Tijdens de webinar zijn veel vragen gesteld. Helaas zijn ze niet allemaal aan bod gekomen. Op deze pagina beantwoorden we de komende tijd de vragen die open stonden.

 

  • Ik heb een mevrouw die in april 2020 Corona heeft gehad. In oktober 2020 is zij bij mij in de praktijk gestart. Komt zij nu wel of niet in aanmerking voor de herstelzorg? Zij valt dan niet binnen de termijn van maximaal 4 maanden tussen het einde van het acute infectiestadium van de COVID-19 en het moment van verwijzing. Moet ik haar dan de diagnosecode 9500 of gewoon de diagnosecode voor stem?

Deze situatie valt onder een uitzonderingsregel. Voor paramedische herstelzorg die is gestart vóór 1 november 2020 geldt geen nadere voorwaarde voor de tijdsperiode die ligt tussen het einde van het acute infectiestadium van de COVID-19 en het moment van verwijzing.
De overige verplichten zoals de verslaglegging en de behandeltermijn gelden wel.

  • Zijn de presentaties van het webinar nog terug te kijken?

Ja, dat kan hier.

  • Is er bij de diagnosecode 9500 wel of geen aanspraak op het eigen risico?
    • Voor paramedische herstelzorg na COVID-19 geldt het eigen risico.

Deze herstelzorg valt onder het eigen risico, dat elk kalenderjaar van toepassing is. Wanneer de zorg zich uitstrekt over meer dan één kalenderjaar, dan is voor het volgende kalenderjaar opnieuw het eigen risico van toepassing.

  • Zijn er aandachtspunten voor ongecontracteerde zorg?
    • Nee, deze zorg wordt vergoed vanuit de basisverzekering. Voor de uitvoering van de regeling maakt het niet uit of de zorgverlener gecontracteerd of ongecontracteerd werkt.
  • Wanneer maakt iemand aanspraak op de Covid herstelzorg?
    • Mensen met ernstige COVID-19, die tijdens hun herstel ernstige klachten of beperkingen ervaren kunnen in aanmerking komen voor de vergoeding van paramedische herstelzorg. De huisarts of medisch specialist bepaalt op grond van de klachten welke zorg nodig is. Wanneer iemand aanspraak maakt op deze regeling worden de kosten van deze zorg vergoed uit de basisverzekering. Er zijn voorwaarden verbonden aan deze vergoeding.

Belangrijke voorwaarden:

  • Mensen moeten tijdens hun herstel van COVID19 ernstige klachten of beperkingen ervaren.
  • De huisarts of medisch specialist* bepaalt op grond van de klachten of iemand in aanmerking komt voor paramedische herstelzorg en geeft een verwijzing voor de zorg die nodig is.
  • Het is per patiënt verschillend hoeveel zorg van welke zorgverlener er nodig is. Per zorgvorm is er wel een maximum gesteld aan het aantal behandelingen. De maximale periode van behandeling is 6 maanden.
  • Patiënten moeten bereid zijn mee te werken aan onderzoek, waarmee de effecten van deze zorg in kaart worden gebracht. Er moet toestemming gegeven worden om behandelgegevens van deze herstelzorg te delen met de onderzoekers.

* Bedoeld wordt de medisch specialist die betrokken is geweest bij de behandeling van de COVID-19-patiënt in het ziekenhuis of bij de revalidatiebehandeling in een revalidatie-instelling (Medisch specialistische revalidatiezorg of Geriatrische revalidatiezorg).

  • Hoeveel tijd mag er maximaal zitten tussen het acute infectiestadium van COVID-19 en de verwijzing?
    • Voor paramedische herstelzorg die aanvangt op of na 1 november 2020 geldt een tijdsperiode van maximaal 4 maanden tussen het einde van het acute infectiestadium van de COVID-19 en het moment van verwijzing.

Na verwijzing moet de 1e behandelsessie binnen 1 maand plaatsvinden.

Voor paramedische herstelzorg die is gestart vóór 1 november 2020 geldt geen nadere voorwaarde voor de tijdsperiode die ligt tussen het einde van het acute infectiestadium van de COVID-19 en het moment van verwijzing.

  • Geldt de aanspraak alleen voor nieuwe COVID-19-patiënten?
    • Het gaat niet alleen om patiënten met een nieuwe indicatie. Mensen kunnen al wat langer geleden COVID-19 hebben doorgemaakt en enige tijd in de herstelfase zitten. De vergoeding van paramedische herstelzorg geldt vanaf 18 juli 2020. Paramedische behandelingen die voor 18 juli 2020 zijn gegeven ter bevordering van het herstel na COVID-19 worden niet vergoed onder deze regeling. Het is wel mogelijk om deze zorg te beëindigen en te starten met herstelzorg.
  • Moeten alle paramedische behandelingen die vallen onder herstelzorg binnen 6 maanden plaatsvinden?
    • Bij herstelzorg gaat het om integrale zorg waarbij per patiënt vóór aanvang van de zorg wordt gekeken (in beginsel door de verwijzer), welke disciplines er betrokken moeten worden en in welke omvang/duur. De herstelzorg moet plaatsvinden in maximaal 6 maanden Dat betekent dat de eerste behandeling van de als eerste ingeplande paramedicus de start markeert van het behandeltraject.

Deze start moet plaatsvinden binnen één maand na verwijzing door de medisch specialist of huisarts. Indien een bepaalde zorgprofessional pas veel later dan deze startdatum betrokken wordt, blijft nog steeds de maximale behandelduur van 6 maanden vanaf de  startdatum van kracht. De huisarts beoordeelt op basis van de rapportages van de betrokken zorgverleners na ongeveer 3 maanden hoe de herstelzorg is verlopen en of de dan nog geboden zorg in goede verhouding staat tot de resterende klachten en reeds opgetreden herstel. Mocht in de loop van het herstelzorgtraject blijken dat een nog niet betrokken paramedicus betrokken moet worden, dan zal dit alsnog door de verwijzer moeten worden aangegeven.

  • Geldt de datum van de 1e behandeling ook voor de andere paramedische zorgverleners?
    • De datum van de 1e paramedische behandeling geldt als startdatum voor alle paramedische herstelzorg. Vanaf 1 november geldt dat de behandeling moet starten binnen 1 maand na de verwijzing door de huisarts of medisch specialist.
  • Is de reguliere aanspraak op fysio- en oefentherapie, ergotherapie, diëtetiek en logopedie nog geldig na in werking treden van deze regeling?
    • Nee, de eerdere algemene aanspraken op ergotherapie, diëtetiek, logopedie en fysio- of oefentherapie zijn vervallen per 18 juli 2020.

Indien al wel een behandeling was gestart, dan kan de betrokken zorgverlener een nieuwe behandeling starten als onderdeel van deze herstelzorg, indien er een verwijzing is van medisch specialist of huisarts, voldaan is aan alle voorwaarden en de patiënt bereid is aan het onderzoek mee te doen. De vergoeding vindt plaats op basis van de nieuwe regeling, waarbij de maximale aantallen behandelingen en behandeluren gelden vanaf 18 juli 2020. De andere aanspraken kunnen niet meer gebruikt worden voor gezondheidsproblemen die zijn veroorzaakt door covid-19. De andere algemene aanspraken kunnen vanaf 18 juli 2020 niet meer gebruikt worden voor gezondheidsproblemen die zijn veroorzaakt door COVID-19.

  • Is het geven van toestemming voor deelname aan het onderzoek een voldoende grondslag voor de verwerking van de persoonsgegevens van de patiënten in het kader van dit onderzoek?
    • De grondslag voor de verwerking van de persoonsgegevens door de zorgaanbieder is de overeenkomst tussen de patiënt en de zorgaanbieder (artikel 9, lid 2, onderdeel h, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)). Die overeenkomst met de zorgaanbieder heeft mede betrekking op het verrichten van onderzoek in het kader waarvan de zorg wordt verleend. De verwerking van de persoonsgegevens door het onderzoeksbureau is gebaseerd op de toestemming van betrokkene (art 9, lid 2, onderdeel a, van de AVG). Indien de betrokkene geen toestemming geeft, dient te worden volstaan met geanonimiseerde gegevens in plaats van gepseudonimiseerde gegevens. De gevraagde toestemming voor de verwerking van persoonsgegevens kan in dit geval vrijelijk worden gegeven omdat de zorg bij het onthouden van deze toestemming toch verleend wordt.
  • Hoe is het onderzoek opgezet?
    • Het onderzoek bestaat uit 2 delen: het retrospectieve deel en het prospectieve deel. Als de zorg start vóór aanvang van het prospectieve onderzoek dan moet de zorgverlener 2 keer toestemming vragen. Als de zorg start na aanvang van het prospectieve onderzoek dan hoeft de zorgverlener maar 1 keer toestemming te vragen. De situatie dat de zorgverlener 2 keer toestemming moet vragen is dus tijdelijk. Voor het retrospectieve deel van het onderzoek is mondelinge toestemming van de patiënt voldoende. In februari 2021 start de dataverzameling van het prospectieve deel van het onderzoek. Voor dit deel van het onderzoek vraagt de zorgverlener schriftelijke toestemming aan de patiënt, en de patiënt bevestigt de eerder gegeven mondelinge toestemming.
    • Het 1e deel van het onderzoek wordt gedaan met reguliere gegevens die in het behandeldossier van elke zorgverlener worden vastgelegd. Daarin zitten ook vragenlijstgegevens of testen die de therapeut in de praktijk gebruikt. In het 2e deel van het onderzoek worden naast de regulier vastgelegde gegevens aanvullende gegevens verzameld via bij voorkeur de app.
  • Waar kan ik de meetinstrumenten vinden?
    • Je vindt de meetinstrumenten hier
  • Wanneer moeten deze meetinstrumenten worden afgenomen?

    • Een overzicht van wanneer de specifieke uitkomstmaten voor de logopedie afgenomen dienen te worden vindt je hier
  • Waar vind ik een overzicht van alle meetmomenten?
    • Een overzicht van alle meetmomenten vindt je hier
  • Worden de ingevulde vragenlijsten ook inzichtelijk gemaakt voor de behandelde therapeut?
    • Ja, dit wordt via het onderzoek terug gekoppeld. Helaas is het niet mogelijk gebleken een koppeling te maken tussen de app en het EPD vanwege de hoge kosten. Het is aan te raden deze gegevens, als jij ze ook in je dossier wilt registreren, zelf op te slaan.
  • Waar scharen we de ademproblematiek onder?
    • De uitkomstmaten van dit onderzoek zijn afgelopen augustus, toen het onderzoek ingediend werd, al vastgesteld. Er is toen gekozen, ook vanwege het beperken van administratieve last, de twee tot dan toe bekendste problemen te identificeren. Dit wordt gedaan middels het invullen van de DHI en VHI door de patiënt en de logopedist dient de MSS en de MFD af te nemen. De MFD is een maat voor ademcapaciteit en stembeheersing. Ademproblematiek wordt hiermee dus ook gemeten.

Mocht je aanvullende meetinstrumenten gebruiken, al dan niet valide, noteer ze in het dossier, deze kunnen waarschijnlijk retrospectief geanalyseerd worden en dus ook meegenomen in de uiteindelijke conclusies. Dit geldt uiteraard voor alle logopedische problematiek die geconstateerd wordt.

  • Via het kwalitatief deel van het onderzoek wordt ook geïnventariseerd welke behandelmethoden logopedisten inzetten? En wanneer komen die gegevens beschikbaar?
    • Dat is op dit moment nog niet bekend.