Lees verder

Na acht jaar heeft Gretha Donkerbroek (65) aankomende maandag haar laatste VB-vergadering. Ze is blij met wat het bestuur in die tijd bereikte en heeft alle vertrouwen in haar opvolgster.

“Veel mensen weten nog steeds niet wat logopedisten allemaal doen. Daarom ben ik zo gedreven om ons boeiende, brede vak goed neer te zetten.” Het is een van de redenen waarom Gretha Donkerbroek, hoofd van het paramedisch team bij Zorggroep Oosterlengte in Groningen, acht jaar geleden begon als bestuurslid bij de NVLF. “Al sinds mijn opleiding ben ik betrokken bij de NVLF. Zo was ik tien jaar lang begeleider van een kwaliteitskring. Scholing en kwaliteitsbewaking vind ik heel belangrijk. Ook was ik al een paar jaar lid van de ledenraad. Toen er een vacature kwam voor het verenigingsbestuur leek me dat interessant en ik durfde het aan, want ik had al ruime bestuurlijke ervaring. En het was een kans om de meerwaarde te laten zien van ons vak.”

Wat zijn de grootste verschillen tussen toen jij begon als bestuurslid en nu?

“Er is veel meer aandacht gekomen voor ouderenzorg, dat vind ik winst. Ik werk zelf in de ouderenzorg, daar ligt mijn hart het meest. Wat heeft een oudere nodig om vanuit het ziekenhuis of revalidatiecentrum weer veilig naar huis te kunnen gaan? Daar is betere ketenzorg voor nodig, zodat die oudere makkelijker de overstap naar de eerste lijn kan maken. Daarnaast maakten we een kwaliteitsslag. We schetsten duidelijkere kaders rondom hoe we dingen oppakken, waardoor we efficiënter werken. Verder is het bestuur de laatste twaalf jaar goed meegegroeid met maatschappelijke veranderingen. We hebben een kort lijntje met de werkvloer en weten wat er speelt in de netwerken.”

Waar ben je trots op?

“Op zo veel dingen! Zo adviseerde ik o.a. de werkgroep FEES bij het proces rondom het consensusdocument FEES door logopedisten bij volwassen. Dat document moest er komen, want er waren geen landelijke richtlijnen voor logopedisten om dit slikonderzoek uit te voeren. Vanwege mijn expertise binnen het werkveld werden zulke onderwerpen doorgaans aan mij gekoppeld. Verder vind ik het fijn dat we eindelijk drie klankbordgroepen in het leven riepen: één voor onderwijs, één voor de gezondheidszorg en een voor de eerste lijn. Laatst kwam er een voorstel vanuit die groepen: kunnen we niet drie gemengde groepen maken? Daar word ik blij van. Ook ben ik er trots op dat we tijdens covid twee keer op hoog niveau een gevarieerd digitaal congres organiseerden.”

Was er iets minder leuk?

“Zes à zeven jaar geleden spraken sommige leden over het VB alsof we in een ivoren toren zaten.

Alsof we van bovenaf besluiten namen en daarbij geen rekening hielden met wat er speelde op de werkvloer. Vooral op sociale media werd dat op een kwetsende manier te berde gebracht. Daar heb ik zelf behoorlijk last van gehad. Vooral omdat het niet waar was. Als bestuur volgden we negen van de tien keer het advies op van de commissies Vakinhoud en SEB. Niet vanuit een ivoren toren, maar vanuit de taken en verantwoordelijkheden zoals die zijn beschreven in het organogram. We besloten als bestuur om op een positieve manier contact te zoeken: aandachtig luisteren, duidelijk zijn, niet steeds in de verdediging schieten. Dat werkte. Die negativiteit voel ik nu veel minder.”

Hoe nam jij je praktijkervaring mee in je rol als bestuurslid? En andersom: hoe nam jij het beleid van de NVLF mee naar je werkplek?

“In mijn baan als Hoofd Paramedisch Team bij Zorggroep Oosterlengte (VV&T) ben ik voor een deel meewerkend logopedist. Daarnaast zit ik in de kwaliteitskring voor verpleeghuislogopedisten, en in diverse netwerken. Hierdoor weet ik wat er speelt in het werkveld en kan ik meepraten over ziektebeelden, richtlijnen en kwaliteitsgericht handelen en werken. Ik gaf bijvoorbeeld input om het kwaliteitsregister zo toegankelijk mogelijk te laten zijn. Andersom nam ik ook wel input mee vanuit het bestuur. Hoewel dat nauwelijks nodig was, want leden krijgen al veel mee doordat het bestuur goed communiceert via social media en nieuwsbrieven. Bovendien wilde ik niet elke keer als ik op mijn werk ben mijn bestuurspet dragen. Mijn bijdrage was meestal: even toelichten en mensen enthousiasmeren over bepaalde onderwerpen.”

Je moest altijd lang reizen voor bestuursvergaderingen en andere bijeenkomsten, vaak ook nog ’s avonds. Hoe vond je dat?

“Dat heb ik nooit als probleem ervaren. Ik woon in Vlagtwedde, dicht bij het vestingdorp Bourtange in Groningen. Meer dan twaalf jaar reed ik op en neer naar het bureau in Woerden, soms zelfs eens per twee weken. Eerst voor de ledenraad, daarna voor de bestuursvergaderingen, een extra overleg of sollicitatiegesprekken. Voor een bestuursvergadering vertrok ik om twee uur ’s middags en dan was ik vaak pas om half een ‘s nachts thuis. Om wakker te blijven, draaide ik altijd muziek in de auto, zoals Ierse folk. De lange rit zat helemaal in mijn systeem.

Door Covid vergaderden we de afgelopen twee jaar via Zoom. Dat ging best goed, maar je mist dan toch lichaamstaal en het persoonlijke contact.”

Wat wil je jouw opvolger en de rest van het verenigingsbestuur graag meegeven?
“Mijn opvolger Helene Rompen ken ik van de klankbordgroep en ik ben heel blij met haar. Zij heeft de kennis en kwaliteit die nodig is, dus ik hoef haar niet veel mee te geven. Het verenigingsbestuur zal met de nieuwe leden weer een team moeten vormen. Daarvoor moet iedereen elkaar goed leren kennen. Daar gaat wat tijd en energie in zitten, maar het is belangrijk om het werk als bestuurder goed te kunnen uitvoeren.”

Wat wil je logopedisten meegeven voor de toekomst?
“Laat zien dat je trots bent op je vak. Wees kritisch op jezelf: wie ben je, wat maakt je blij en hoe geef je daar middels je vak uiting aan? Besef dat je vak zo leuk is als jij het zelf maakt. Zelf behandel ik bijvoorbeeld soms ook zingend of in het Groningse dialect. Als de cliënt daar heel blij van wordt, word ik dat ook.”

Wat ga je straks doen?

“In januari 2023 ga ik met pensioen, maar ik ben nog lang niet uitgekeken op ons mooie vak. Ik hoop nog lang mee te kunnen denken met alles wat ermee te maken heeft.”