Kostenonderzoek 2020

Algemeen
In juni 2019 hebben overheid, zorgverzekeraars en een aantal paramedische beroepsgroepen (fysiotherapie, oefentherapie, logopedie, huidtherapie, ergotherapie en diëtetiek) afgesproken dat er een onderzoek zou worden gedaan naar de kosten voor paramedische praktijken. Dit om een onderbouwde conclusie te kunnen trekken over de hoogte van de huidige tarieven.

Dat kostenonderzoek is begin maart 2020 afgerond met een eindrapportage door onderzoeksbureau Gupta Strategists. Er is overigens niet alleen gekeken naar de paramedische kosten. Het rapport gaat ook in op de betaalbaarheid van de paramedische zorg, de samenhang tussen kosten, betaalbaarheid en toegankelijkheid en werpt daarnaast ook een blik in de toekomst.

Logopedisten zullen het meest geïnteresseerd zijn in de uitkomsten van het kostenonderzoek. Al jarenlang bestaat het gevoel dat de huidige tarieven niet in overeenstemming zijn met de inspanningen en de praktijkkosten.

Tijdens twee online informatiebijeenkomsten (op dinsdag 24 maart en op dinsdag 26 mei) gaven Gupta en de NVLF uitleg over het onderzoek en de mogelijke gevolgen voor de logopediepraktijk en de logopedisten in dienst van een praktijk. Leden van de NVLF konden de eerste bijeenkomst via YouTube volgen. De tweede bijeenkomst was middels een webinar te volgen.

Onderzoeksrapport
Het complete onderzoeksrapport is na te lezen via het blauwe blokje aan de rechterzijde van deze pagina: “Lees hier de rapportage kostenonderzoek paramedische zorg”.

Samenvatting rapport Kostenonderzoek beschikbaar
Eerder lieten we jullie al weten dat het bureau werkt aan een toegankelijke samenvatting van het rapport van het Kostenonderzoek. Deze samenvatting is nu gereed en hier terug te vinden. Tijdens een webinar op dinsdag 26 mei beantwoordden we nog één keer al jullie vragen over het rapport.

Factsheet
Voor alle feiten en cijfers verwijzen wij je graag naar de factsheet die is opgesteld.

Online informatie bijeenkomsten 
Beide bijeenkomsten zijn terug te kijken. Zoals je hiernaast in het blauwe blok kunt zien, is de online informatiebijeenkomst van 24 maart terug te kijken in gedeeltes. Klik aan welk gedeelte je (terug) wilt kijken.

De webinar van 26 mei komt er spoedig aan. Wij bieden zo snel mogelijk de link aan om deze terug te kunnen kijken.

Actsheet
Alle activiteiten die voortvloeien uit het Kostenonderzoek zijn in deze actsheet terug te vinden.
Alle vragen die nav de factsheet of actsheet naar voren kwamen, werden in de webinar van 26 mei bespoken.


Vragen en antwoorden
Tijdens beide informatiebijeenkomsten kwamen er veel vragen naar voren.
Wij hebben ze voor je op een rijtje gezet. Onderaan de pagina kun je alle overige vragen (ook die tijdens de webinar van 26 mei zijn behandeld) terugvinden.

Vragen & antwoorden kostenonderzoek

Wat zijn – heel kort samengevat – de belangrijkste conclusies van het onderzoek?
Gupta concludeert twee zaken. Eén: de kosten voor een logopedische behandeling van een half uur bedragen liggen rond de 38 euro. Twee: logopedisten besteden gemiddeld heel veel tijd aan andere zaken dan directe patiëntenzorg. Veel meer dan andere paramedici. In economische termen: de productiviteit is laag.

Wat betekent dit?
Dit betekent dat wanneer je de huidige tarieven (de vergoeding door de zorgverzekeraar) afzet tegen het aantal uren dat een logopedist werkt, de vergoeding per gewerkt uur erg laag is. Dit zijn zowel de directe als de indirecte uren.
Dat verklaart voor een deel het gevoel van logopedisten dat ze wel erg laag worden beloond, wat in de praktijk ook zo is.

En dus…?
De NVLF concludeert uit de cijfers dat de huidige vergoeding niet past bij de noodzakelijke te maken kosten (met inbegrip van de beloning voor het werk) en dus omhoog moet. Tegelijkertijd is het wijs als de logopedist efficiënter gaat werken, zodat er meer tijd is om aan betaalde patiëntenzorg te kunnen besteden.

Dus het tarief voor een behandeling moet omhoog?
Dat is niet een conclusie die Gupta trekt. Het onderzoeksbureau heeft alleen naar de kosten gekeken en doet geen uitspraak over de tarieven. Maar die twee zijn natuurlijk wel gekoppeld. Voor de NVLF is nu duidelijk aangetoond dat de huidige tarieven niet hoog genoeg zijn voor een reële vergoeding voor kosten en inkomen.

Aan de andere kant zal ook de productiviteit verhoogd moeten worden om het inkomen te kunnen 'verdienen’. Met andere woorden:
om het norminkomen te verdienen moet gemiddeld 9,1 behandelingen (per dag op jaarbasis) gewerkt worden. Daarbij geldt voor veel logopediepraktijken dat de indirecte uren naar beneden moet worden bijgesteld voor een 38-urige werkweek.

Delen zorgverzekeraars die mening?
De koepel van zorgverzekeraars (Zorgverzekeraars Nederland) is mede-opdrachtgever voor het onderzoek. De vereniging heeft de conclusies onderschreven. Leden van ZN kunnen er dus niet omheen. Hoewel ze ieder een eigen beleid hebben en ZN niets kan afdwingen, kunnen zorgverzekeraars de uitkomsten niet negeren. Het kan niet zo zijn dat zorgverleners een vergoeding ontvangen die lager is dan de kosten die ze moeten maken. Dat holt op termijn de zorg uit. Tijdens de gesprekken met de individuele zorgverzekeraars geven de zorgverzekeraars ook aan dat zij de uitkomsten kostenonderzoek ter harte zullen nemen.

Gaan de tarieven voor 2021 dus omhoog?
Dat is te kort door de bocht. Daarover doet het rapport geen uitspraak. Dat was ook niet de onderzoeksopdracht. Zoals bekend is het tarief de uitkomst van de overeenkomst tussen de individuele zorgverzekeraar en de individuele zorgaanbieder (al is in de praktijk van echte onderhandelingen op individueel niveau geen sprake). Het is echter ondenkbaar dat de zorgverzekeraar zich niets aantrekt van de uitkomsten. Komende tijd gaat de NVLF indringende gesprekken met de afzonderlijke verzekeraars aan. Dat zullen ook de andere organisaties van paramedici doen.

Is een hoger tarief haalbaar en betaalbaar?
Overheid en zorgverzekeraars letten zeer nauwgezet op de kostenontwikkelingen. Nog altijd zijn de zorgkosten in politiek Den Haag een hoofdpijndossier. Binnen de paramedische groepen is de kostenpost voor fysiotherapie verreweg het grootst. De bijdrage van logopedie aan het totaal is beperkt.

Stel dat de verzekeraars het tarief verhogen tot het niveau van € 38 per behandeling, dan betekent dat een stijging van de kosten logopedie voor de basisverzekering van € 16,5 miljoen.  Voor alle paramedische beroepsgroepen betekent dat een stijging van de kosten voor de basisverzekering van 95 miljoen.

Dat is een groot bedrag, maar op het totaal van de basisverzekering slechts 0,2%. Het kostenbeslag op de totale zorgkosten kan geen reden zijn de tarieven niet aan te passen.  

Hoe verhoudt de uitkomst zich tot die van de NZa van 2011?
Destijds kwam de NZa op € 40.De onderzoeken zijn niet één-op-één vergelijkbaar. Al zijn voor een groot deel de uitkomsten van het onderzoek hetzelfde. Zo ligt het inkomensdeel en de rekennorm op bijna gelijke hoogte. Het verschil zit in het kostendeel.

Het benodigd aantal behandelingen per jaar om het norminkomen te behalen komt op 2.402, terwijl bij het NZa 2011 rapport 2.348 behandelingen per jaar benodigd zijn, een gering verschil.

De productiviteit is erg laag. Wat wordt daarmee bedoeld?
Berekend is, dat een logopedist gemiddeld 60% van de tijd bezig zou moeten zijn met directe patiëntenzorg en dat 40% nodig is voor zaken als bedrijfsvoering, deelname aan netwerken, kwaliteit en scholing, patiëntgebonden administratie buiten zittingstijd en overleg met derden.
Die 60% wordt in de praktijk gemiddeld bij lange na niet gehaald. Het gemiddelde ligt op 40%. Dat is lager dan bij andere paramedische beroepsgroepen.

Dat betekent…?
Logopedisten besteden veel tijd aan zaken buiten de tijd die ze direct besteden aan de patiënt/cliënt. Daardoor kunnen ze bij een gemiddelde werkweek relatief weinig patiënten behandelen en begeleiden. Dat drukt de inkomsten enorm. Een logische conclusie is dus dat de productiviteit omhoog zou moeten, stellen de onderzoekers. Bij een gelijkblijvende werkweek stijgen de inkomsten doordat er meer patiënten behandeld kunnen worden.

Hoe is dat te realiseren?
Het is belangrijk dat de administratieve werkdruk vermindert. Dat concluderen ook de onderzoekers. Minder administratieve lasten, minder onnodig papierwerk. Dat is ook een boodschap aan de zorgverzekeraars. Daarnaast zal in de toekomst de inzet van e-health kunnen bijdragen aan een hogere productiviteit.

Bij andere paramedische beroepsgroepen (zoals fysiotherapeuten) ziet Gupta mogelijkheden om patiënten groepsgewijs te begeleiden, maar dat is volgens het onderzoek bij logopedie niet of nauwelijks mogelijk.

Welke conclusie trekt de NVLF hieruit?
De vereniging zal onverminderd inzetten op vermindering van administratieve lasten. Daarnaast gaat de vereniging de leden helpen om efficiënter te werken, zodat er in een werkweek meer tijd is voor betaalde zorgverlening.

Waarom heeft de uitkomst zo lang op zich laten wachten?
Het onderzoek zelf ging minder snel dan gehoopt. De medewerking vanuit paramedische praktijken bleek tijdrovender dan aanvankelijk gedacht. Vanuit de logopedie is goed meegewerkt, al was het onderzoek behoorlijk tijdrovend.
Na analyse van de resultaten, zijn de uitkomsten besproken met alle betrokken partijen. Het heeft wat overlegd gevergd voordat iedereen zich kon vinden in de uiteindelijke tekst.
De NVLF was via de verenigingsmanager betrokken bij de begeleidingsgroep. Het was belangrijk dat iedereen de conclusies kon onderschrijven. Daarmee wordt namelijk aangegeven dat de huidige situatie moet veranderen. 

Waarop zijn de conclusies gebaseerd?
Gupta heeft de financiële gegevens van een aantal praktijken onderzocht. Dit is gebeurd op basis van een aselecte steekproef uit actuele bestanden van Vektis.

Zijn de uitkomsten representatief?
Ja. Het is wetenschappelijk (statistisch) verantwoord om de gegevens door te trekken naar de hele beroepsgroep. De steekproef is representatief.

Hoe heeft Gupta het inkomen bepaald?
Er wordt in het onderzoek niet gesproken overinkomen, maar over de jaarlijkse personeelskosten.
De normatieve personeelskosten zijn per beroepsgroep opgebouwd aan de hand van de kosten voor vier typen behandelaars: praktijkhouders met personeel (aangeduid als praktijkhouders), ‘éénpitters’ (praktijkhouders zonder personeel), behandelaars in loondienst en ingehuurde derden. Per beroepsgroep is voor elk van deze behandelaars een normbedrag per fte per jaar bepaald, waarbij we rekening houden met een eventueel verschil in de werkweek (meer uren per week is een naar rato hoger salaris, we vergelijken dus het uurloon). Vervolgens zijn de gewogen normatieve personeelskosten  per beroepsgroep berekend op basis van de verhouding tussen de typen behandelaren in de beroepsgroep en de normatieve personeelskosten per type behandelaar.

Wat leren de resultaten over het inkomen van de logopedist?
De werkelijke personeelskosten (het zogenaamde inkomen) bedraagt tussen de € 54.000 per fte voor de praktijkhouders en € 35.000 per fte voor de logopedist in loondienst, uitgaande van een volledige werkweek.
Volgens het onderzoek ligt het normatieve inkomen voor de praktijkhouders op 73.000 per fte en voor de logopedist in loondienst 69.000 per FTE.

Er zijn binnen de logopedie wel grote verschillen. De  inkomens voor praktijkhouders liggen aanzienlijk hoger dan voor logopedisten in dienst bij een eerstelijnspraktijk.

Wat vindt de NVLF van dit resultaat?
Het inkomensdeel van de logopedisten in loondienst vindt de NVLF ten opzichte van de praktijkhouders achterblijven. De werkweek van de praktijkhouder is volgens het onderzoek wel hoger namelijk 48,4 uur tegen 42,50 uur door een logopedist in loondienst.

Wat gaat de NVLF doen richting politiek?
De onderzoeksresultaten zullen door PPN (Paramedisch Platform Nederland) onder de aandacht van de politiek worden gebracht, maar daarnaast heeft de NVLF zelf contacten met ministerie en Kamerleden. Timing is daarbij belangrijk. Op dit moment gaat alle aandacht in Den Haag uit naar de coronabesmetting. Niettemin blijven we de contacten onderhouden.

Hoe ziet een dagindeling van een logopedist volgens het kostenonderzoek eruit?
Productiviteit 60%
 
Declarabele tijd 23,1 uur/week
Behandelvolume  9,1zittingen/dag 
Prestatieduur 30 minuten
Deel behandelingen aan huis 4%
 
Niet-declarabele tijd  15,4 uur/week
Administratietijd per patiënt 5 minuten
Overleg derden per patient 15 minuten (9%)
Bedrijfsvoering  4,0 uur uur/week
Niet gewerkte tijd 4,9 uur uur/week

Hoeveel weken moet ik werken?
Gupta gaat uit van gemiddeld 6,8 uur per week voor vakantie. 353,60 uur op jaar basis. Dat staat voor 8,8 weken voor vakantie en feestdagen.

Hoe is het tarief opgebouwd?
[volgt]

Komen er verschillende tarieven voor een loondienster of een praktijkhouder?
Nee, het tarief wordt gebaseerd op de landelijk gemiddelden.

Worden alle tarieven gelijk?
Nee, per zorgverzekeraar kunnen verschillen tarieven worden vastgesteld. Naast het reguliere tarief zijn er ook de zogenaamde plustarieven. Hierover gaat de NVLF de komende periode in gesprek met de zorgverzekeraars.

Is in het onderzoek rekening gehouden met de zogenaamde pluspraktijken?
In het onderzoek zijn ook praktijken betrokken met een plusovereenkomst. Uiteindelijk is het onderzoek gebaseerd op gemiddelden dus zowel praktijken met reguliere overeenkomst als een plusovereenkomst.

Bekijk hier alle vragen