Lees verder

‘Het is zó leuk om breder met het vak bezig te zijn’

Manon van der List zwaaide onlangs af als vicevoorzitter van het NVLF Verenigingsbestuur. Ze blikt terug op leuke en leerzame jaren en probeert haar opvolger enthousiast te maken. “Vind je het leuk overstijgend mee te denken over het vak? Denk eens aan het bestuur.”

Acht jaar lang was ze met veel plezier bestuurslid. De jaren zijn voorbij gevlogen, vindt ze. “Het is zó leuk om breder met het vak bezig te zijn, ook op maatschappelijk niveau bijvoorbeeld. Ik heb er ontzettend veel van geleerd.”

Hoe ben je ooit begonnen als bestuurslid?
“Daar ben ik in 2013 voor gevraagd. Ik ben niet iemand die zelf achter zoiets aangaat, ik val altijd meer van het een in het ander. Al sinds mijn afstuderen was ik heel betrokken bij de NVLF. Naast logopedie studeerde ik orthopedagogiek en hield ik me veel bezig met de relatie tussen logopedie en leerproblemen. Zo kwam ik in de NVLF-commissie Dyslexie terecht. Toen deze werd opgeheven, kreeg ik de vraag of ik lid van het Verenigingsbestuur wilde worden. Waarom ook niet? Laat ik het gewoon proberen, dacht ik na het oriënterende gesprek.”

Waar ben je trots op?
“Dat de andere bestuursleden het jammer vinden dat ik er na acht jaar mee moet stoppen. Op zich is mijn vertrek goed, het bestuur heeft weer vers bloed nodig en het zal ook wel lukken zonder mij. Maar dat zij mijn inbreng zullen missen, doet me goed. Die is dus van positieve waarde geweest.”

Wat zijn de grootste verschillen tussen toen jij begon als bestuurslid en nu?
“De samenwerking tussen het bestuur en het bureau is veel beter dan toen. Vroeger was er een andere manier van aansturen en daardoor heerste er minder saamhorigheid. Mensen wisten bijvoorbeeld niet van elkaar wat ze precies deden. We hebben er hard aan gewerkt om samen op één lijn te komen. Op de laatste heidag in juli keek ik naar ons en dacht: het is gelukt. Daar staat een team dat goed communiceert, samenwerkt en taken van elkaar kan oppakken. En er zijn genoeg mensen die van alles afweten.”

Waar kijk je met een goed gevoel naar?
“De communicatie met de leden verloopt beter. Een valkuil daarbij is dat we veel informatie delen en dat voor leden soms lastig is te zien wat echt relevant is. Mijn voorstel op de heidag was dan ook: spits de nieuwsbrieven meer toe op de doelgroepen. Maak bijvoorbeeld een speciale editie voor praktijkhouders, wat nu incidenteel gebeurt. Of verzorg een wekelijkse nieuwsbrief over overheidsbesluiten.”

Wat was soms lastig in je bestuursjaren?
“Het is moeilijk voor het bestuur om aan alle verwachtingen te voldoen. De belangen van zorgverzekeraars, ministerie van VWS en aanverwante organisaties zijn niet altijd hetzelfde als de belangen van onze leden. We willen het als bestuur graag goed doen, maar dat is hard werken en lukt niet altijd. Er is veel druk op de zorg, onder andere qua regels in de administratie. Wij proberen de lasten voor de leden te verlichten terwijl het ministerie soms net wat anders wil. Ook vanuit zorgverzekeraars liggen er nogal wat eisen op tafel en hun rol lijkt steeds groter te worden. Ik merk dat leden het gevoel hebben dat het bestuur daar meer invloed op zou kunnen hebben. Terwijl het bestuur en het bureau hard werken aan een goede relatie met de zorgverzekeraars. Maar omdat we een kleine speler zijn, krijgen we weinig aandacht en niet echt voet aan de grond. Het lukt dus niet altijd om die eisen op een gunstige manier op te pakken voor leden. Dat zorgt weleens voor gemopper vanuit het werkveld. Vooral op social media gaat het dan los. Ik begrijp dat natuurlijk, maar had er toch weleens moeite mee.”

Hoe nam je je praktijkervaring mee in je rol als bestuurslid? En hoe nam je het beleid van de NVLF mee in je eigen praktijk?
“Als praktijkhouder loop ik natuurlijk tegen dezelfde dingen aan als iedereen die een praktijk leidt. Daarover sprak ik met de rest van het bestuur om tot oplossingen te komen. Ook andersom zat ik dicht bij het vuur. Doordat ik als bestuurslid veel zaken als eerste wist, kon ik daar makkelijk snel op inspelen. Toen de kwaliteitstoets in 2014 werd ontwikkeld – daar was ik zelf bij betrokken – heb ik die vrij snel met mijn praktijk uitgevoerd. Mijn vier medewerkers en ik waren er meteen heel enthousiast over. De toets vraagt voorbereiding maar levert veel op. Processen lopen gestroomlijnder, er is minder administratieve druk en meer rust en ruimte. In 2019 vervingen we de toets door de kwaliteitscyclus. Ook daar ben ik heel enthousiast over.”

Blijf je nog betrokken bij de NVLF?
“Jazeker. Ik blijf vakinhoudelijk betrokken bij het dossier over de rol van de logopedist bij dyslexiebegeleiding. Afgelopen jaar is er nogal wat gebeurd op dat vlak. Zo is de Brede Vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie geschreven, waar onze betrokkenheid en expertise niet voor gevraagd is. Door gesprekken met de stuurgroep van deze richtlijn en inbreng van onze leden zorgden we ervoor dat de logopedist alsnog een duidelijke rol hierin kreeg. Daarnaast heeft het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie een nieuw competentieprofiel geschreven, waarin de logopedist bijna geen behandelingen meer zou mogen uitvoeren. Dit konden we terugdraaien.

Verder ben ik voorlopig nog contactpersoon voor het Landelijk Overleg Opleidingen Logopedie (LOOL), omdat er de afgelopen periode veel wijzigingen plaatsvonden. Ten slotte zal ik naast voorzitter Michel Dutrée op oproep woordvoerder zijn als het gaat om vakinhoudelijke zaken.”

Wat wil je je opvolger en de rest van het Verenigingsbestuur graag meegeven?
“Het bestuur raad ik aan om door te gaan op dezelfde constructieve manier als waarmee het nu bezig is. Wat betreft mijn opvolger: die is er nog niet. Daarom wil ik een oproep doen aan de leden. Vind je het leuk om in de breedte mee te denken over het vak? Denk eens aan het bestuur. Logopedisten zijn vaak bescheiden en perfectionistisch, maar roep nu niet eens meteen: dat is niet voor mij weggelegd. Denk vooral: zou ik het leuk vinden? Je hoeft niet heel speciaal te zijn, alleen overstijgend kunnen meedenken.”

Wil je logopedisten iets meegeven voor de toekomst?
“Blijf geloven in jezelf en geniet van je vak. Het is zonde om alleen maar bezig te zijn met wat niet lekker loopt, dat kost veel energie. We hebben een prachtig en breed vak, waarin we volop waardering krijgen van de mensen voor wie we het doen.”

Manon werd geïnterviewd door Annemarie van Dijk. Deze tekst is van haar hand.