Samenvatting

In verschillende revalidatiecentra en verpleeghuizen wordt de Utrechtse Schaal voor Evaluatie van klinische Revalidatie (USER) gebruikt als meetinstrument om de zelfstandigheid op activiteitenniveau en subjectieve aspecten als stemming, vermoeidheid en pijn van klinische patiënten met een beroerte in kaart te brengen. Afname van de USER bij personen met afasie blijkt in de praktijk echter lastig. Het doel van dit onderzoek was na te gaan of het mogelijk is om een afasievriendelijke versie van de USER (USER-A) te ontwikkelen. In een vooronderzoek werden drie pictosystemen bij gezonde personen getest. Het geselecteerde systeem is toegepast op een aantal vragen van de USER (USER-A) en deze aanpassing is daarna getest bij 53 patiënten met verworven hersenletsel met en zonder afasie. De betrouwbaarheid van deze aanpassing werd gemeten met de Intra Class Correlatiecoëfficiënt en bleek over het algemeen voldoende. Dit onderzoek geeft daarmee een positief beeld van de betrouwbaarheid van de USER-A bij personen met en zonder afasie. Het verdient aanbeveling om de gehele USER op deze manier aan te passen en nogmaals te onderzoeken of deze aangepaste versie betrouwbaar af te nemen is.


87 Weergaven
0 Downloads
Log in
De Utrechtse Schaal voor Evaluatie van klinische Revalidatie (USER) werd ontwikkeld binnen De Hoogstraat Revalidatie (Post, Van de Port, Peter, Baines & van Berlekom, 2006) en wordt daar sinds 2008 gebruikt om de zelfstandigheid op activiteitenniveau en subjectieve aspecten als stemming, vermoeidheid en pijn van revalidanten tijdens de klinische revalidatie in kaart te brengen. Inmiddels wordt de USER in de meeste Nederlandse revalidatiecentra en in een aantal verpleeghuizen gebruikt en is dit instrument door het revalidatieveld gekozen als het standaard meetinstrument voor de uitkomst van klinische revalidatie van mensen met een beroerte (Willems, Berdenis Van Berlekom, Van Asbeck, & Post, 2010). De betrouwbaarheid en validiteit van de USER bleken in eerder onderzoek voldoende tot uitstekend te zijn (Post, Van de Port, Kap, & Berdenis van Berlekom, 2009). In dat onderzoek werden personen met afasie (PMA) echter uitgesloten van deelname.

De USER wordt in De Hoogstraat Revalidatie afgenomen door verpleegkundigen in de eerste week van opname en bij ontslag uit de kliniek. Binnen sommige teams van De Hoogstraat Revalidatie streeft men ernaar de USER ook voor iedere teambespreking in te vullen. Bij voorkeur wordt de gehele USER samen met de revalidant ingevuld. De zes subjectieve items (pijn, vermoeidheid, somberheid, angst, boosheid en verdriet) dienen steeds samen met de patiënt te worden ingevuld. In de praktijk blijkt echter dat de verpleegkundige bij revalidanten met verworven hersenletsel en afasie de USER vaak zonder de revalidant invult. De subjectieve items worden zelfs vaak achterwege gelaten. PMA worden vanwege hun communicatieproblemen vaker uitgesloten van deelname aan onderzoek met vragenlijsten. Dit is een ongewenste situatie omdat hun situatie en problematiek daarmee onderbelicht blijft (Dalemans, Wade, Van Den Heuvel & De Witte, 2009). De laatste jaren neemt in de zorg en het onderzoek in Nederland de -aandacht voor het toegankelijk maken van informatie/vragenlijsten voor PMA

Literatuurlijst

  1. Bos, N., Triemstra, M., Ruijter, L., Wiegers, T., & Plass, A.M. (2015). Afasiezorg in beeld: ontwikkeling van de CQ-index Afasie. Gevonden op 10 december 2015 op www.nivel.nl
  2. Brennan, A., Worrall, L., & McKenna, K. (2005). The relationship between specific features of aphasia-friendly written material and comprehension of written material for people with aphasia: an exploratory study. Aphasiology , 19 (8), 693-711. doi: 10.1080/02687030444000958
  3. Dalemans, R., Wade, D.T., Van Den Heuvel, W., & De Witte, L.P. (2009). Facilitating the participation of people with aphasia in research: a description of strategies. Clinical Rehabilitation , 23, 948-959. doi: 10.1177/0269215509337197
  4. De Jong, W. (2012). Onderzoek naar de betrouwbaarheid van een afasievriendelijke versie van de USER [thesis]. Arteveldehogeschool Gent.
  5. De Renzi, E. & Faglioni, P. (1978). Normative data and screening power of a shortened version of the Token Test. Cortex: a journal devoted to the study of the Nervous System and behaviour , 14 (1), 41-49. doi: 10.1177/0269215507087462
  6. Dietz, A., Hux, K., McKelvey, M.L., Beukelman, D.R., & Weissling, K. (2009). Reading comprehension by people with chronic aphasia: a comparison of three levels of visuographic contextual support. Aphasiology , 23 (7-8), 1053-1064. doi: 10.1080/02687030802635832
  7. Heesbeen, I.M.E. (2001) Diagnostiek en herstelmeting van taalproblemen na niet-aangeboren hersenletsel .
    Proefschrift Universiteit Utrecht
  8. Howe, T.J., Worrall, L.E., & Hickson, L.M.H. (2004). What is an aphasia-friendly environment? Aphasiology , 18 (11), 1015-1037. doi: 10.1080/02687030444000499
  9. Post, M., Van De Port, I., Peeters, R., Baines, R., & Van Berlekom, S. (2006). USER: een nieuw generiek meetinstrument voor het vastleggen van uitkomsten van klinische revalidatie. Revalidata , 132, 23-27.
  10. Post, M.W., van de Port, I.G., Kap, B., & Berdenis van Berlekom, S.H. (2009). Development and validation of the Utrecht Scale for Evaluation of Clinical Rehabilitation (USER). Clinical Rehabilitation , 23, 909-917. doi: 10.1177/0269215509341524
  11. Rose, T.A. (2010). Written stroke and aphasia information: preferences of people with aphasia [thesis]. The University of Queensland. > Rose, T.A.,
  12. Worrall, L.E., Hickson, L.M., & Hoffmann, T.C. (2011). Exploring the use of graphics in written health information for people with aphasia. Aphasiology , 25 (12), 1579-1599. doi: 10.1080/02687038.2011.626845
  13. Rose, T.A., Worrall, L.E., Hickson, L.M., & Hoffmann, T.C. (2011). Aphasia friendly written health information content and design characteristics. International Journal of Speech-Language Pathology , 14 (3), 335-347. doi: 10.3109/17549507.2011.560396
  14. Rose, T.A., Worrall, L.E., & McKenna, K.T. (2003). The effectiveness of aphasia-friendly principles for printed health education materials for people with aphasia following stroke. Aphasiology , 17 (10), 947-963. doi: 10.1080/02687030344000319
  15. Snodgrass, J.G. &Vanderwart, M. (1980). A standardized set of 260 pictures: norms for name agreement, image agreement, familiarity, and visual complexity. Journal of Experimental Psychology: Human Learning and Memory , 6 (2), 174-215.
  16. Szekely, A., D’Amico, S., Devescovi, A., Fredermeier, K., Herron, D., Iyer, G., … Bates, E. (2003). Timed picture naming: extended norms and validation against previous studies. Behaviour Research Methods, Instruments & Computers , 35 (4), 621-633.
  17. Van Loon-Vervoorn, W.A. (2003). Verkorte Boston. Intern document: Revalidatiecentrum De Hoogstraat/Universiteit. Utrecht: vakgroep Psychonomie.
  18. Visch-Brink, E.G., Stronks, D.L., & Denes, G. (2005). De Semantische Associatie Test . Amsterdam: Harcourt Assessment B.V.
  19. Visch-Brink, E., Van de Sandt-Koenderman, M., & El Hachioui, H. (2010). ScreeLing . Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  20. Ward, L. & Townsley, R. (2005). It’s about the dialogue: Working with people with learning difficulties to develop accessible information. British Journal of Learning Disabilities , 33 (2), 59-64. doi: 10.1111/j.1468-3156.2005.00346.x
  21. Willems, M., Berdenis Van Berlekom, S., Van Asbeck, F., & Post, M. (2010). The continuing story: USER als uitkomstmeting van klinische revalidatie. Revalidata , 156, 6-9. Gevonden op 1 oktober 2012 op www. dehoogstraat.nl