Lees verder

Vorige maand Kamerlid Lilian Marijnissen (SP) heeft tijdens het debat over Corona deze week samen met de PvdA, GroenLinks, 50PLUS en kamerlid Van Kooten-Arissen een motie ingediend over verlenging van de paramedische herstelzorg voor ex-COVID patiënten.

In deze motie verzocht zij de minister om de termijn van vier maanden (waarbinnen ex-COVID patienten zich na de acute fase voor de regeling moeten melden) te verlengen of te schrappen. Daarnaast verzoekt de motie om de verwijzing die nodig is om voor verlenging van de herstelzorgregeling in aanmerking te komen, niet meer door een medisch specialist, maar door de huisarts te laten geven. Hoewel de minister Van Ark deze motie ontraadde, stemde een meerderheid van de Kamer vóór de motie.

Reactie
In haar reactie schrijft de minister voor Medische Zorg het volgende:

“Opvolging geven aan een motie die een wijziging van het te verzekeren pakket behelst, is lastig gezien de demissionaire status van het kabinet. Tegelijkertijd geldt dat ten tijde van de invoering van de tijdelijke en voorwaardelijke toelating van de paramedische herstelzorg  nog weinig bekend was over het verloop en herstel van ernstige covid-19. Het is dus voorstelbaar dat de voorwaarden in de uitvoering onbedoeld knellen voor een substantiële groep patiënten. Daarom ben ik bereid om naar deze twee voorwaarden te kijken.

Op basis van signalen van beroepsgroepen en ingebrachte casuïstiek blijkt dat er bij verwijzers en behandelaren onduidelijkheid is over het moment waarop de viermaandentermijn ingaat. Mogelijk heeft dat er in de praktijk toe geleid dat de viermaandentermijn te strikt is toegepast. Het Zorginstituut heeft daarom recent verduidelijkt dat de termijn van vier maanden pas ingaat aan het einde van het acute infectiestadium en dat dit stadium bij sommige mensen ook heel lang kan aanhouden. Het Zorginstituut heeft op de website extra toelichting gegeven bij dit stadium en dit ook actief gecommuniceerd naar de beroepsgroepen. Deze verduidelijking kan al veel problemen in de praktijk rondom de viermaandentermijn verhelpen.

Om te kijken of verdere aanpassing nodig is van de voorwaarden, wil ik graag casuïstiek betrekken die bij C-Support wordt ingebracht. Op initiatief van het Zorginstituut is de mogelijkheid gecreëerd dat C-support advies uitbrengt over individuele casussen, waarvoor de uitwerking van de regeling niet duidelijk is of niet passend lijkt. Structureel overleg tussen C-support en het Zorginstituut borgt hierbij een goede interpretatie van de regeling voor deze aanspraak. Patiënten kunnen hun probleemcasus indienen via de website van C-support. Van het Zorginstituut heb ik begrepen dat reeds 200 casussen bij C-Support zijn ingebracht. Uit deze casuïstiek zal moeten blijken in hoeverre de periode van vier maanden en de verwijzing van de medisch specialist voor de tweede behandelperiode knellen in de uitvoering. Op basis daarvan wil ik een besluit nemen over verlenging van de viermaandentermijn en over de verwijzing van de tweede behandelperiode door de huisarts.

Ik verwacht u voor de zomer 2021 over de uitkomsten te informeren.”


Lees hier de volledige brief van de minister aan de Tweede kamer.