.
  6. Freunthaller, A. (1936). Die Signal-Methode. Zeitschrift für Heilpädagogik , 1-36. Wien.
  7. Hirschman, M. (2000). Language repair via metalinguistic means. International Journal of Language and Communication Disorders , 35, 251–68.
  8. Kort, W., Schittekatte, M., & Compaan, E. (2008) CELF-4-NL: Clinical Evaluation of Language Fundamentals-vierde-editie . Amsterdam: Pearson Assessment and Information B.V.
  9. Levy, H., & Friedmann, N. (2009). Treatment of syntactic movement in syntactic SLI: A case study. First Language , 29, 15-49.
  10. Novogrodsky, R., & Friedmann, N. (2006). The production of relative clauses in syntactic SLI: A window to the nature of the impairment. International Journal of Speech-Language Pathology, 8 (4), 364–375.
  11. Ruben, R.J. (1997). A time frame of critical/sensitive periods of language development, Acta Otolaryngology , 117, 202-205.
  12. Singleton, D. & Ryan, L. (2004). Language acquisition: The age factor . 2nd Edition. Second Language Acquisition 9. Clevedon: Multilingual Matters Ltd.
  13. Van Geel, C. A. A. (1973). Terreinverkenning van de therapie bij vertraagde spraak- en taalontwikkeling. Toepassing van “Grammatica in vorm en kleur” . Hoensbroek: Studiecentrum Hoensbroeck, Opleiding Logopedie.
  14. Van Uden, A. (1973). Taalverwerving door taalarme kinderen: beknopte psycholinguïstiek als inleiding op een reflecterende methode van taalverwerving door gehoorgestoorde en taalarme kinderen: een leerboek met probleemstelling . Rotterdam: Universitaire Pers.
  15. Veenker, H., van Geert-Waegeman, L., Schonewille, J., Wilmink, R., & van Geert, P. (1995). Matrix voor Windows: basispakket zinsbouw voor het basis- en speciaal onderwijs en voor NT2 . Nijmegen: Berkhout.
  16. Zwitserlood, R. (2014). Language Growth in Dutch School-Age Children with Specific Language Impairment , (dissertatie Universiteit Utrecht), LOT Dissertation Series, No 356. Utrecht.
  17. Zwitserlood, R., Wijnen, F., van Weerdenburg, M., & Verhoeven, L. (2015). “MetaTaal”: enhancing complex syntax in children with specific language impairment-a metalinguistic and multimodal approach. International Journal of Language and Communication Disorders, 50 (3), 273–279.