Lees verder

Sinds de uitzending van het YouTube-programma BOOS over grensoverschrijdend gedrag bij The Voice, zie en lees je steeds meer in het nieuws over dit onderwerp en hoe groot de gevolgen kunnen zijn. Ook logopedisten kunnen hiermee te maken krijgen.

Hoe ga je om met  grensoverschrijdend gedrag van een cliënt of de begeleider van een cliënt? Of met een cliënt of begeleider die agressief gedrag vertoond? Mag je dan een behandeling stoppen?

Cliënten aanspreken op grensoverschrijdend gedrag

In eerste instantie kun je de cliënt of de begeleider aanspreken op grensoverschrijdend gedrag. Nursing, een website en magazine met vakinformatie voor verpleegkundigen, publiceerde een artikel met tips voor hoe je dit kunt doen en wat je kunt doen als dat niet helpt.  Lees het artikel hier.

Hulp na seksuele intimidatie en grensoverschrijdend gedrag

Heb je te maken (gehad) met grensoverschrijdend gedrag? Iedere werkgever is volgens de RI&E verplicht een vertrouwenspersoon aan te wijzen. Deze vertrouwenspersoon kan je adviseren over wat jouw rechten en mogelijkheden zijn.
Ook kun je contact opnemen met je huisarts, hij/zij is de officiële verwijzer voor verdere medische of psychische hulp.
En je kunt terecht bij de speciaal getrainde medewerkers van Slachtofferhulp Nederland. Lees hier meer. Zij kijken samen met jou wat je nodig hebt.


Informatie voor praktijkhouders: de behandelovereenkomst opzeggen

Steeds vaker worden vragen gesteld over de mogelijkheden om de behandelingsovereenkomst te kunnen opzeggen vanwege ontoelaatbaar gedrag van een cliënt of diens begeleider. Een deel van de vervelende situaties zijn mogelijk te voorkomen door bij aanvang van de behandelingsovereenkomst (nog) duidelijk(er) de verwachtingen te bespreken en te wijzen op de huisregels van de praktijk. De situatie kan hiermee nog niet worden uitgesloten, maar hopelijk helpt het toch een beetje. En mocht het niet goed gaan, kan worden gerefereerd aan de afspraken om goede zorg te kunnen bieden.  

Download hier een voorbeeld van gedragsregels voor de logopediepraktijk.

De NVLF heeft haar juridisch adviseur gevraagd wanneer een behandelingsovereenkomst opgezegd kan worden:

  1. De hoofdregel is dat een zorgverlener de behandelingsovereenkomst niet mag opzeggen, behoudens gewichtige redenen (artikel 7:460 Burgerlijk Wetboek). De wetgever heeft het aan de praktijk overgelaten wat onder ‘gewichtige redenen’ wordt verstaan. Uit jurisprudentie valt op te maken dat een zorgverlener heel terughoudend moet zijn met het aannemen van dringende redenen. Ook moet een zorgverlener die voornemens is een behandelingsovereenkomst op te zeggen zorgvuldigheidseisen in acht te nemen. De KNMG heeft in de richtlijn ‘Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’ d.d. 2005 aan de hand van diverse voorbeelden een goed overzicht gegeven in welke gevallen sprake kan zijn van gewichtige redenen en hoe zorgvuldig kan worden opgezegd. De richtlijn is dan ook voor logopedisten bruikbaar. ‘Zeer onheus of agressief gedrag’ is één van de gewichtige redenen.

  2. Die situatie maakt het extra gecompliceerd daar de patiënt zelf geen grensoverschrijdend gedrag hoeft te vertonen, maar wel de dupe is als de behandelingsovereenkomst wordt beëindigd. Zoals ook uit de KNMG richtlijn kan worden opgemaakt dient bij beoordeling van de vraag of sprake is van gewichtige redenen alle feiten en omstandigheden in ogenschouw te worden genomen. In een dergelijke situatie zou de ouder eerst aangesproken moeten worden op het grensoverschrijdend gedrag en gewezen op de consequenties die dit voor de behandeling van zijn of haar kind kan hebben. Helaas hangt de beantwoording van de vraag wat in een dergelijke situatie ‘gewichtige redenen’ vormen teveel af van de specifieke feiten en omstandigheden om een concreet en eenduidig antwoord te geven.    

Informatie voor praktijkhouders: beleid voor ongewenst gedrag

In de risico-inventarisatie en –evaluatie, beter bekend als de RI&E Logopedie, die iedere werkgever verplicht is uit te voeren, wordt in hoofdstuk 2.2. aandacht besteed aan ongewenst gedrag en hoe praktijken hiervoor een beleid kunnen ontwikkelen.