Lees verder
Kinderen met taalontwikkelingsstoornis (TOS) worden de laatste jaren beter gesignaleerd. Zo kunnen ze sneller zorg ontvangen op de voor hen best passende plek. Maar over hoeveel kinderen in zorg gaat het nu eigenlijk?
Redactie

NVLF, Federatie van Nederlandse Audiologische Centra (FENAC) en Samenwerkingen Instellingen voor mensen met Auditieve en/of Communicatieve beperkingen (SIAC) hebben de eigen data bij elkaar gebracht en in november 2017 is inzage gegeven in de aantallen van kinderen met een (vermoeden van) TOS in de keten van eerstelijns logopedie, AC en ZG-behandeling. Die cijfers zijn in deze nieuwe versie aangevuld met cijfers over 2017.

Zoals verwacht is in 2017 een groei van het aantal kinderen te zien ten opzichte van 2015 in alle drie de onderdelen van de keten. Deze stijging is te verklaren door de uitrol die afgelopen jaren heeft plaatsgevonden van invoering van de handreiking bij consultatiebureaus. Het grootste deel van de kinderen met een (vermoeden van) TOS ontvangen behandeling binnen de eerstelijns logopedie. Van de kinderen die worden verwezen naar een AC voor spraaktaalonderzoek, komt een (zeer) klein deel terecht bij ZG-behandeling. Ondanks de verwachte groei van aantallen blijven de verhoudingen tussen de onderdelen in de keten nagenoeg gelijk. Er is een lichte, maar zeker niet significante, afname ten gunste van de eerste lijn. Binnen alle drie de onderdelen van de keten laten de cijfers zien dat de groei van het aantal kinderen tot 5 jaar groter is dan de groei van het aantal kinderen van 5 tot 10 jaar. Dit is het beeld dat we willen zien: kinderen met een (vermoeden van) TOS beter en sneller opsporen!

Download hier de factsheet.