Lees verder
  1. Aanvulling van de informatieplicht
    De nadruk komt te liggen op het ‘samen beslissen’. De informatieplicht van de hulpverlener wordt aangevuld met de verplichting tijdig overleg te voeren met de patiënt waarbij de patiënt ook wordt uitgenodigd tot het stellen van vragen. Daarnaast dient de patiënt geïnformeerd te worden over: de mogelijkheid af te zien van behandeling, andere onderzoeken en behandelingen door andere hulpverleners, de uitvoeringstermijn van de behandeling en de verwachte tijdsduur daarvan.
  2. Bewaar- en aanvangstermijn van het medisch dossier
    De algemene regel is dat medische dossiers minimaal 20 jaar bewaard blijven, of zoveel langer als redelijkerwijs uit de zorg van een goed hulpverlener voortvloeit. De bewaartermijn loopt vanaf de laatste aanpassing van het dossier. Dit kan dus betekenen dat bepaalde medische gegevens veel langer bewaard zouden blijven dan voorheen.
  3. Inzagerecht van nabestaanden
    Nabestaanden krijgen een wettelijk recht op inzage in het dossier van een overleden patiënt. Voorheen gebeurde dit soms al op basis van rechtspraak, nu wordt het in de wet vastgelegd.
    Omstandigheden waaronder nabestaanden inzage kunnen krijgen:
    (1) wanneer de patiënt bij leven hiervoor toestemming heeft gegeven;
    (2) wanneer op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) een mededeling van een incident is ontvangen;
    (3) ‘voor een ieder’ op grond van een zwaarwegend belang;
    (4) voor de ouders en voogd van een overleden kind < 16 geldt een bijzondere regeling voor inzage.
    De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) beschrijft de rechten en plichten van patiënten in de zorg. De WGBO is van toepassing op de overeenkomst tussen zorgverlener en patiënt met betrekking tot het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst (artikelen 7:446 e.v. Burgerlijk Wetboek).

Behandeling én relatie

Onder geneeskundige handelingen wordt verstaan alle verrichtingen, inclusief onderzoek en advies, die rechtstreeks betrekking hebben op een persoon en tot doel hebben zijn gezondheid te verbeteren of te bewaken. De WGBO is dus ook van toepassing op de behandelrelatie tussen logopedist en de patiënt in het kader waarvan zorg wordt verleend.

Reikwijdte

Het doen van een medische keuring in opdracht van een ander dan de patiënt ter beoordeling van de gezondheidstoestand of medische begeleiding in verband met de vaststelling van aanspraken of verplichtingen ten behoeve van bijvoorbeeld een verzekering, valt buiten de reikwijdte van de WGBO.

Verplichtingen

De WGBO bevat hoofdzakelijk rechten van de patiënt en kent slechts twee verplichtingen voor de patiënt. Zo is de patiënt gehouden om de zorgverlener naar beste weten de inlichtingen en medewerking te geven die nodig is voor de zorgverlener om goede zorg te kunnen bieden (artikel 7:452 Burgerlijk Wetboek). De andere verplichting die de patiënt heeft, is om de behandelkosten aan de zorgverlener te voldoen (artikel 7:461 Burgerlijk Wetboek).

Bewaartermijn dossiers

Zorgverleners zijn verplicht om medische behandeldossiers van patiënten twintig jaar te bewaren. Die termijn gaat in op het tijdstip waarop de laatste wijziging in het dossier is aangebracht. Dit geldt ook voor medische behandeldossiers van overleden patiënten. Hierna moet het dossier in beginsel worden vernietigd. Wel zijn er een paar uitzonderingen op deze hoofdregel.

Uitzonderingen op de hoofdregel

Goed hulpverlenerschap
Een zorgverlener mag een medisch dossier langer bewaren dan twintig jaar, als dat redelijkerwijs voortvloeit uit de zorg van een goed hulpverlener. Bijvoorbeeld als dat nodig is om goede (continue) zorg te kunnen blijven bieden. Dit doet zich vaak voor bij langlopende of terugkerende behandelingen, zoals bij chronische ziekten. En ook bij erfelijke aandoeningen kan het van belang zijn, zowel voor de patiënt als voor de familie. Het is verstandig om hierover schriftelijke afspraken te maken met de patiënt.

Een zorgverlener kan op grond van goed hulpverlenerschap ook dossiers van minderjarigen langer dan twintig jaar bewaren. Staan er in het dossier van de minderjarige gegevens over vermoedens van kindermishandeling, dan moeten die gegevens minimaal tot het 39ste levensjaar worden bewaard. Binnen de jeugdgezondheidszorg is het gebruikelijk dat de bewaartermijn voor dossiers van minderjarigen pas begint te lopen bij het bereiken van de meerderjarigheidsgrens (achttien jaar). Dit betekent dat deze dossiers bewaard blijven totdat de patiënt 39 jaar wordt.

Wettelijke plicht

Soms moet een zorgverlener afwijken van de bewaartermijn van twintig jaar en de gegevens langer of korter bewaren. Dit geldt bijvoorbeeld voor bepaalde keuringen. Volgens de Wet op de medische keuringen moeten keuringsgegevens worden bewaard zolang dat noodzakelijk is voor het doel waarvoor de keuring is verricht. De bewaartermijn van deze keuringsgegevens is vaak aanzienlijk korter dan de algemene bewaartermijn van twintig jaar.

Verzoek van de patiënt

Een patiënt mag zijn zorgverlener verzoeken om (delen van) zijn medisch dossier langer of korter te bewaren dan twintig jaar. De zorgverlener moet dat verzoek in beginsel honoreren, tenzij dit in strijd is met bijvoorbeeld een wettelijke plicht.