Lees verder
Op 6 maart 2022 is, na een langdurige periode van ziekte, Peggy Janssen overleden op de leeftijd van 88 jaar.

Peggy werd opgeleid als psycholoog en tijdens haar studie specialiseerde zij zich als experimenteel en sociaal psycholoog aan de Universiteit van Utrecht. Zij begon haar loopbaan in 1968 als onderzoeker aan het Instituut Foniatrie van de KNO-kliniek in het Academisch Ziekenhuis te Utrecht (later genoemd Universitair Medisch Centrum Utrecht). Haar research startte met het project naar de effectiviteit en efficiëntie van stottertherapie De Doetinchemse Methode. Dit was het begin van meer dan 30 jaar experimentele en klinische activiteiten op het gebied van communicatiestoornissen en, meer in het bijzonder, het domein van stotteren. Haar research op het terrein van stotteren was uniek in meerdere opzichten.

Peggy was de grondlegger van het wetenschappelijke onderzoek naar stotteren in Nederland. Stotteren had in die tijd weinig academische aandacht. Ze richtte zich op de verschijnselen bij stotteren in spreken en gedrag, en leverde de aanzet tot onderzoek naar mogelijkheden van stottertherapie. In een stroom van publicaties van hoge kwaliteit in nationale en internationale tijdschriften ging zij in op de verschillende manieren om stotteren te onderzoeken en te beschrijven, zoals de etiologie van stotteren, de moleculaire analyse van stottergedrag, en de motorische en emotionele componenten binnen stotteren. Met de toepassing van gedragstherapeutische leerprincipes en methoden in de stottertherapie, waarbij de motorische, cognitieve en emotionele componenten binnen stotteren werden onderscheiden, liep zij voor op wat we nu de cognitieve gedragstherapie noemen. In de recente druk van A Handbook on Stuttering uit 2021 worden maar liefst 22 van haar publicaties geciteerd. Het uitzonderlijke researchproject naar beginnend en persisterend stotteren in gezinnen met een verhoogd genetisch risico (Onset and course of stuttering in high-risk children 2000; promotieonderzoek Saskia Kloth) is nog steeds uniek.

Belangrijk was haar langdurige samenwerking met Gene Brutten, overleden in 2013. Die opende de deur voor vele van haar studenten naar een werkkring in de VS door het faciliteren van contacten en publicaties in internationale tijdschriften. Daarnaast leverden haar studenten die gingen  samenwerken met Gene Brutten aan de Southern Illinois University in Carbondale betekenisvolle bijdragen aan het onderzoeksgebied ‘Stuttering’. 

Haar verschillende hoofdstukken in handboeken bijvoorbeeld het Handboek voor Stem-, Spraak- en Taalpathologie, worden vaak geraadpleegd. Haar boek Gedragstherapie bij stotteren, voor het eerst verschenen in 1985, is een ware klassieker voor diegenen die betrokken zijn bij de behandeling van stotteren in Nederland en België. In de inleiding van dit  boek kaart ze heel duidelijk het belang aan dat “elke stotteraar wordt gezien als een individu met specifieke probleemgedragingen en specifieke capaciteiten, [dit] vereist met andere woorden een differentiële strategie”. De ‘Vragenlijst spreeksituaties’ (Brutten), een appendix bij dit boek, maakte toen al het participatieniveau bespreekbaar. Beide zijn er illustraties van dat Peggy haar tijd ver vooruit was.

Peggy was betrokken bij diverse wetenschappelijke tijdschriften, waarvoor ze verschillende taken vervulde, zoals het Journal of Fluency Disorders, Tijdschrift voor Gedragstherapie en Tijdschrift voor Stem-,Spraak- en Taalpathologie. Zij stond mede aan de wieg van de Nederlandse Vereniging voor Stottertherapie (NVST) waarvan ze erelid was.

Een hele generatie van onderzoekers en klinische professionals zal Peggy’s inspiratie, talenten en deskundigheid missen, maar bovenal haar vriendelijke en ‘charming’ persoonlijkheid.

Floor Kraaimaat
Sjoeke van der Meulen
Martine Vanryckeghem
Marie-Christine Franken
Coen Winkelman