Missie en visie

De primaire focus van de vereniging is de aandacht die zij geeft aan haar leden. De leden staan centraal, bij alle diensten, bij alle projecten, bij partnerships en bij alle communicatie. Het is de missie van de NVLF om de belangen van haar leden te behartigen en als gids voorop te gaan in een veranderend zorglandschap zodat de cliënt/patiënt in alle levensfasen verzekerd is van kwalitatief hoogstaande logopedische zorg.

De NVLF heeft haar visie vertaald naar de volgende 7 punten:

1. Een reële beloning voor waardevol werk
Logopedie draagt bij aan een betere kwaliteit van leven en aan een inclusieve samenleving. Logopedisten zijn hoogwaardig opgeleide deskundigen. De waarde van hun werk verdient een reële beloning en tariefstelling, ook om de aantrekkelijkheid van het beroep in de toekomst veilig te stellen. Dit is noodzakelijk om te kunnen blijven voldoen aan de zorgplicht.
Dit betekent:

  • Een inkomen dat recht doet aan aard en inhoud van de werkzaamheden.
  • Inschaling in onderwijs en gezondheidszorg gebaseerd op actuele beoordeling van de taken.

2. Vermindering van werkdruk
Te hoge werkdruk schaadt zorgverleners als persoon, draagt bij aan uitval en vermindert de aantrekkelijkheid van het vak voor nieuwkomers op de arbeidsmarkt. Dat holt op termijn de beschikbaarheid van voldoende zorg(verleners) uit. Een vermindering van vermijdbare werkdruk is noodzakelijk. Dus: schrappen van administratieve handelingen en registraties die niet aantoonbaar bijdragen aan kwaliteitsverhoging en doelmatigheid. Dat geldt zowel voor de eerstelijnspraktijken als in het onderwijs en de zorg.
Dit betekent:

  • Alleen vastleggen van informatie die noodzakelijk is voor goede, doelmatige zorg.
  • Terugkoppeling aan alle zorgverzekeraars op één uniforme wijze.
  • Alleen nieuwe verplichtingen als die onontkoombaar zijn.

3. Eenvoudig inzichtelijk maken van kwaliteit
De NVLF beoogt een kwaliteitsregistratie van alle logopedisten en werkt actief aan een voortdurende kwaliteitsverbetering. Dit is van belang voor de zorg en laat zien dat logopedisten verantwoording willen afleggen over hun handelen aan patiënten, cliënten en (ouders van) leerlingen, maar ook aan hun financiers en opdrachtgevers zoals zorgverzekeraars en directies van zorginstellingen en scholen. Het is gewenst de kwaliteit zo effectief en eenvoudig mogelijk inzichtelijk te maken, zodat de beschikbare tijd en energie maximaal ten goede komt aan de zorgvragers.
Handzame manieren om ervaringen van patiënten/cliënten te toetsen, verhogen hun bereidheid om mee te werken aan onderzoek. Het gaat om de optimale mix tussen gewenst inzicht en minimale extra inspanningen.
Dit betekent:

  • De logopedist geeft inzicht in het handelen op basis van afgesproken data en criteria.
  • De hoeveelheid en aard van te verzamelen data moet in verhouding staan tot het doel.
  • Het meten van cliënttevredenheid (PREM) is onderdeel van het dagelijks werk.
  • Een effectieve terugkoppeling bevordert dat de zorgverlener de werkwijze aanpast.

4. Geen misbruik van kwaliteitsinstrumenten
Kwaliteitsinstrumenten zijn belangrijk voor inzicht in het handelen. Afwijkingen van wat binnen de beroepsgroep gebruikelijk is, dienen ertoe de eigen werkwijze kritisch te beoordelen en zo nodig te veranderen. Dat vraagt om een open, toetsbare opstelling. Het gebruik van kwaliteitsinstrumenten om afwijkingen financieel te straffen door het korten op vergoedingen en tarieven staat haaks op de doelstelling.
Dit betekent:

  • Zorgverzekeraars gebruiken verzamelde data voor een dialoog over kwaliteitsverbetering.
  • Zorgverleners worden niet afgerekend op de uitkomsten van aangeleverde data.
  • Afwijkingen van het gemiddelde moeten mogelijk blijven, mits goed onderbouwd.

5. Gedifferentieerde vergoedingen voor verschillend aanbod
De NVLF en het Landelijk Overleg Opleidingen Logopedie hebben geconcludeerd dat specialisaties binnen het vakgebied geen toegevoegde waarde bieden. Niettemin verlenen niet alle logopedisten precies dezelfde zorg. Sommigen hebben zich toegelegd op bijzondere behandelmethoden of specifieke doelgroepen. Veel meer dan nu, moet variatie in vergoedingen hierop inspelen als opslag op een goede basisvergoeding. Dat stimuleert ook de vakontwikkeling. Het is gewenst dat zorgverzekeraars en directies van instellingen en scholen zich meer verdiepen in het gedifferentieerde aanbod en daar de (arbeids)contracten op laten aansluiten.
Dit betekent:

  • Contracten weerspiegelen de veelvormigheid van het vak en sluiten aan op verschillen.
  • Beloning en tarieven zijn in lijn met deze differentiatie en stimuleren de vakontwikkeling.
  • Differentiatie kan pas in beeld komen als een reëel basistarief is gerealiseerd.

6. Pas op de plaats met nieuwe richtlijnontwikkeling
Richtlijnen hebben tot doel het handelen te baseren op actuele wetenschappelijke inzichten. Het slaan van een brug tussen wetenschap en praktijk is de grootste uitdaging. Richtlijnen hebben pas zin als ze in de dagelijkse praktijk worden gebruikt. Dat betekent dat ze gemakkelijk toegankelijk moeten zijn. De beroepsgroep heeft mogelijk hulp nodig bij het gebruik ervan. Wetenschap staat nooit stil. Het is op dit moment echter belangrijker dat bestaande richtlijnen in de dagelijkse praktijk worden geïmplementeerd dan dat steeds nieuwe worden ontwikkeld die op de plank blijven liggen.
Dit betekent:

  • Implementatie van bestaande richtlijnen staat centraal in de kwaliteitsontwikkeling.
  • Er wordt even geen geld en energie gestoken in de ontwikkeling van weer nieuwe NVLF-richtlijnen.

7. Echte onderhandelingsruimte
Basis van de zorgfinanciering zijn onderhandelingen tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Vrije prijsvorming veronderstelt een open markt met gelijke kracht van vraag en aanbod. In de zorg is daarvan geen sprake. Voor zorgverleners is het lastig om gezamenlijk op te trekken omdat de concurrentiewetgeving dit ernstig bemoeilijkt. Zorgverzekeraars hebben een machtspositie. In de praktijk is het doorgaans ‘tekenen bij het kruisje’. Dit staat haaks op de uitgangspunten van de
Zorgverzekeringswet.
Dit betekent:

  • Het financieringssysteem vereist echte onderhandelingsmogelijkheden voor alle typen zorgverlening.
  • Er moet een beter evenwicht komen tussen de macht van aanbieders en verzekeraars.
  • Het is gewenst dat er meer mogelijkheden komen om gemeenschappelijk op te trekken