Lees verder

Ondanks herhaaldelijk aandringen van zowel werkgevers als zorgvakbonden is minister Van Ark van Medische Zorg niet van plan extra geld vrij te maken voor een structurele verbetering van de arbeidsvoorwaarden van zorgmedewerkers. Dat was haar boodschap tijdens een overleg met zorgvakbonden (waaronder FBZ, de vakbond die mede namens de NVLF onderhandelt over verschillende cao’s in de zorg) en werkgeversorganisaties in de zorg. Dit betekent dat in 2021, een jaar waarin alle grote zorgcao’s moeten worden vernieuwd, de onderhandelingen alles behalve eenvoudig worden.

De overheid draagt jaarlijks bij aan de ontwikkeling van arbeidsvoorwaarden in de zorg, dit moet ervoor zorgen dat de lonen in de zorg marktconform blijven. Deze regeling heet de OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling). De hoogte van de OVA wordt jaarlijks berekend door het Centraal Planbureau (CPB). Voor de COVID-19 crisis werd de hoogte van de OVA voor 2021 geschat op 3,24%, in oktober 2020 is deze verwachting flink naar beneden bijgesteld naar 1,72%. Pas in het voorjaar van 2021 wordt de OVA definitief vastgesteld, maar het is niet uitgesloten dat de uiteindelijke OVA nog lager is. Hierdoor blijft er nauwelijks ruimte over voor de hoognodige verbetering van arbeidsvoorwaarden in de zorg, zeker omdat de pensioenpremie voor veel zorgmedewerkers in 2021 stijgt. Pensioenfonds PFZW heeft aangekondigd de premie met 1,5% te verhogen en ABP met 1%. Door deze stijging houdt zorgpersoneel volgend jaar netto minder geld over en stijgen de loonkosten van werknemers. Toch blijft minister Van Ark stellen dat de overheid genoeg bijdraagt aan verbetering van arbeidsvoorwaarden en dat zorgpersoneel met de zorgbonus al extra beloond is voor de inzet in de coronacrisis.

Inzet FBZ blijft overeind

Ook zonder extra geld vanuit de overheid zet FBZ zich in 2021 in voor haar leden. Niet alleen voor het realiseren van koopkrachtverbetering, maar zeker ook voor oplossingen voor de te hoge werkdruk en het nijpende personeelstekort.