Samenvatting

Klinisch redeneren wordt gebruikt om de momenten van besluitvorming in het klinisch proces te verhelderen. Ook in de logopedische behandeling komt er steeds meer aandacht voor deze manier van werken. Aan de hand van een casus van een kind met fonologische problemen worden de stappen beschreven. Een fonologische vertraging of stoornis vraagt om een fonologische benadering. De stappen van het klinisch redeneren zorgen voor een stapsgewijze opbouw van logopedisch onderzoek, diagnose, behandeling en evaluatie, met een belangrijk element voor de therapie: wat kan het kind al, wat doet het kind goed? Dit is ook één van de belangrijke pijlers van het programma FonoLog, dat in deze casus beschreven wordt.


58 Weergaven
0 Downloads
Log in
In de individuele zorg zoals deze geleverd wordt door logopedisten, speelt klinisch redeneren een belangrijke rol. Van de zorgvraag via inventarisatie en gedegen logopedisch onderzoek komt men tot een logopedische diagnose. De stap naar de te kiezen behandeling wordt ondersteund door de vraag wat een zorgvrager (samen met ouders, verzorgers of partner) al kan. Dat wordt het startpunt van de behandeling. Met een casus zoals die van Nick, een kind met een probleem in de verstaanbaarheid, kan het klinisch redeneren goed in beeld gebracht worden. Aan de hand van het logopedisch onderzoek en het gekozen behandelprogramma FonoLog worden de verschillende stappen beschreven. Met behulp van het schema van Levelt worden de inhoudelijke keuzes onderbouwd.

Inleiding

De laatste jaren komt er steeds meer aandacht voor de stappen van het klinisch redeneren, ook in de logopedische behandeling (figuur 1) (Higgs, Jones, Loftus & Christensen, 2008; Overvelde et al., 2011). Dit model kan gebruikt worden om de momenten van besluitvorming in het klinisch proces te verhelderen. In de individuele zorg is het belangrijk de specifieke situatie van de zorgvrager als uitgangspunt te nemen in de behandeling en dit te verbinden met (wetenschappelijk) onderzoek (Higgs et al., 2008). Aan de hand van de casus Nick, een kind met een fonologische stoornis, worden de stappen van het klinisch redeneren beschreven. Het doel van deze casusbeschrijving is het praktisch vertalen van deze stappen naar de praktijk.

Casus

Nick, een jongen van 3;08 jaar, heeft van 2;06 tot 3;0 jaar directe individuele logopedie gehad in verband met het laat op gang komen van de actieve taal bij een goed taalbegrip. Hij werd opnieuw aangemeld met de klacht dat niet alle woorden

Literatuurlijst

  1. Baarda, D., Coppens-Hofman, M., Hollanders, B., Krommedam- Wiegertjes, M., & van Rems-Dijkstra, E. (2017). Klank voor Klank, Woord voor Woord. Dronten, Uitgeverij Creativiti BV.
  2. Baarda, D., de Boer-Jongsma, N., & Haasjes-Jongsma, W. (2013). LOGO-Art Nederlands Articulatie Onderzoek (NAO). Oldemarkt, LOGO-Art.
  3. Beers, M. (1995). The phonology of normally developing and language– impaired children. (PhD), Universiteit van Amsterdam, Amsterdam.
  4. Bowen, C. (2014). Children's speech sound disorders. (2ed.). Oxford Wiley-Blackwell.
  5. Bowen, C., & Cupples, L. (1999). Parents and Children together (PACT): a collaborative approach to phonological therapy. International Journal of Language and Communication Disorders, 34, 35-55.
  6. Bron, A., de Groot, M., Scheper, A., & Verheugt, J. (2008). Jessita tan oot de taa niet zeggen. Kinderen met fonologische stoornissen samen in behandeling. Logopedie en Foniatrie, 10, 300-308.
  7. Dijkstra-Buitendijk, W., & van den Engel-Hoek, L. (2017). Fono- Log. Programma voor de fonologische therapie. deel 1. Beuningen, Logopediemateriaal.nl.
  8. Dijkstra-Buitendijk, W., & van den Engel-Hoek, L. (2018). Articulatie. Een beknopt theoretisch en praktisch overzicht voor de logopedische behandeling van kinderen met problemen in de spraakverstaanbaarheid. (2ed.). Beuningen, Logopediemateriaal.nl.
  9. Doornik, A. van, & Terband, H. (2013). Schaal voor verstaanbaarheid in de context. Vertaling van: Intelligibility in Context Scale (ICS), McLeod, H., McCormack, 2012.
  10. Elen, R., & Manders, E. (2014). Articulatie- en fonologische stoornissen. (1ed.). Antwerpen Maklu.
  11. Haasjes-Jongsma, W., & de Boer-Jongsma, N. (2017). LOGO-Art Basis. Oldemarkt, LOGO-Art.
  12. Higgs, J., Jones, M. A., Loftus, F., & Christensen, N. (2008). Clinical Reasoning in the Health Professions. (3ed.). Sydney Elsevier.
  13. Hodson, B. (2007). Evaluating & Enhancing Children´s Phonological Systems: Research & Theory to Practice. Greenville SC: Thinking Publications University.
  14. Howell, J., & Dean, J. (1998). Fonologische stoornissen. Behandeling van kinderen volgens de Metaphontherapie. (Vertaling W. Leijdekker-Brinkman). Amsterdam, Pearson Assessment and Information B.V.
  15. Leijdekker-Brinkman, W. (2002, 2005). Metaphonbox. Amsterdam, Pearson Assessment and Information B.V.
  16. Maassen, B., van Haaften, L., Diepeveen, S., Terbrand, H., van den Engel-Hoek, L., Veenker, T., & de Swart, B. (2018). Computer Articulatie Instrument (CAI). Amsterdam, Uitgeverij Boom.
  17. Overvelde, A., Bommel, I. v., Bosga, I., Cauteren, M. v., Halfwerk, B., Smits-Engelsman, B., & Nijhuis-van der Sanden, R. (2011). Motorische schrijfproblemen bij kinderen. Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie, 121(2 Supplement ), 1-65.
  18. Terband, H., Maassen, B., & Maas, E. (2016). Een procesgerichte aanpak van differentiaaldiagnostiek en therapieplanning bij spraakontwikkelingsstoornissen. Stem- Spraak- en Taalpathologie, 21-31.