Lees verder

PPN, KNGF en SKF hebben gezamenlijk een verzoek ingediend bij ZN om vergelijkbare regelingen in het leven te roepen voor de omzetderving en meerkosten die paramedische praktijken in 2021 en 2022 hebben geleden vanwege Covid-19. ZN heeft dit verzoek niet gehonoreerd en daarmee blijft de keuze om geen regelingen aan te bieden gehandhaafd. De NVLF betreurt dit besluit ten zeerste.

Volgens ZN was in  2020   sprake van een acute situatie waar niemand zich op kon voorbereiden. Door maatregelen vanuit de overheid werden vrijwel alle sectoren, waaronder de paramedische zorg, gedwongen te sluiten. Vanuit de verantwoordelijkheid die zorgverzekeraars hebben voor de continuïteit van de zorg hebben zij in 2020 de ‘continuïteitsbijdrage’ in het leven geroepen. Daarnaast hebben de verzekeraars een ‘meerkostenregeling’ opgezet, waarmee zorgaanbieders tegemoetgekomen werden in de meerkosten die ze vanwege Covid-19 hebben gemaakt, zoals voor de inrichting van de praktijkruimte zodat 1,5 meter gehouden kan worden of persoonlijke beschermingsmiddelen.


Kritischer

Voor het jaar 2021 is kritischer gekeken naar de noodzaak om regelingen in het leven te roepen. Daarbij hebben zorgverzekeraars kaders gesteld, waarbij de voornaamste is dat alleen regelingen worden getroffen als de (toekomstige) continuïteit van (groepen van) aanbieders aantoonbaar in gevaar komt, als direct gevolg van beperkende (overheids)maatregelen in relatie tot Covid-19. Naar de mening van de zorgverzekeraars is dit bij paramedische zorg niet aan de orde.
De cijfers bij Vektis laten een toename van declaraties zien, zowel ten opzichte van 2020 als van 2019. Over de hele linie zien zorgverzekeraars hierom geen noodzaak voor een continuïteitsbijdrage voor 2021 (en 2022). Indien voor individuele zorgaanbieders wel sprake is van een direct risico, dan staan de reguliere wegen open om in gesprek te gaan met de preferente zorgverzekeraar, die de situatie zal beoordelen vanuit zijn zorgplicht.

Meerkosten

Voor de meerkosten hanteren zorgverzekeraars dezelfde uitgangspunten. De initiële (eenmalige) investeringen zijn in 2020 gedaan en waren onderdeel van de meerkostenregeling. Dat ook in 2021 sprake was van het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen gold breed in de maatschappij. De kosten voor deze middelen zijn daarnaast ten opzichte van 2020 lager geworden, terwijl de oordelen van de toezichthouders ten opzichte van collectieve regelingen strenger zijn geworden. Om deze reden is begin 2021 gekozen geen nieuwe meerkostenregeling aan te bieden. Alleen voor specifieke situaties waarin sprake is van directe Covidzorg is soms een andere keuze gemaakt.

Lees de reactie van ZN hier.