Lees verder
Roos Plaatsman

De eerste vraag die werd gesteld tijdens de introductiedag voor de deeltijdstudie logopedie was: waarom juist deze studie? De één wilde meer zingeving in haar werk, de ander had een kind die doof was geboren, iemand anders had een vriendin die aanstekelijk enthousiast was over het vak. Ik antwoordde dat ik als zangeres meer te weten wil komen over de stem en stemproblemen wil kunnen behandelen.

Door de jaren heen heb ik vaak studenten gehad die op een bepaald moment stemproblemen kregen waarmee ik ze niet kon helpen. Maar het eigenlijke moment dat ik besefte dat ik logopedist wilde worden is toen de Amerikaanse kno-arts Claudio Milstein van de Cleveland Clinic tijdens een congres een paar casussen van patiënten besprak. Heel specifiek ging hij in op de medische diagnose en behandeling, ik begreep er helemaal niks van.

Maar ter illustratie liet hij ook opnames horen van de patiënten. Een patiënt kon alleen maar fluisteren en de ander had zo’n gespannen stemgeving dat elk gesproken woord moeite kostte. Dit ging bij mij door merg en been en de tranen liepen over mijn wangen. Misschien werd ik er zo door geraakt omdat mijn stem zo belangrijk voor me is, omdat ik mezelf een beetje kwijtraak als ik niet elke dag zing.

Ik had een zelfde soort ervaring toen ik tijdens de module neurologie een interview deed met een afasiepatiënt die niet meer op woorden kon komen. En toen ik een filmpje zag van een parkisonpatiënt die niet goed te verstaan was. Ik zag hoe kwetsbaar en hulpeloos je je kan voelen als je niet meer kunt communiceren, je niet meer kunt uiten. Als logopedist heb je de mogelijkheid om iemands kwaliteit van leven aanzienlijk te verbeteren. Voor een werkend logopedist is dit misschien de reden dat je elke dag naar je werk gaat. Voor een net gestarte deeltijd student is dit het doel om de komende jaren voor ogen te houden.  

Roos Plaatsman