Lees verder
Vorige week dinsdag vond de online bijeenkomst over de uitkomsten van het kostenonderzoek plaats. Heb je hem gemist, dan kun je hem nu terugkijken via onze website. Lees hier de reactie van de NVLF op de eerste vragen en reacties van leden op de uitkomsten van het onderzoek.

Terugkijken
Heb je de online bijeenkomst niet rechtstreeks kunnen volgen? Je kunt de verschillende onderdelen van de sessie terugkijken via www.nvlf.nl/kostenonderzoek2020 (in het blauwe blok aan de rechterkant).

Reactie NVLF
Graag willen wij een eerste reactie geven op de vragen en opmerkingen die via verschillende media (zoals Google forms, Facebook en de live chat van YouTube) zijn binnengekomen bij het bureau naar aanleiding van onze online-bijeenkomst van dinsdagavond 24 maart over de uitkomsten van het Kostenonderzoek Paramedische Zorg.

Onvrede
Een groep deelnemers van dinsdagavond voelde zich niet erkend en niet gehoord. Wij begrijpen dat het kostenonderzoek niet de uitkomsten geeft die de leden hadden verwacht.

Het doel van het kostenonderzoek is inzicht verschaffen in de kostprijzen en betaalbaarheid van de zorg in basis- en aanvullende verzekering voor de paramedische beroepsgroepen, waaronder logopedie. Op basis van 67 door logopedisten ingevulde vragenlijsten zijn representatieve data over de situatie in 2018 opgehaald en geanalyseerd door Gupta. Gupta is het onafhankelijke onderzoeksbureau dat door VWS, ZN en de paramedische beroepsverenigingen  is aangewezen dit onderzoek uit te voeren. We willen nogmaals benadrukken dat de NVLF geen invloed heeft gehad op de selectie van deze logopedisten (het is een aselecte steekproef  geweest op basis van Vektis gegevens)  en de verwerking en weergave van de data.

Waarom worden wij vergeleken met ergo en fysio?
Dit kostenonderzoek paramedische zorg  is uitgevoerd op initiatief van de zorgverzekeraars en ondersteund door het ministerie van VWS en de paramedische beroepsverenigingen PPN, KNGF en SKF naar aanleiding van het Bestuurlijk Akkoord Paramedische Zorg. In het rapport worden de resultaten door Gupta naast die van andere paramedische beroepsgroepen gezet. Dat wil uiteraard niet zeggen dat de praktijkvoering en behandelingen identiek zijn. Dat realiseren Gupta én de NVLF zich heel goed. Een vergelijking geeft wel mogelijkheden te kijken waar van elkaar kan worden geleerd bij het uitvoeren van oa praktijkvoering.

Waar is de norm die Gupta hanteert op gebaseerd?
Naast de rapportage van de uitkomsten van de 67 vragenlijsten, heeft Gupta een normatieve benadering voor personeels- en praktijkkosten gemaakt. Deze is gebaseerd op eisen die vanuit zorgverzekeraars (oa registratie) , overheid (oa bedrijfsvoering) en beroepsvereniging (oa m2 per normpraktijk) worden gesteld. Daarnaast is deze benadering gebaseerd op beschikbare relevante bronnen (oa  CBS, cao ziekenhuizen, Vektis, NZa monitor, Funda en opgevraagde offertes) , logica en zogenaamde ‘expert opinion’. In de normatieve benadering wordt uitgegaan van een specifieke bezetting van de agenda en bedrijfsvoering.

Deze norm is niet van de ene op de ander dag haalbaar en vergt mogelijk een structureel andere manier van werken en organiseren voor sommige praktijken. Hoe we dat kunnen doen, gaan we ons komende tijd gezamenlijk over buigen.

Wat verstaan jullie onder efficiënter werken?
Efficiency, ofwel doelmatigheid, houdt in dat met zo min mogelijk inspanningen zo veel mogelijk resultaat wordt behaald. Dit betekent dat van de beschikbare uren per week zoveel mogelijk uren besteed worden aan de patiënt, die merendeels ook gedeclareerd kunnen worden.

Hoe kunnen we de productiviteit verhogen?
Productiviteit geeft de verhouding aan tussen het aantal gedeclareerde uren per week en het gerealiseerde aantal uren. Een normatieve productiviteit van 60% betekent dat, bij een werkweek van 38,5 uur, 23,1 uren behandeld wordt. Bij een behandelingsduur van 30 minuten zijn dit 46,2 behandelingen per week. Dus ruim 9 behandelingen per dag. Let wel, dit is bij 52 weken. Bij 45 weken (dus 7 weken verlof) betekent dit 10 a 11 behandelingen per dag. En bij 40 weken (alle schoolvakanties dicht) dan zijn dit 12 behandelingen per werkdag.

Op basis van de ingevulde vragenlijsten blijkt dat veel logopediepraktijken een productiviteit van 60% (de 60% wordt onderbouwd op pag 86 van het rapport) in  2018 niet haalden. Dat wordt veroorzaakt door hoge indirecte patiëntgebonden uren (m.n. administratieve lasten) en niet-patiëntgebonden uren (zoals studie en management).
De NVLF wil graag, met behulp van de nog te vormen werkgroep, nagaan welke activiteiten, behorende tot niet-declarabele uren, kunnen worden verlaagd of gestopt. Daarnaast zal worden gekeken welke werkzaamheden gedeclareerd kunnen gaan worden, waarbij dat nu nog niet het geval is.

De NVLF is van mening dat de huidige situatie met het hoge aantal niet-declarabele uren niet te handhaven is en niet vol te houden door de logopedisten. Dit zullen we structureel moeten veranderen. Hoe we dat gaan doen bespreken we met jullie, de leden, met zorgverzekeraars en alle andere betrokken partijen.

Hier is naar aanleiding van ‘schrappen en verbeteren’ al veel aan bijgestuurd, oa Richtlijn Dossiervorming en EPD focusgroep. Het blijkt dat dit in de praktijk nog onvoldoende wordt opgepakt. Het is dus belangrijk dat hier opnieuw goed naar moet worden gekeken hoe dit structureel kan worden veranderd.
De NVLF wil dit niet top-down doen maar vanuit de input van het werkveld manieren wil formuleren waarop praktijken hun productiviteit kunnen verhogen.

Streeft de NVLF naar uitsluitend praktijken met 5 medewerkers?
Sommige deelnemers hebben uit de sessie opgemaakt dat NVLF uitsluitend praktijken met 5 medewerkers nastreeft. Dit is niet wat wij hiermee hebben bedoeld. De NVLF heeft het afgelopen jaar bij praktijkhouders jaarcijfers opgevraagd. Op basis van de analyse van deze cijfers is geconstateerd dat een praktijkvoering met 5 tot 10 medewerkers zorgt voor een werksituatie waarbij werkzaamheden, taken en opbrengsten in balans lijken te zijn. In de werkgroep-bijeenkomsten zal hier verder op ingegaan worden. Tevens zullen we bekijken of er alternatieve bedrijfsvormen te vormen zijn.

Waarom gaat de NVLF niet staan voor wat er veranderd moet worden. Niet steeds hetzelfde blijven onderzoeken en opties ‘voorleggen’, maar met oplossingen komen?
De NVLF is wel degelijk bezig met het nadenken over veranderingen die kunnen bijdragen aan een verandering in praktijkvoering. Een aantal leden had echter verwacht dat de NVLF al met oplossingen zou komen. Dit is niet de keuze van het bestuur, zij wil geen oplossingen opleggen, maar samen met de leden tot oplossingen komen.
Het bestuur ziet het rapport van het Kostenonderzoek als onderdeel van de reeds ingezette stappen om tot een verbetering van efficiency en productiviteit te komen. . De komende periode gaat de NVLF in gesprek met de zorgverzekeraars over de consequenties van de uitkomsten.

Hoe nu verder?
Wij zullen jullie de komende maanden op de hoogte houden van alle activiteiten rondom het vervolg op het kostenonderzoek. Specifiek naar aanleiding van het kostenonderzoek zal de NVLF zich richten op het samenstellen van de werkgroep en we gaan aan de slag met een infographic om e.e.a. te verduidelijken. De reeds ingezette stappen zullen een vervolg krijgen.

Meld je aan voor de werkgroep
Tot slot willen wij nogmaals een oproep doen voor deelname aan de werkgroep die zich de komende drie maanden gaat buigen over concrete oplossingen om de productiviteit te verhogen en de bedrijfsvoering te optimaliseren. We zien graag een samenstelling van de werkgroep met leden van solo- en groepspraktijken en van praktijkhouders van wie de praktijk op dit moment al een hogere productiviteit heeft én praktijken die hiermee worstelen. De eerste aanmeldingen hebben we al binnen, maar we nodigen graag meer van jullie uit deel te nemen. Aanmelden kan via email naar b.deridder@nvlf.nl.