Lees verder
Nu het onderzoek naar de logopedische gevolgen van COVID-19 loopt, houdt Hanneke Kalf ons via de website en nieuwsbrief van de NVLF regelmatig op de hoogte van de stand van zaken.

In week 5 van de covid-19-monitor is het aantal deelnemende instellingen en praktijken toegenomen tot 84. Wie weet zitten we aan het einde van de dataverzameling (eind juni) op 100!

De eerste Nederlandse vakantiegangers worden met gejuich in Frankrijk ontvangen, lees ik in de krant. Want in de staart van de epidemie is dat weer mogelijk. Die staart is goed te zien in de aantallen die de collega’s in de ziekenhuizen doorgeven: elke week nemen ze verder af met ongeveer een derde. De prevalentie van logopedische verwijzingen blijft stabiel en is gemiddeld zelfs iets hoger dan vorige week, namelijk zo’n 50%.
Een deel van deze patiënten heeft ook na ontslag nog logopedische zorg nodig. In dit onderzoek is het niet mogelijk om individuele patiënten te volgen, dus we kunnen bevindingen uit de ziekenhuizen niet zomaar relateren aan de cijfers van post-covid-patiënten in de herstelfase. Bovendien komen er ook patiënten in hersteltrajecten die niet in een ziekenhuis opgenomen zijn geweest.

Revalidatiecentra
Deze week was er gelukkig juist een toename van instellingen en praktijken die post-covid-patiënten zien in de herstelfase. Er deden maar liefst acht grote revalidatiecentra mee met een gemiddelde prevalentie die iets hoger uitviel dan vorige week, namelijk ook zo’n 50%. De meerderheid van de post-covid-patiënten (80%) heeft stemproblemen, maar ook slikstoornissen komen in deze centra veel voor (60%) en iets minder dan de helft (45%) heeft in enige mate cognitieve problemen.

Eerstelijn
Tegelijk nam de deelname vanuit de eerstelijn nam toe tot 20 praktijken (vorige week 12). Negen daarvan zien (nog) geen post-covid-patiënten, in elf praktijken werden bij elkaar 20 post-covid-patiënten gezien. Daarvan hadden 12 stemproblemen, waarvan zeven matig tot ernstig en slechts twee hadden een lichte slikstoornis. Opvallend was dat bij een kwart nog lichte cognitieve problemen werden geobserveerd. In de opmerkingen noteerden deze collega’s o.a.: vermoeidheid, ademproblemen en pijn bij langer spreken.

Robuuster
Met dit aantal deelnemers zijn de uitkomsten iets robuuster dan in de vorige weken en door de oogharen kijkend lijkt het nu dat in de herstelfase stemproblemen het meeste voorkomen. Dat klinkt ook plausibel. In de verpleeghuizen zien we echter het omgekeerde, namelijk meer slikproblemen dan stemproblemen, maar het is nog te vroeg om dat correct te duiden. Uiteraard zullen ook veel ademproblemen geobserveerd worden, maar daar kunnen we hier helaas niets van zeggen, omdat dat geen domein is in deze monitor. Iets om over na te denken.

Hanneke Kalf, projectleider
16 juni 2020