Lees verder

Autoriteit Consumenten Markt

Mededingingswetgeving

De NVLF krijgt regelmatig vragen over de uitwerking van Mededingingswetgeving zoals van het kartelverbod en bagatelverbod. Denk aan vragen als:

  • met hoeveel logopedisten mag ik gezamenlijk een bezwaar indienen bij de zorgverzekeraar?
  • met hoeveel logopedisten mag ik samen met een zorgverzekeraar onderhandelen over het tarief?

Hieronder wordt het kartelverbod uitgewerkt:

Het kartelverbod

Op grond van art. 6 Mededingingswet (Mw) zijn overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen, die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst verboden (kartelverbod) wordt.

Het moet dus gaan om overeenkomsten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst. Overeenkomsten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die vanwege hun omvang of aard slechts een ondergeschikte betekenis hebben en de mededinging niet beperken, vallen dus niet onder het kartelverbod.

Omdat het lastig is per overeenkomst of feitelijk afgestemde gedraging te beoordelen of deze de mededinging slechts op ondergeschikte wijze kan beĆÆnvloeden, heeft de wetgever in art. 7 Mw hiervoor een richtlijn opgenomen. Dit is de zogenaamde bagatelvoorziening.

De Bagatelvoorziening van artikel 7 Mw

Ingevolge art. 7 lid 1 Mw geldt het kartelverbod van artikel 6 Mw niet voor overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen indien:

a) bij de desbetreffende overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging niet meer dan 8 ondernemingen betrokken zijn, dan wel bij de betreffende ondernemersvereniging niet meer dan 8 ondernemingen betrokken zijn;

en

b) de gezamenlijke omzet in het voorafgaande kalenderjaar van de bij de desbetreffende overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging betrokken ondernemingen, dan wel de gezamenlijke omzet van de bij de desbetreffende ondernemingsvereniging betrokken ondernemingen niet hoger is dan:

– ā‚¬ 5.500.000, indien daarbij uitsluitend ondernemingen zijn betrokken wier activiteiten zich in hoofdzaak richten op het leveren van goederen; of

– ā‚¬ 1.100.000, in andere gevallen.

Ook in art. 7 lid 2 Mededingingswet staat nog een tweede uitzonderingsbepaling die invulling geeft aan de Bagatelvoorziening. Krachtens deze bepaling geldt het kartelverbod evenmin indien: sprake is van overeenkomsten, besluiten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen of ondernemersverenigingen die daadwerkelijke of potentiƫle concurrenten zijn op ƩƩn of meer van de relevante markten, indien:

a) het gezamenlijke marktaandeel van de bij de overeenkomst, het besluit of de onderling afgestemde feitelijke gedraging betrokken ondernemingen of ondernemersverenigingen op geen van de relevante markten waarop de overeenkomst, het besluit of de onderling afgestemde feitelijke gedraging van invloed is, groter is dan 10%,

en

b) de overeenkomst, het besluit of de onderling afgestemde feitelijke gedraging de handel tussen lidstaten niet op merkbare wijze ongunstig kan beĆÆnvloeden.

Bij de uitzondering van artikel 7 lid 2 geldt dus geen beperking aan het aantal deelnemers of de gezamenlijke omzet, maar gaat het om het marktaandeel en het effect van de handel tussen de lidstaten.

Samen onderhandelen

Logopedisten die gezamenlijk onderhandelen met de zorgverzekeraar, vormen in essentie een kartel. Ze stemmen over het algemeen af op het terrein van de tarieven, het vestigingsbeleid, openingstijden etc. en dergelijke afspraken (strekken ertoe of) kunnen de mededinging beperken. Binnen het kader van de Mw kan dit toch rechtsgeldig plaatsvinden indien aan de voorwaarden van artikel 7 lid 1 of lid 2 wordt voldaan.

Partijen die gezamenlijk willen onderhandelen en menen dat zij binnen de bagatelvoorziening vallen, doen er goed aan de afspraak om samen te onderhandelen vast te leggen in een overeenkomst. Niet omdat de mogelijkheid om samen te onderhandelen daarmee wordt verruimd, maar omdat dan duidelijk vast ligt welke partijen bij het ā€œkartelā€ betrokken zijn, zodat ook duidelijk kan worden beoordeeld of het kartel kan profiteren van de bagatelvoorziening van artikel 7 lid 1 of lid 2 Mw.

In de regel zal het contract zien op de uitzondering van artikel 7 lid 1 Mw, omdat de voorwaarden om aan die uitzondering te voldoen relatief makkelijk toetsbaar zijn (maximaal 8 partijen met een gezamenlijke omzet van maximaal ā‚¬ 1.1 miljoen bij dienstverlening).

Let wel:

partijen moeten er ook na het aangaan van de overeenkomst op bedacht zijn en blijven dat aan de voorwaarden van de bagatelvoorziening blijft worden voldaan. Zo zou bijvoorbeeld bij groei van de praktijken (bijv. door overnames) de omzetdrempel van ā‚¬ 1,1 miljoen op enig moment kunnen worden overschreden.

De uitzondering van artikel 7 lid 2 Mw is in de praktijk lastiger te toetsen en zal dus ook minder vaak in een overeenkomst worden vervat, omdat dan moet worden gekeken naar het marktaandeel van de betrokken partijen op de relevante markt. Omdat zorgaanbieders in de regel samen willen onderhandelen met directe collegaā€™s in de regio, is bovendien niet ondenkbaar dat de drempel van 10% marktaandeel al snel wordt overschreden. Zeker als de markt als lokaal zou worden afgebakend, hetgeen bij logopedie wel voor de hand licht. De reisbereidheid van patiĆ«nten om naar een op ruime afstand gevestigde behandelaar te reizen zal in de regel immers beperkt zijn.

Zie voor meer achtergrond informatie de Richtsnoeren voor de zorgsector

Samenwerking in de eerstelijnszorg

Apothekers, huisartsen, fysiotherapeuten, psychotherapeuten, logopedisten en andere aanbieders van eerstelijnszorg werken vaak samen. Bijvoorbeeld in huisartsenposten, zorggroepen en ketenzorg voor patiƫnten met een chronische aandoening.

Waar moet u op letten als u wilt samenwerken in de eerstelijnszorg?
ACM geeft inzicht in de wijze waarop zij toezicht houdt op zorgaanbieders in de eerste lijn. ACM licht in de ā€˜uitgangspunten eerstelijnā€™ toe dat de Mededingingswet ruimte biedt voor samenwerking die het belang van de patiĆ«nt en verzekerde dient.

Bij overleg gelden onder meer de volgende regels:

  • Zij mogen geen collectieve afspraken maken over concurrentiegevoelige onderwerpen, zoals tarieven, service-aspecten of aanvullend aanbod.
  • Zij mogen dergelijke concurrentiegevoelige informatie niet met elkaar uitwisselen.
  • Zij mogen elkaar geen advies geven over het wel of niet accepteren van een contract of contact hebben over tussentijdse onderhandelingsresultaten.

Vraag u af: is de samenwerking duidelijk in het belang van patiƫnten en verzekerden? Zijn de afspraken openbaar? En is iedereen er tevreden mee? Dan zal de ACM niet ingrijpen. Komen er klachten? Dan krijgt u eerst gelegenheid uw afspraken snel aan te passen.

Meer over samenwerking in de eerstelijnszorg
Wilt u weten hoe de ACM afspraken tussen aanbieders van eerstelijnszorg beoordelen? Lees de uitgangspunten eerstelijnszorg en website van de ACM.

Richtsnoeren samenwerkingsvormen
De ACM heeft richtsnoeren opgesteld zodat het voor zorgaanbieders, zorgverzekeraars en andere partijen duidelijker wordt welke samenwerkingsvormen en gedragingen wel en niet zijn toegestaan op basis van de Mededingingswet. Bekijk de Richtsnoeren voor de zorgsector van ACM.

Nederlandse Zorgautoriteit

Beleidsregel logopedie

Ieder jaar stelt de NZa de beleidsregel voor logopedie vast. In de beleidsregel worden de diverse prestatiebeschrijvingen logopedie beschreven. Voor de prestaties zoals vastgelegd in deze beleidsregel gelden vrije tarieven.

Bekijk hier de beleidsregel 2022 en de toelichting

Bekijk de beleidsregel 2021Ā 
Bekijk de toelichting op de beleidsregel 2021

Bekijk de beleidsregel 2020 en de toelichting

Regeling paramedisch zorg

Vanaf 1 januari 2018 hanteert de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een nieuwe regeling voor paramedische zorg. De regeling geeft meer duidelijkheid over de geldende registratie- en declaratievoorschriften; geeft eenduidigheid van regelgeving tussen de verschillende paramedische sectoren en regelt de standaardprijslijst wanneer u niet-gecontracteerde zorg levert.

Bekijk de regeling en de toelichting

Nadere regel Transparantie zorginkoopproces Zvw

De contracten moeten voldoen aan de normale eisen zoals die zijn vastgelegd in het contractrecht.De NZa houdt toezicht op de Nadere regel Transparantie zorginkoopproces Zvw (TH/NR-011). Zowel de zorgverzekeraars en de zorgaanbieders moeten zich daar aan houden.

Afwegingsinstrument eerstelijnsverblijf

Per 1 januari 2017 valt het eerstelijnsverblijf onder de zorgverzekeringswet. De zorg en opvang van patiƫnten die vanwege medische redenen tijdelijk niet thuis kunnen wonen, het zogeheten eerstelijnsverblijf, wordt per 1 januari 2017 betaald vanuit de basisverzekering van de Zorgverzekeringswet (Zvw).

Er is gekozen voor drie integrale prestaties voor het eerstelijnsverblijf namelijk laag complex, hoog complex en palliatief terminale zorg. In de integrale tarieven zijn opgenomen: het verblijf, de verpleging en verzorging, de geneeskundige zorg geleverd door de specialist ouderengeneeskunde (SO) of arts verstandelijk gehandicapten (AVG), en de paramedische zorg.

Uit de vergoeding van de drie prestaties eerstelijnsverblijf wordt de paramedische zorg (fysiotherapie, oefentherapie Mensendieck/Cesar, logopedie, diƫtetiek en ergotherapie) vergoed.

Om een passende afweging te maken of verzekerden aanspraak kunnen maken op deze voorziening, is in diverse bijeenkomsten ā€“waarbij de NVLF ook bij betrokken was- een afwegingsinstrument ontwikkeld.

Extra informatie
NZA –Ā Wegwijzer innovatie en preventie in de eerstelijnszorg