Samenvatting

Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) profiteren van aangepast taalaanbod en specifieke taalstimulering. Het lijkt vanzelfsprekend om ouders te betrekken bij therapie voor jonge kinderen met TOS, omdat jonge kinderen de meeste tijd thuis met hun ouders doorbrengen. Een effectieve werkwijze voor indirecte taaltherapie is het ImPACT-programma (Improving Parents as Communication Teachers). Dit programma is ontwikkeld voor kinderen met autisme en recent aangepast voor kinderen met TOS. In een wetenschappelijk onderzoek bij kinderen die gespecialiseerde TOS-behandelgroepen bezoeken, is de effectiviteit van dit programma (indirecte logopedie via ouders) vergeleken met directe logopedie. Resultaten uit dit onderzoek wijzen op een significante vooruitgang van de kinderen, zowel in de taalontwikkeling als de spraakontwikkeling. Er was geen verschil in vooruitgang tussen de indirecte en directe taaltherapiegroepen. Ouders in de indirecte taaltherapiegroep verbeterden hun taalaanbod en voelden zich bovendien meer capabel om de taalontwikkeling te stimuleren. De ouders van kinderen uit de andere groep voelden zich juist minder capabel. De logopedisten en ouders waren positief over het programma. Dit artikel beschrijft de effectiviteit van indirecte taaltherapie voor kinderen met TOS en bestaande programma’s die Nederlandse logopedisten gebruiken. Vervolgens presententeren we een nieuw behandelprogramma voor indirecte taaltherapie waarbij ouders gelijkwaardige partners van de logopedist zijn.


137 Weergaven
0 Downloads
Log in
Eigen regie en autonomie van burgers is in onze huidige maatschappij in toenemende mate belangrijk. Voor de logopedische behandeling van kinderen met TOS vraagt dit van logopedisten dat ze de ouders als gelijkwaardige partners zien en bij de behandeling betrekken. Volgens de Richtlijn Logopedie bij TOS (NVLF, 2017) kiest de logopedist de inhoud, vormen van behandeling en behandeldoelen in overleg met ouders op basis van (onder meer) de voorkeur van de ouders. Handvatten voor dit laatste verschenen onlangs in een artikel in dit tijdschrift (Klatte et al, 2019a). In de Kennisagenda Logopedie noemt stakeholder DSW Zorgverzekeraar expliciet de ‘eigen verantwoordelijkheid van ouders’ (NVLF, van Ewijk et al, 2018). De kennishiaten in de Kennisagenda bleken uit systematische reviews en richtlijnen in combinatie met knelpunten vanuit het werkveld, dat wil zeggen logopedisten en stakeholders zoals verwijzers en Jeugdgezondheidszorg. De Kennisagenda bevat veel vragen van logopedisten over de samenwerking met ouders van kinderen met TOS. De kennisbehoeften van logopedisten ‘richten zich vooral op substitutie van de zorg naar ouders en/of andere professionals en op innovatie van de interventie en meetinstrumenten’. Verbeteren van kennis over ‘Effectiviteit en doelmatigheid van indirecte versus directe therapie’ en over het ‘Effect van ouderparticipatie op therapie-effect en klanttevredenheid’ heeft hoge prioriteit, blijkt uit de Kennisagenda.

Een manier om ouders actief te laten participeren in de logopedische behandeling bij kinderen met TOS is het trainen van ouders via indirecte taaltherapie tot co-therapeut. Dit betekent dat de logopedist ouders leert responsief te reageren op de communicatiepogingen van hun kind en hen daarnaast taalstimulerende technieken leert, passend bij de aard van de TOS (Gerrits et al., 2017). Het succes van indirecte taaltherapie hangt echter niet alleen van de logopedist af maar ook van de ouders. De ouders moeten in staat zijn nieuwe vaardigheden aan te leren en die toe te passen in het dagelijks leven. De logopedist heeft capaciteiten en gesprekstechnieken nodig om ouders hierbij te helpen, waaronder coachingsvaardigheden. De logopedist-als-coach heeft daarom niet alleen expertise over behandeltechnieken nodig, maar ook kennis over leerprincipes die bij volwassenen een rol spelen (Neijen- huis, 2018). Voor effectieve indirecte taaltherapie is het nodig dat logopedisten: 1) zich bewust zijn van de visie van de ouders op de behandeling, 2) zich bewust zijn van hun eigen

Literatuurlijst

  1. Balkom, H. van, Verhoeven, L., Van Weerdenburg, M., toep, J.(2010). Effects of parent-based video home training in children with developmental language delay. Child Language Teaching and Therapy, 26, 221–237.
  2. Baxendale, J. & Hesketh, A. (2003). Comparison of the effectiveness of the Hanen Parent Programme and traditional clinic therapy. International Journal of Language and Communication Disorders, 38, 397-415.
  3. Bruinsma, G. (2017). Het behandelplan opstellen. In: Gerrits, E., Beers, M., Bruinsma, G., & Singer, I. Handboek Taalontwikkelingsstoornissen. Bussum, Nederland: Coutinho, 180-182.
  4. Camarata, S. (1993). The application of naturalistic conversation training to speech production in children with speech disabilities. Journal of Applied Behavior Analysis, 26, 173-182.
  5. Camarata, S. (2002). Treating speech disorders in preschool children. Paper presented at the Disabilities Conference, The John Hopkins University, Baltimore.
  6. Camarata S, Yoder P, Camarata M. (2006). Simultaneous treatment of grammatical and speech-comprehensibility deficits in children with Down syndrome. Down Syndrome Research & Practice. 11:9–17.
  7. Camarata, SM (2010). Naturalistic intervention for speech intelligibility and speech accuracy. In AL Williams, S McLeod & RJ Mc-Cauley (Eds.), Interventions for speech sound disorders in children. (pp. 381-405) Paul H Brookes Publishing, Michigan, USA, 381-407.
  8. Dungen, L. van den. (2007). Taaltherapie voor kinderen met taalontwikkelingsstoornissen:verantwoording van behandeldoelen TOS & behandelsuggesties voor kinderen met een taalniveau van 0 tot 6 jaar. Bussum: Couthino.
  9. Ewijk, L. van, Zaalen, Y. van, Wal, N. ter, Schaaf, A. van der, Gerrits, E. (2018). Kennisagenda Logopedie. NVLF, Woerden
  10. Earle, C. and Lowry, L., 2006, Target Word: The Hanen Program for Parents of Children Who are Late Talkers (Toronto, ON:The Hanen Centre).
  11. Forsyth P., Kennedy H., & Simpson R. (1995). An evaluation of video interaction analysis in families and teaching situations. Professional development initiatives. Edinburgh: SED.
  12. Gerrits, E. & Doornik, A. van (2012). Resultaten evaluatie TOLK voor taalontwikkeling. Lectoraat Logopedie, Hogeschool Utrecht.
  13. Gerrits, E., Beers, M., Bruinsma, G., & Singer, I. (2017). Handboek Taalontwikkelingsstoornissen. Bussum: Uitgeverij Coutinho
  14. Gerrits, E., de Jong, J., Zwitserlood, R.L.M., Klatte, I. (2019). The Netherlands. In: Managing children with developmental language disorder. Law, J., McKean, C., Murphy, C.A., Thordardottir, E. (Eds). Oxon: Routledge Publishers
  15. Heim, M.J.M., & Jonker, V.M. (1996). De implementatie van het COCP-programma. Een evaluatie-onderzoek. Amsterdam: Instituut voor Algemene Taalwetenschap, Universiteit van Amsterdam.
  16. Heim, M., M. Veen & F. Velthausz (2011). COCP in de VG, Onderzoek naar de effecten, de implementatie en de sociale validiteit van het COCPvg-programma in de Esdégé-Reigersdaal. Amsterdam: COCP-publicaties
  17. Ingersoll, B., & Dvortcsak, A., bewerking Roeyers e.a. (2013). Trainen van sociaal-communicatieve vaardigheden bij kinderen met een autismespectrumstoornis. Uitgeverij ACCO, Leuven, Belgium
  18. Ingersoll B., Wainer A.L., Berger N.I. (2016). Comparison of a selfdirected and therapist-assisted telehealth parentmediated intervention for children with ASD: a pilot RCT. Journal of Autism and Developmental Disorders 46: 2275–2284.
  19. Klatte, I.S., Luijten, M., Singer, I., Gerrits, E. (2019a). ENGAGE. De positieve invloed van het opstellen van behandeldoelen met ouders. Nederlands Tijdschrift voor Logopedie, 91, 4, 18-26
  20. Klatte, I.S., Harding, S., & Roulstone, S. (2019b). Speech and language therapists’ views on parents’ engagement in Parent-Child Interaction Therapy (PCIT). International Journal of Language and Communication Disorders.
  21. Kruythoff-Broekman, A., Wiefferink, C., Rieffe, C., & Uilenburg, N. (2016). Effectiviteit van Target Word bij ‘late talkers’. Tijdschrift voor de Jeugdgezondheidszorg 48:134–139
  22. Kruythoff-Broekman, A., Wiefferink, C., Rieffe, C., & Uilenburg, N. (2019). Parent-implemented early language intervention programme for late talkers: parental communicative behaviour change and child language outcomes at 3 and 4 years of age. International
  23. Journal of Language and Communication Disorders, 54, 451–464.
  24. Lawler, K., Taylor, N. F. and Shields, N. (2013). Outcomes after caregiver- provided speech and language or other allied health therapy: a systematic review. Archives of Physical Medicine and Rehabilitation, 94, 1139– 1160.
  25. Leonard, L., Camarata, S., Brown, B., & Camarata, M. (2004).Tense and agreement in the speech of children with SLI: Patterns of generalization through intervention. Journal of Speech, Language and Hearing Research, 47, 1363–1379.
  26. Leonard, L. B., Camarata, S. M., Pawlowska, M., Brown, B., & Camarata, M. N. (2006). Tense and agreement morphemes in the speech of children with specific language impairment during intervention: Phase 2. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 49, 749–770.
  27. Leonard L., Camarata S., Pawlowska M., Brown B., Camarata M. (2008). The acquisition of tense and agreement morphemes by children with specific language impairment during intervention: Phase 3. Journal of Speech, Language, and Hearing Research. 51:120–125.
  28. Manolson, A. (1992). It takes two to talk: A parent’s guide to helping children communicate (3rd ed.). Toronto, Ontario, Canada: The Hanen Centre.
  29. Neijenhuis, C.A.M. (2018). Zorg voor Communicatie. Een goed gesprek is in balans. Hogeschool Rotterdam Uitgeverij, Rotterdam
  30. NVLF. (2017). Richtlijn logopedie bij  taalontwikkelingsstoornissen [PDF bestand]. Woerden: Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie. Geraadpleegd van https://www.nvlf.nl/paginas/openbaar/vakgebied/vakinhoud/richtlijn-tos.
  31. Paelt, S. van der (2014). Training of early social-communicative skills in young children with autism spectrum disorder. Proefschrift Universiteit van Gent, België.
  32. Pepper, J. & Weitzman, E. (2004). Praten doe je met z’n tweeën: een praktische handleiding voor ouders van kinderen met een vertraagde taalverwerving. Amsterdam: SWP.
  33. Roberts, M. Y. & Kaiser, A. P. (2011). The effectiveness of parentimplemented language interventions: a meta-analysis. American Journal of Speech-Language Pathology/American Speech-Language- Hearing Association 20(3), 180–99.
  34. Roberts, M. Y., Kaiser, A. P., Wolfe, C., Bryant, J., & Spidalieri, A. (2014). The effects of the Teach-Model-Coach-Review instructional approach on caregiver use of language support strategies and children’s expressive language skills. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 57, 1851–1869
  35. Shriberg, L. D., & Kwiatkowski, J. (1994). Developmental phonological disorders I: A clinical profile. Journal of Speech and Hearing Research, 37, 1100–1126.
  36. Singer, I., Bruinsma, G. (2017). Hoofdstuk 4.2. Therapiemodellen en samenwerking met ouders en professionals. In: Gerrits, E., Beers, M., Bruinsma, G., & Singer, I. Handboek Taalontwikkelingsstoornissen.
  37. Bussum, Nederland: Coutinho, 193-205
  38. Stadnick, N.A., Aubyn Stahmer, A., Brookman-Frazee, L. (2015). Preliminary Effectiveness of Project ImPACT: A Parent-Mediated Intervention for Children with Autism Spectrum Disorder Delivered in a Community Program. J Autism Dev Disord 45:2092–2104
  39. Verheijden-Lels, D.C. (2008). TOLK 1. Praten met je kind! Breda: KLIK-Onderwijsondersteuning.
  40. Weiner A., Kuppermintz H., Guttmann D. (1994). Video home training (The Orion Project): A short-term preventive and treatment intervention for families. Family Process 33(4): 441–53.
  41. Yoder P., Camarata S., & Gardner E. (2005). Treatment effects on speech intelligibility and length of utterance in children with specific language and intelligibility impairments. Journal of Early Intervention, 28, 34–49
  42. Zwitserlood-Nijenhuis, M.A. (2015). Zelf doen! Presentatie SIMEA congres
  43. Zwitserlood-Nijenhuis, M.A., Wiefferink, C., Gerrits, E. (2019). Speech and language intervention via parents: a randomized clinical trial with Dutch three-year old children with DLD. (article submitted)