Samenvatting

In dit artikel wordt toegelicht hoe het Communicatieve Intentie Onderzoek (van der Meulen, Slofstra-Bremer en Lutje Spelberg, 2013) in de praktijk kan worden toegepast in diagnostiek, bij bepaling van doelen van interventie (ook voor ouderbegeleiding) en voor evaluatie van behandeling. Dit wordt gedemonstreerd aan de hand van vier gevalsbeschrijvingen.


380 Weergaven
14 Downloads
Log in
Logopedisten stellen zich bij het verschijnen van nieuwe tests de vraag: wat voegt deze test toe aan mijn logopedisch handelen in de praktijk? Dit artikel schetst aan de hand van voorbeelden wat het CIO kan betekenen voor diagnostiek en interventie bij jonge kinderen.

CIO in de diagnostiek

Een beschrijving van het CIO wordt gegeven in het artikel in dit nummer (Lutje Spelberg, Slofstra en van der Meulen 2018). Aan de hand van ervaringen in verschillende praktijkinstellingen (particuliere praktijk, Revalidatiekliniek, Audiologisch Centrum) wordt hierna toegelicht hoe het CIO kan worden ingezet in de diagnostiek.

Casus Jasper

Gegevens bij aanmelding

De ouders vertellen dat Jasper (2;2 jaar) last hee­ gehad van gehoorproblemen en dat zijn spraak nauwelijks op gang is gekomen. De ouders hebben de huisarts geregeld bezocht in verband met steeds terugkerende oorontstekingen. Deze hee­ doorverwezen naar een KNO-arts, die trommelvliesbuisjes plaatste. Er was daarna echter geen sprake van een inhaaleffect op de taalontwikkeling.

Vervolgens is Jasper aangemeld bij een particuliere logopediepraktijk. De ontwikkelingsgeschiedenis vermeldt verder dat hij niet heeft­ gebrabbeld, niet heeft­ gekropen en rond 2 jaar is gaan lopen.

Logopedisch onderzoek

In de logopedische praktijk wordt de Taalstandaard afgenomen (Slofstra et al., 2005) om

Literatuurlijst

  1. Bayley, N. (1993). Bayley Scales of Infant Development. Manual. San Antonio: The Psychological Corporation (2nd ed.).
  2. Bloom, L. & Tinker, E. (2001). The Intentionality model and language acquisition: engagement, effort and the essential tension in development. Monographs of the Society for Research in Child development Vol. 66, no. 4. Boston: Blackwell.
  3. Dungen, L. van den & Boon, N. den (2001). Beginnende Communicatie. Therapieprogramma voor communicatieve functies in de preverbale en vroeg-verbale ontwikkeling. Lisse: Swets en Zeitlinger.
  4. Meulen, Sj. Van der, Slofstra-Bremer, C.F. & Lutje Spelberg, H.C. (2013). Communicatieve Intentie Onderzoek (CIO). Handleiding. Houten: Bohn, Stafl eu van Loghum.
  5. Nederlands Gebarencentrum (2006). Gebarenwoordenboek voor kinderen, deel 1. Bunnik: Nederlands Gebarencentrum.
    Resing, W.C.M. (2007). Indicatiestelling speciaal onderwijs en leerlinggebonden fi nanciering : condities en instrumentarium. Amsterdam: Boom.
  6. Schlichting, J.E.P.T. & Lutje Spelberg, H.C. (2002). Lexilijst Nederlands. Amsterdam, Pearson.
  7. Schlichting, J.E.P.T., Lutje Spelberg, H.C. (2010). Schlichting Test voor Taalproductie-II. Houten: Bohn, Stafl eu van Loghum.
  8. Schlichting, J.E.P.T., Lutje Spelberg, H.C. (2012). Schlichting Test voor Taalbegrip. Houten: Bohn, Stafl eu van Loghum. 2e druk.
  9. Slofstra-Bremer, C.F., Meulen, Sj. van der & Lutje Spelberg, H.C. (2005). De Taalstandaard. Amsterdam: Harcourt.
  10. Slofstra-Bremer, C.F., Meulen, Sj. v.d. & lutje Spelberg, H.C. (2017). De Taalstandaard. Herziene druk. Bodegraven: K2-Publisher.
  11. Tomasello, M. (2003). Constructing a language. A usage-based theory of language acquisition. Cambridge, Massachusets & London, UK: Harvard University Press.