Lees verder
Het is goed voor ieder mens, elk beroep en iedere vereniging: jezelf blijven ontwikkelen. Vaak zie je de vooruitgang pas achteraf. Dit is de rode draad door het gesprek met scheidend NVLF-voorzitter Michel Dutrée en verenigingsmanager Boudewijn de Ridder als we terugblikken op de afgelopen acht jaar en voorzichtig ook vooruitkijken.
Paul Wouters

De NVLF krijgt een nieuwe voorzitter. De verenigingsstatuten schrijven een maximum van twee termijnen van vier jaar voor. Daarover zegt Michel Dutrée vol overtuiging: ‘Het is goed, zo’n verandering. Een vereniging heeft ruimte nodig om zich te blijven ontwikkelen. Een nieuwe voorzitter brengt andere inzichten en nieuwe invalshoeken mee. Dat komt de vereniging en de beroepsgroep ten goede.’ Waarmee hij niet wil zeggen dat hij uitkijkt naar zijn vertrek. Daarvoor zijn NVLF en beroepsgroep hem te dierbaar geworden. Boudewijn de Ridder had nog best een tijdje met deze voorzitter willen doorgaan. Ze vormden een goed koppel, vinden ze allebei. Twee gelijkwaardige rollen, met eigen verantwoordelijkheden. De een voor de bestuurlijke besluiten en verenigingskoers, de ander voor de uitvoering en dienstverlening aan de leden. ‘We vulden elkaar goed aan’, zegt Michel. ‘Het helpt dat ik ooit zelf een verenigingsdirecteur was.’

Begeleiden

Voor de ontwikkeling van een beroepsgroep is een goede samenwerking tussen bestuur en bureau van grote waarde. Boudewijn: ‘De NVLF wil een gids zijn voor haar leden. Ze wil logopedisten ondersteunen en begeleiden bij het werk in een veranderende wereld en zorgomgeving.’ Michel vult aan: ‘Een wereld die het belang van logopedie voor het leven van mensen in alle leeftijdsgroepen soms onvoldoende onderkent. We hebben ons ingezet om dat beeld te veranderen. We zijn er nog niet, maar wel op de goede weg.’

Er is afgelopen jaar veel geïnvesteerd in de aansluiting van beleid op de huidige en toekomstige praktijk. Er kwamen meer logopedisten op het verenigingsbureau en een student-lid in het bestuur. De positie van de Ledenraad als vertegenwoordiger van de leden is sterker geworden. Dat ging niet altijd gemakkelijk. Boudewijn: ‘Ik vind het jammer dat niet meer leden zich hiervoor willen inzetten. We willen juist een zo goed mogelijke afspiegeling van het ledenbestand, zowel naar werkveld als regionale vertegenwoordiging.’

Bij iedere vereniging is het een uitdaging om te komen tot een standpunt of oordeel waarin de meerderheid zich herkent. Michel herinnert zich de discussies over specialisatie. ‘Er waren vóór- en tegenstanders, allebei met goede argumenten. Uiteindelijk heeft het bestuur, in samenspraak met de opleidingen, de knoop doorgehakt en er nee tegen gezegd. Dat hebben we wel moeten uitleggen!’ Waarmee het gesprek op communicatie komt. Anders dan acht jaar geleden is daar nu veel aandacht voor. Leden waarderen dat. Er kwam een communicatieteam dat onder meer zorg draagt voor nieuwsbrieven, de website en campagnes. Boudewijn: ‘Ook op veel andere vlakken heeft Michel gezorgd voor professionalisering, zoals bij het congres. Altijd was er aandacht voor een financieel gezonde vereniging en keek hij naar nut en noodzaak. Door het anders te organiseren konden we twee statutaire commissies en een Raad van Toezicht opheffen. En dat alles met een contributieverhoging in acht jaar van slechts 4 procent.’

Belangenbehartiging

Ook de belangenbehartiging werd geprofessionaliseerd, een vooraanstaande taak van de voorzitter. Er is veel energie gestoken in het opbouwen van relaties, met de overheid, de politiek, de zorgverzekeraars en andere verenigingen. Michel: ‘Ik geloof in de dialoog, het gesprek en het bouwen aan vertrouwen.’ In de afgelopen jaren had een deel van de leden echter voorkeur voor een meer activistische houding. ‘Soms is dat nodig’, erkent hij. ‘De gang naar het Malieveld was nuttig om de nood duidelijk te maken. Maar vervolgens moet je in gesprekken tot oplossingen zien te komen.’ Enige teleurstelling kan de scheidend voorzitter niet onderdrukken. ‘Nog altijd zijn de tarieven niet op orde. Conclusies van onafhankelijke onderzoeken uit 2011 en 2020 hebben onvoldoende opvolging gekregen. De bijdrage van paramedici aan zorg en onderwijs wordt nog altijd onvoldoende op waarde geschat.’ Er is nog genoeg werk aan de winkel.

Samenwerking

Beiden zien heil in een verdere versterking van de samenwerking tussen paramedici. Ook tussen hun verenigingen. Gevraagd om eens tien jaar vooruit te denken, zegt Michel: ‘Ik zou het niet gek vinden als er één paramedische beroepsvereniging komt met verschillende kamers. Dan bundel je krachten waar dat mogelijk is, zonder de eigen identiteit te verliezen. Zo’n ontwikkeling sluit ook aan bij ideeën over een toekomstige gemeenschappelijke paramedische basisopleiding’. Vanuit zijn achtergrond als bedrijfskundige ziet Boudewijn mogelijkheden om doelmatiger te werken door het samenvoegen van bijvoorbeeld ledenadministraties en financiële afdelingen van verschillende verenigingen. Afgelopen jaren heeft de NVLF zich ingespannen voor een sterk Paramedisch Platform Nederland en betere samenwerking met de fysiotherapeutenkoepel KNGF. Voor de soms ongeduldige voorzitter had de samenwerking wel wat verder mogen zijn.

Logopedisten blijven een speciale plek in mijn hart houden

Michel Dutrée

Aanpassingen

Wil Michel bij zijn afscheid nog wat meegeven? Zeker. Vol overtuiging: ‘Blijf leren en veranderen. Stel werkwijzen en plannen bij als dat nodig is. De aanpassingen tijdens de coronatijd hebben laten zien dat het kan’. Vanuit de vereniging noemt hij het voorbeeld van richtlijnontwikkeling. ‘Bij mijn aantreden ging vrijwel alle energie van bestuur en bureau naar dit onderwerp. De leden gaven aan het niet meer te kunnen bijbenen. Daarop is het tempo aangepast, zonder het doel uit het oog te verliezen. Met als resultaat veel breder gedragen richtlijnen voor TOS, afasie en stotteren.’ In de toekomst verwacht hij trouwens meer multidisciplinaire richtlijnen.

Achterstand

Michel Dutrée vertrekt, de karavaan gaat voort. Het vakgebied, de zorg en de financiering zullen veranderen. Technologische ontwikkelingen als Artificial Intelligence zullen het beroep beïnvloeden. Er komt meer aandacht voor regionale samenwerking. Ook de bekostiging van de zorg moet op de schop. Michel: ‘Zoals het nu gaat, loopt het stuk. De achterstand in de beloning, de administratie en werkdruk: het móet anders. Met een grotere verantwoordelijkheid voor de professionals.’ Het zijn thema’s voor zijn opvolger. Hij zal de beroepsgroep en de NVLF vanaf de zijlijn blijven volgen. ‘Ik heb dit werk met ontzettend veel plezier gedaan en de logopedisten blijven een speciale plek in mijn hart houden.’

Beeld: Marieke Wijntjes