Lees verder

Na vier jaar zwaait Janet Klaster (57) af als lid van het NVLF Verenigingsbestuur. Haar advies aan het deels nieuwe bestuur: ga door met het verminderen van administratieve lasten en blijf inzetten op een eerlijk inkomen voor alle logopedisten.

Waarom werd je bestuurslid?

“Het bestuurslid dat afzwaaide vroeg me, en ik had zin in iets nieuws. Al jaren werkte ik in mijn eigen praktijk en als docent op de Hanzehogeschool. Het was gewoon tijd voor een nieuwe uitdaging. Ik wilde me inzetten voor ons vak, ook om de positieve sfeer terug te krijgen. Er was in mijn ogen een negatieve sfeer ontstaan met veel gemopper over lage tarieven en een te hoge werkdruk. In het bestuur wilde ik een bijdrage leveren aan het werkgeluk van collega’s door een positieve draai te geven aan ons vak en het beleid.”

Is dat gelukt?

“Deels. Je hebt als bestuur veel idealen maar kunt helaas niet alles waarmaken. Wel konden we de administratieve lasten al een stuk verminderen. Het ontwikkelen van nieuwe monodisciplinaire richtlijnen hebben we even on hold gezet. Ook is het fijn dat we vijf mooie, concrete ambities formuleerden die we als vereniging over vijf jaar graag gerealiseerd willen zien. Ik merk dat de sfeer de afgelopen jaren wat positiever is geworden in het werkveld, met meer begrip voor elkaar. Er is meer saamhorigheid ontstaan.”

Hoe kijk je terug op die vier jaar?

“Het was fijn om een kijkje te nemen in het reilen en zeilen van onze beroepsvereniging. Ik kwam in een fijn, deskundig en betrokken team terecht. Er werd constructief en slagvaardig samengewerkt. Er gebeurt veel meer bij de NVLF dan ik van tevoren had gedacht. Met de voorbereiding voor een vergadering was ik vaak lange tijd bezig, maar dat is alleen maar goed. Zo daag je jezelf uit en leer je steeds beter op metaniveau naar ons beroep te kijken. Zo zie je beter wat er allemaal speelt en wat er moet gebeuren. Verder was het een uitdaging om nieuwe studenten voor het vak te werven. Helaas zijn er steeds minder eerstejaars studenten terwijl het zorgaanbod groeit. Daardoor ontstaan er wachtlijsten en kunnen organisaties hun vacatures niet invullen.”  

Waar ben je trots op?

“Ik ben trots op het aanpassingsvermogen van de vereniging. We zijn altijd bezig om te kijken waar de behoeften liggen in het werkveld en daarop proberen we te reageren en te anticiperen. Verder zit ik vanuit het verenigingsbestuur in de werkgroep Regionale Samenwerking. Daarin ontwikkelen we een stappenplan en toolbox voor logopedisten waarmee ze netwerkzorg kunnen opzetten in hun eigen regio. Als logopedisten zijn we bezig met de meest waardevolle dingen in het leven: ademen, slikken, praten – letterlijk anderen een stem geven. Het is bijzonder dat zo weinig mensen dat weten. De werkgroep is bezig met het formuleren van waardeproposities in een taal die iedereen begrijpt. Ik denk dat we ons hiermee straks nog beter kunnen profileren en positioneren.”

Was er ook iets minder leuk?

“Ik had gehoopt dat het ‘ontschotten’ in de logopedie sneller zou gaan. Logopedisten worden nog steeds ingedeeld naar werkveld, namelijk logopedisten in het onderwijs, in de vrije vestiging en in de gezondheidszorg. Ik denk dat er meer kracht ontstaat als alle groepen gezamenlijk optrekken en als we spreken van ‘de logopedist’, ongeacht in welk werkveld de logopedist werkt. Zo kunnen we elkaar versterken en is er minder onderlinge concurrentie.”

Hoe nam je je praktijkervaring mee in je rol als bestuurslid? En andersom: hoe nam je het beleid van de NVLF mee naar je werkplek?

“Als bestuurslid kon ik mezelf voeden vanuit twee beroepsgroepen: het docentschap en mijn eigen praktijk. In mijn rol als docent weet ik wat er leeft bij de studenten. Als we een onderwerp in het bestuur behandelden, kon ik makkelijk even vragen aan de studenten hoe zij dat zien. Zij zijn toch onze toekomstige collega’s. In mijn praktijk merkte ik dat ik door mijn bestuurswerk beter wist wat er landelijk speelde. Daar kon ik op inhaken in mijn eigen bedrijfsvoering. Ik kon makkelijker de vertaalslag doen van beleid naar de praktijk en andersom.”

Waarom stop je er na vier jaar weer mee? Wat ga je nu doen?

“Het was interessant om meer bestuurlijk met ons beroep bezig te zijn, maar het was ook intensief qua tijd. Bovendien gingen zaken soms minder snel dan ik zou willen. Je hebt invloed, maar die gaat maar tot een bepaalde hoogte. Bijvoorbeeld omdat je afhankelijk bent van regels en protocollen. Ergens vind ik het wel jammer dat ik straks minder dicht bij het vuur zit, ik wil wel scherp blijven. Verder wil ik me op een andere manier gaan inzetten voor de NVLF, bijvoorbeeld door in een commissie deel te nemen of in andere werkgroepen. Ook ga ik weer meer in mijn eigen praktijk werken. Ik heb net de opleiding loopbaan- en talentcoaching afgerond en wil me wat meer op het cliëntcontact richten. In mijn praktijk ga ik werken met volwassenen met hyperventilatie.”

Net als bestuurslid Gretha Donkerbroek moest je altijd een eind rijden voor de vergaderingen in Woerden – je woont in Meppel. Vond je dat vervelend?

“Dat vond ik juist wel fijn. Vergaderingen waren vaak heel inspirerend maar soms ook erg intensief. Dan kwam ik weer tot rust door op de terugweg in de auto lekker mee te zingen met de muziek of een podcast te luisteren.”

Wat wil je je opvolger en de rest van het verenigingsbestuur graag meegeven?

“Mijn opvolger Galina Verkouter is een vakvrouw die van vele markten thuis is. Ze zette zich in voor de werkgeversvereniging en dat deed ze heel goed. Ik weet zeker dat ze de belangen van alle logopedisten goed kan vertegenwoordigen. Het verenigingsbestuur mag van mij de administratieve lasten nog verder verminderen, blijven inzetten op een eerlijk inkomen voor alle logopedisten en zorgen dat we meer werken vanuit vertrouwen. Als we de positieve flow in het beroep houden, gaan studenten hopelijk massaal dit vak kiezen.”

Wat wil je logopedisten meegeven voor de toekomst?

“Logopedisten wil ik meegeven: blijf staan voor wat je belangrijk vindt. Af en toe strijden is niet verkeerd. Zorg ook goed voor jezelf: niet alleen je cliënt is belangrijk, ook jij bent dat. Plan pauzes tijdens een werkdag en probeer wat minder perfectionistisch te zijn, want daar slaan we soms in door. Uit onderzoek blijkt dat we 51% van de tijd bezig zijn met andere zaken dan de cliënt. Dat kan anders en dat moet iedereen zelf doen. Breng focus aan in je werk, dat betekent efficiënter en effectiever werken. Je kunt het echt beter plannen en organiseren voor jezelf.”