Vraag:

Veel logopediepraktijken kampen met lange wachtlijsten. Prakijken kunnen hierdoor vaak niet voldoen aan de  landelijke Treeknormen.

In bijna alle overeenkomsten komt deze norm terug (zie ook de onderstaande FAQ bij enkele zorgverzekeraars).

Een vraag die de NVLF laatste tijd regelmatig krijg van logopediepraktijken is:

Mag ik een patiëntenstop inlassen voor de wachtlijst/Mag ik aangeven dat ik geen patiënten meer aanneem?

Wat zijn de rechten en plichten van een logopediepraktijk?

Hoe kan een logopediepraktijk het beste handelen in z’n situatie?

Antwoord:

In veel overeenkomsten hebben zorgverzekeraars opgenomen dat een verzekerde patiënt binnen een bepaalde termijn een afspraak/behandeling moet krijgen. In dat verband wordt verwezen naar de treeknormen. De treeknorm is de maximale aanvaardbare wachttijd die zorgaanbieders en zorgverzekeraars zijn overeengekomen. De NZa beoordeelt de toegankelijkheid van zorg aan de hand van de treeknormen.  

Een logopediepraktijk is als zorgaanbieder in de zin van de Wkkgz verplicht om goede zorg aan te bieden. Hieronder wordt verstaan zorg van goede kwaliteit en van goed niveau: 

a) die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is, tijdig wordt verleend, en is afgestemd op de reële behoefte van de client, 

b) waarbij zorgverleners handelen in overeenstemming met de op hen rustende verantwoordelijkheid (artikel 2 Wkkgz). 

Als een logopediepraktijk een patiënt in behandeling heeft genomen, is sprake van een behandelingsovereenkomst in de zin van de WGBO. Er geldt een zorgplicht. De logopediepraktijk en de behandelend logopedist hebben naar de patiënt de verplichting om een goede behandeling/goede zorg te bieden. 

Per praktijk zal een maximaal aantal patiënten in behandeling kunnen worden genomen, waarbij nog aan de zorgplicht jegens deze patiënten kan worden voldaan. Als meer patiënten in zorg worden genomen, komt de kwaliteit van zorg in het geding. Het risico bestaat dat de logopediepraktijk/de behandelaar de zorgplicht niet langer kunnen nakomen. Dit betekent dat de logopediepraktijk niet langer kan voldoen aan het bepaalde in artikel 2 Wkkgz en aan de verplichting uit hoofde van de WGBO.  

Vrijwel alle zorgverzekeraars hebben in de overeenkomst met logopediepraktijken de wettekst van artikel 2 Wkkgz opgenomen. Naast de wettelijke verplichting om aan artikel 2 Wkkgz te voldoen, moet deze verplichting ook jegens de zorgverzekeraar worden nagekomen. Hier ‘wringen’ de verplichtingen in de overeenkomst van zorgverzekeraars als én een nieuwe patiënt binnen een bepaalde termijn moet worden gezien én de logopediepraktijk moet voldoen aan het bepaalde in artikel 2 Wkkgz. Het lijkt mij dat de wettelijke verplichting waaraan de logopediepraktijk moet voldoen, te weten het verlenen van goede zorg, prevaleert boven een (andere) contractuele afspraak met de verzekeraar over de termijn waarbinnen een nieuwe patiënt moet worden gezien.  

Medisch inhoudelijk valt hier misschien nog een argument aan toe te voegen, maar dat is aan logopedisten als inhoudsdeskundigen om te beoordelen: Kan gesteld worden dat het belang van een patiënt, die al in behandeling is, bij continuïteit van zorg groter is dan het belang van een persoon die nog niet met een logopediebehandeling is begonnen? 

Verder hebben veel zorgverzekeraars in de overeenkomst opgenomen dat de logopediepraktijk zich moet houden aan de KNMG richtlijn ‘Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’.

Deze richtlijn hanteert als uitgangspunt dat met nieuwe patiënten een behandelingsovereenkomst wordt aangegaan. Echter, voor een aantal situaties geldt een uitzondering. Zo hoeft een nieuwe patiënt niet in behandeling te worden genomen als dit vanwege organisatorische redenen, bijvoorbeeld capaciteitsgebrek, niet mogelijk is. 

Logopediepraktijken die het maximaal aantal patiënten dat in behandeling kan worden genomen hebben bereikt mogen een patiëntenstop invoeren. Advies is om aan mogelijk nieuwe patiënten en het algemeen publiek uit te leggen waarom dit wordt gedaan, namelijk om de kwaliteit van zorg te kunnen borgen. Dit kan bijvoorbeeld met een bericht op de website. 

Als gewerkt wordt met een wachtlijst, is het advies om uit te leggen wat mogelijk nieuwe patiënten hiervan mogen verwachten, zoals bijvoorbeeld wat de gemiddelde wachttijd is.   

Wat betreft de relatie met de zorgverzekeraar, als de praktijk geen nieuwe patiënten kan aannemen, is het goed om de zorgverzekeraar hiervan (schriftelijk) op de hoogte te stellen. In veel overeenkomsten staat overigens een verplichting om de zorgverzekeraar te informeren en zo nee, dan is het algemeen patiëntenbelang hiermee gediend. De zorgverzekeraar weet in dat geval dat verzekerden tijdelijk niet bij de logopediepraktijk terecht kunnen en kan verzekerden mogelijk helpen bij het vinden van een andere praktijk. 

Zorgverzekeraars bieden hun verzekerden nog wel eens de mogelijkheid om een zorgconsulent/zorggids te vragen om te ondersteunen bij het vinden van een zorgaanbieder waar de verzekerde (wel) terecht kan met de zorgvraag. Nieuwe patiënten die de logopediepraktijk benaderen kan geadviseerd worden om hierover navraag bij de zorgverzekeraar te doen. Overigens verdient het aanbeveling om ook dit vooraf met de zorgverzekeraar af te stemmen zodat het algemeen patiëntenbelang is gediend. 

Menzis:

Hoelang mag u wachten op fysiotherapie en andere paramedische hulpverleners?

Paramedische hulpverleners zijn behandelaars die wel zorg geven, maar geen arts of tandarts zijn. Bijvoorbeeld een logopedist, fysiotherapeut of diëtist.

·                     Aanmelding: de tijd tussen het maken van een afspraak en de afspraak zelf is maximaal 1 week.

ENO:

In mijn zorgovereenkomst is opgenomen dat verzekerden van Eno binnen vijf werkdagen voor een eerste afspraak terecht moeten kunnen, maar ik heb een wachtlijst waardoor ik hier niet (altijd) aan kan voldoen. Hoe gaat Eno hiermee om?

De bepaling dat verzekerden van Eno binnen vijf werkdagen voor een eerste afspraak terecht moeten kunnen, is gebaseerd op de treeknorm. De treeknorm is een algemeen geldende praktijknorm die tussen zorgverzekeraars en de beroepsgroep is afgesproken. De treeknorm is voor Eno belangrijk in het kader van naleving van de zorgplicht. Eno moet bij de naleving hiervan de algemeen geldende normen in acht nemen. Daarom willen wij dat u onze verzekerden een wachttijd garandeert die de treeknorm niet overschrijdt.

Ter verduidelijking: het gaat hierbij om de wachttijd tot een eerste afspraak voor diagnostiek, de intake. De bepaling zegt niet specifiek iets over de vervolgwachttijd tot de eerste behandeling. Uiteraard kunt u ook met onze verzekerden een langere wachttijd   overeenkomen. Maar verzekerden die dat willen, moet u de mogelijkheid bieden om binnen 5 werkdagen een afspraak voor een intake te maken.