Lees verder

SKILZ werkt samen met cliënten, naasten en zorgverleners (waaronder logopedisten) aan het verbeteren van de kwaliteit van de langdurige zorg door het ontwikkelen, beheren en herzien van multidisciplinaire kwaliteitsinstrumenten. Drie logopedisten die hierbij betrokken zijn vertellen wat de stand van zaken is.

In 2018 is de Stichting KwaliteitsImpuls Langdurige Zorg (SKILZ) opgericht met als doel om samen met cliënten, naasten en zorgverleners de kwaliteit van de langdurige zorg te verbeteren. SKILZ doet dit door het ontwikkelen van multidisciplinaire kwaliteitsinstrumenten zoals richtlijnen, handreikingen en zorgstandaarden. SKILZ is ook verantwoordelijk voor het beheren en herzien van deze instrumenten.   

Richtlijn Slikproblemen
Aan de richtlijn Slikproblemen wordt hard gewerkt. Na de start eind 2021 en de knelpuntenanalyse zijn er drie werkgroepbijeenkomsten geweest.

Sifra van Wijnen neemt vanuit haar expertise als logopedist in de ouderenzorg deel aan de werkgroep. Sifra over haar rol: ‘Ik ben actief betrokken bij o.a. het analyseren van knelpunten, het opstellen van uitgangsvragen, het beoordelen van de informatie vanuit het literatuuronderzoek, het vormen van de experts opinie en het ontwikkelen van bijproducten voor een goede implementatie. Daarnaast is het ook mijn rol, om samen met de andere werkgroepleden, de richtlijn onder de aandacht te brengen en zo bij te dragen aan de implementatie van de richtlijn. De werkgroep slikproblemen bestaat uit diverse disciplines (o.a. artsen, verpleegkundige, diëtist, ergotherapeut en persoonlijk begeleider en patiëntvertegenwoordiger) maar ook uit een aantal logopedisten. Zo zijn er twee logopedisten vanuit de verstandelijk gehandicaptensector, één vanuit het ziekenhuis en ik vanuit de ouderenzorg.’

Wat levert deze richtlijn logopedisten uiteindelijk op en wanneer gaan ze daar iets van merken?
Kim Sanders:  ‘Logopedisten werkzaam in de langdurige zorg hebben middels een vragenlijst aan kunnen geven tegen welke knelpunten ze aanlopen bij hun betrokkenheid bij cliënten met slikproblemen. Deze knelpunten zijn door de werkgroep geprioriteerd en er is een keuze gemaakt welke knelpunten uitgewerkt gaan worden in de richtlijn. Hier worden dan uitgangsvragen voor geformuleerd. Het levert de logopedisten dus handvatten op hoe bepaalde vragen het beste benaderd kunnen worden. De beantwoording van deze knelpunten kan d.m.v. twee typen uitgangsvragen, namelijk evidence-based uitgangsvragen en best-practise uitgangsvragen. De uitgangsvragen worden beantwoord met de drie pijlers van richtlijnontwkkeling, namelijk wetenschappelijk bewijs (systematisch literatuuronderzoek), klinische expertise en waarden en ervaringen van cliënten. Nu merk ik in de praktijk dat veel logopedisten worstelen met het signaleren van slikstoornissen bij mensen met een verstandelijke beperking. Omdat er vermoedelijk veel sprake is van ondersignalering maakt iedere instelling eigen beleid. De een gebruikt bijvoorbeeld de signaleringslijst verslikken, de ander ontwikkelt weer een eigen lijst en weer een ander heeft geen beleid op signalering. Deze richtlijn gaat handvatten geven over hoe we dit soort problemen op de beste manier kunnen aanpakken volgens de huidige consensus.’

Sifra: ‘Ik denk dat het goed is dat SKILZ kwaliteitsinstrumenten maakt speciaal voor de mensen die afhankelijk zijn van langdurige zorg. In de praktijk ervaar ik dat bestaande richtlijnen niet altijd de handvatten geven die ik nodig heb binnen de langdurige zorg. Dat komt bijvoorbeeld doordat cliënten niet meer ingestuurd worden naar een ziekenhuis voor een onderzoek en/of behandeling.
De ontwikkeling van een richtlijn neemt tijd in beslag daardoor duurt het nog even voordat de richtlijn af is. De verwachting is dat dit nog zo’n 1,5-2 jaar duurt.’

Lees op de website van SKILZ ook een update over de richtlijn slikproblemen.

Kwaliteitsinstrument Mondzorg
Logopedist Natascha Darlang is betrokken bij de ontwikkeling van een kwaliteitsinstrument voor mondzorg. Natascha: “Eerder is door Verenso de richtlijn Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen (2007) verschenen. Die richtlijn is inmiddels om verschillende redenen verouderd. Er zijn nieuwere wetenschappelijke publicaties verschenen, wetgeving is veranderd en inzichten naar aanleiding van (problemen in) de implementatie van de richtlijn zijn gewijzigd. Momenteel bestaan er geen recentere kwaliteitsinstrumenten die multidisciplinair ontwikkeld zijn.

Daarom is gestart met de ontwikkeling van het SKILZ kwaliteitsinstrument Mondzorg. Het is geen 1-op-1 herziening van de Verenso richtlijn, maar een nieuw te ontwikkelen instrument die de richtlijn van Verenso als basis ziet. De doelgroep van dit nieuwe kwaliteitsinstrument wordt namelijk verbreed naar de SKILZ doelgroep; ouderen en mensen met een verstandelijke beperking (alle leeftijden) die zowel intramuraal als extramuraal woonachtig zijn.

De werkgroep heeft de NVLF benaderd met de vraag of er ook een logopedist beschikbaar was om deel te nemen zodat ook vanuit het logopedisch perspectief meegedacht zou kunnen worden over de richtlijn Mondzorg voor ouderen en mensen met een verstandelijke beperking.

Er zijn in principe vier (online)bijeenkomsten gepland die goed voorbereid worden door de SKILZ procesbegeleider(s) en (vice)voorzitter. Vaak dienen er in de aanloop naar een bijeenkomst wat voorbereidende activiteiten te worden verricht, maar die zijn duidelijk omschreven en vanuit je specifieke expertise goed uit te voeren.

Het is interessant om op een niet-direct-cliëntgebonden manier samen met een afvaardiging van andere disciplines specifiek na te denken over het hoe en waarom van een richtlijn en daarbij dus in de ontwikkelfase al aandacht te kunnen vragen voor de logopedische problematiek. Uiteindelijk zal het de beroepsgroep een instrument opleveren waarbij oog is (geweest) voor de logopedische inbreng.’

Meer informatie over SKILZ lees je op www.skilz.nu.