Lees verder

Het zit erop. Na zeventien jaar als beleidsadviseur bij de NVLF gaat Marguerite Boersma per 1 september met pensioen. Ze kijkt terug op een mooie tijd en geeft de leden graag nog wat wijze raad mee. ‘Je mag beroepstrots uitstralen!’

Toen ze anderhalf jaar geleden de beslissing nam om eerder te stoppen met werken, dacht ze: dat duurt gelukkig nog héél lang. Toch ging het uiteindelijk snel, maar Marguerite Boersma is er ook wel aan toe om te stoppen. “Ik heb 44 jaar gewerkt, altijd fulltime of bijna fulltime. Het lijkt me heerlijk om wat meer tijd voor mezelf te hebben. Om niet meer elke ochtend vroeg wakker te hoeven worden van de wekker. Ik kijk terug op een mooie tijd bij de NVLF waarin ik fijn met iedereen samenwerkte.” Lachend: “Ik denk dat ik ook niet de moeilijkste ben om mee te werken.”Is er veel veranderd in die zeventien jaar?
“Jazeker. Toen ik begon bij de NVLF, waren er drie secties. Een voor de vrij gevestigde logopedisten, een voor de logopedisten in het onderwijs en een voor logopedisten in de gezondheidszorg. Het waren een soort eilandjes. Tien jaar geleden veranderde de structuur van de vereniging en werden de drie secties opgeheven. Dat is heel goed geweest. De NVLF is nu echt één vereniging, we werken beter samen en zetten met elkaar het beleid voor alle leden neer. Ook kijken we beter naar waar de medewerkers op het bureau goed in zijn. Ik deed bijvoorbeeld alle vragen over arbeidsrecht. Vroeger adviseerde ik alleen logopedisten in het onderwijs en de gezondheidszorg, later iedereen die een vraag over arbeidsrecht had.”

Je bent zelf geen logopedist, was dat onhandig?
“Dat zag ik juist altijd als een meerwaarde. Doordat ik geen logopedist ben, sta ik net een stapje verder van het vak af. Daardoor ben ik juist een betere belangenbehartiger, met een betere overall-blik op het werkveld. Als je erg in je eigen vak zit, kan het lastig zijn om andere ontwikkelingen te signaleren. Als verpleegkundige van huis uit spreek ik trouwens wel zorgtaal. En ik weet hoe het is om in een zorginstelling te werken. Door af en toe op de werkvloer mee te kijken met logopedisten, kreeg ik meer feeling met het vak. Zoals de gehandicaptenzorg. Ik heb veel bewondering voor de logopedisten die daar werken. Leden stelden het altijd enorm op prijs als ik kwam kijken.”

Wat waren de hoogtepunten in zeventien jaar NVLF?
“Mijn grootste wapenfeit is dat we een rechtszaak wonnen tegen een lid dat een zaak tegen ons had aangespannen. Door mijn terriërgedrag beet ik me daar helemaal in vast. Het hoorde niet echt tot mijn taak, maar ik verdiepte me in de geschiedenis van contracten en afspraken. Dat we wonnen was een groot yes-moment. En hoewel niet wereldschokkend zijn er meer dingen waarop ik best trots ben. Dankzij mijn adviezen gingen veel logopedisten in zorginstellingen een functieschaal omhoog. En was er meer aandacht voor logopedisten in het primair onderwijs tijdens de laatste cao-onderhandelingen. Ze kregen een nieuwe functieomschrijving. Al is dat is wat mij betreft een te kleine verbetering, we zijn er nog  niet.”Wat kan er volgens jou nog meer verbeterd worden?
“Het beleid van de NVLF wordt op dit moment vooral bepaald door een kleine groep leden die heel hard roept. Dat zijn vooral logopedisten uit de vrije vestiging. Van de grootste groep leden horen we weinig. Jammer, want dat brengt het risico met zich mee dat hun belangen ondergesneeuwd raken. Ik denk dat de NVLF niet alleen aandacht moet geven aan de mensen die aandacht vragen. We moeten actief ophalen wat andere leden willen. Hoe? Bijvoorbeeld door een webinar te organiseren voor logopedisten die in een verpleeghuis werken. Op die manier kunnen we informatie geven en meteen vragen wat er speelt in de verpleeghuizen. Hoe zit het met de functiewaardering, hoe gaat het op de werkvloer? Al doen er maar 150 collega’s mee, dat geeft toch een beeld. Als leden het lidmaatschap opzeggen, vragen we naar de reden daarvan. ‘Ik lees het tijdschrift op mijn werk’, zeggen logopedisten vaak. Maar we doen natuurlijk veel meer dan een tijdschrift uitbrengen. Blijkbaar weet niet iedereen dat. Dat kunnen we actiever uitdragen.”

Wil je de leden nog iets meegeven voor de toekomst?
“Zorg dat je een plan B hebt als het gaat over wat je nog meer kunt met je logopedische achtergrond. De zorg wordt steeds duurder, we weten niet of logopedie in de basisverzekering blijft. Werk je in de eerste lijn, oriënteer je dan eens op zorg die de zorgverzekering niet vergoedt. Daarnaast is het belangrijk om een kwaliteitsregistratie te hebben. Dat is voor logopedisten in het onderwijs en de gezondheidszorg niet vanzelfsprekend. Dat snap ik ook wel, want in het onderwijs moet je dan bijvoorbeeld meedoen aan verplichte scholingsdagen. Maar zonder kwaliteitsregistratie beperk je je toekomstmogelijkheden. Verder: straal je beroepstrots uit. Logopedie is een vrouwenberoep en dienend bovendien. Vrouwen zijn niet zo goed in beroepstrots uitstralen. Maar je bent een professional en dat mag je laten zien. Ten slotte: klaag liever niet steeds over dat je hard moet werken, bergen administratie hebt en weinig verdient. Klagen maakt niemand gelukkig. Denk liever: ‘Wat heb ik toch een mooi vak. Ik zou wel beter willen verdienen maar daar werkt de NVLF aan.’ Logopedisten zijn niet de enigen met een hoge werkdruk. Hard werken hoort bij de maatschappij waarin we met zijn allen wonen.”

Je mag na 44 jaar minder hard gaan werken. Hoe ga je je tijd vullen?
“Genoeg te doen! Zo zit ik in de gemeenteraad. Dat kost me eigenlijk vijftien tot twintig uur per week en tot nu toe kon ik daar niet zoveel uren aan besteden. Straks wel. Ook wil ik meer tijd besteden aan mijn moestuin en een muziekinstrument leren bespelen. En als ik ooit kleinkinderen krijgt, ga ik ze stierlijk verwennen met aandacht.”