Lees verder

IZA: wat betekent het zorgakkoord voor logopedie?

De afgelopen week is steeds meer duidelijk geworden over de inhoud van het Integraal Zorg Akkoord (IZA), dat het ministerie van VWS met alle partijen in de zorg wil sluiten. Doel is de zorg in de komende jaren betaalbaar te houden en tegelijkertijd de zorg beter toe te snijden op de wensen van de zorgvrager. Wat betekent het IZA voor logopedisten? Is de NVLF betrokken bij de inhoud? Moet de beroepsgroep het akkoord ook ondertekenen? Als antwoord op dergelijke vragen van leden zetten we een aantal aspecten voor je op een rij.   

Geen ondertekenaar

De NVLF is, net als andere beroepsgroepen binnen de paramedische zorg geen directe partij geweest bij het akkoord. Dat betekent dat we geen partij zijn die het IZA ondertekent. Daarom was het ook niet nodig het Akkoord voor te leggen aan de leden, zoals bijvoorbeeld bij de huisartsen is gebeurd.
Dat wil niet zeggen dat het geheel zonder inbreng van het Paramedisch Platform Nederland (PPN) tot stand is gekomen. In PPN-verband is gebruik gemaakt van de mogelijkheid op concepten van het akkoord te reageren en die bij te stellen. Zo heeft PPN aangedrongen op een duidelijke beschrijving dat ook de paramedische bedrijven bij de participerende partijen horen en dat hiervoor voldoende financiële middelen beschikbaar moeten zijn.

Lees hier de reactie van PPN.

Effecten op logopedie

Over een van de onderdelen van het IZA is afgelopen tijd het een en ander naar buiten gekomen, namelijk de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg. Ook zijn er vragen over de mogelijkheden die zorgverzekeraars krijgen om niet passende zorg niet te vergoeden. Dit is met name gericht op ongecontracteerde zorg.
Veel is nog onduidelijk. Het ministerie, de zorgverzekeraars en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) moeten nog vele thema’s nader uitwerken. Het is dus te vroeg om conclusies te trekken over de mogelijke effecten voor de logopedie.

Basisverzekering

Onderdeel van het IZA is de vraag welke zorg in de basisverzekering blijft? Op dit moment maakt logopedie voor 100% deel uit van de basisverzekering. Het is te verwachten dat hierover discussie gaat ontstaan. Zo werd in een artikel in De Volkskrant van afgelopen zaterdag in een gesprek met hoogleraar Varkevisser genoemd dat logopedie bij kinderen duur is. Die opmerking heeft binnen een deel van de beroepsgroep tot onrust en verontwaardiging geleid. Navraag bij Varkevisser door de NVLF leert dat dit voorbeeld niet door hemzelf naar voren is gebracht en dus niet aan hem kan worden toegeschreven. Overigens is het nog volstrekt onduidelijk of het beleid van het ministerie in deze richting gaat.

Paramedische zorg

Wat betreft de rol en positie van de paramedische zorg is duidelijk dat het IZA sterk gericht is op het versterken van de eerste lijn. Dat wil zeggen het ontlasten van de huisarts, meer aandacht voor preventie, de organisatiegraad en digitale verbeteringen. De paramedische zorg, waaronder logopedie valt, wordt meerdere malen aangehaald in het Akkoord. Voor wie geïnteresseerd is volgen hieronder de stukken tekst uit het Akkoord, waar paramedie wordt genoemd en waaruit naar voren komt dat nog veel in abstracte begrippen wordt gesproken. Het IZA mist in veel gevallen concrete uitwerkingen.

  1. Partijen verbreden op basis van de lessons learned de inzet op uitkomstgerichte zorg naar andere sectoren, te beginnen met de paramedische zorg per 1 januari 2023. Verbreding wordt toegespitst op het ontwikkelstadium van die specifieke sectoren en zet waar mogelijk in op het beschikbaar krijgen van uitkomstinformatie (zoals patiëntrelevante uitkomsten, PROMS en/of PREMS) over de keten heen.
  2. Als gevolg van de vergrijzing, de beweging naar passende zorg en omdat mensen langer thuis blijven wonen, zullen steeds meer mensen voor complexere zorgvragen een beroep doen op eerstelijnszorg: de zorg van huisartsen, apothekers, paramedici, wijkverpleging, specialisten ouderengeneeskunde, artsen voor verstandelijk gehandicapten, eerstelijnsverblijf en geriatrische revalidatie.
  3. Het aanbod van andere grote beroepsgroepen om de werklast te delen wordt beperkt benut (zoals paramedici en apothekers)   (gericht op ontlasten huisartsen)
  4. De wettelijke kaders maken een grote groei van het aantal zorgaanbieders mogelijk. Een veelheid aan (kleine) aanbieders (bijvoorbeeld in de wijkverpleging en de paramedie) leidt tot problemen in de organiseerbaarheid van samenwerking.
  5. Denk aan de bouwstenen voor regionale organisatie van Hechte Huisartsenzorg, de herkenbare en aanspreekbare teams wijkverpleging en de ontwikkeling van de organisatiegraad in de paramedie en farmaceutische zorg.
  6. Activiteiten rondom de rol van paramedische disciplines in substitutie, preventie, triage en diagnostiek, waaronder het actieprogramma en het opzetten van een kennis- en implementatiecentrum, worden voortgezet.
  7. Lopende inzet op versterking van de organisatiegraad binnen de verschillende beroepsgroepen op wijk- en regioniveau wordt voortgezet, waaronder de afspraken rondom de herkenbare en aanspreekbare teams binnen de wijkverpleging en versterking van de organisatiegraad in de paramedische zorg en farmaceutische zorg.
  8. Voor de doorontwikkeling van de organisatiegraad van de paramedische zorg worden bestaande netwerken versterkt en uitgebreid.
  9. Het traject ‘passende aanspraak fysiotherapie en oefentherapie’ wordt voortgezet. In het verlengde van de doelgroepen en doelen van dit IZA (of WOZO) kan er ook aandacht nodig zijn voor de verzekerde aanspraken van andere paramedische beroepsgroepen.
  10. en 11. Binnen de Bestuurlijke Afspraken Paramedische Zorg 2019-2022 is het programma ‘Digitale gegevensuitwisseling Paramedische zorg’ opgezet. Partijen zijn het erover eens om dit programma uit te voeren.