NVLF aanwezig bij Tweede-Kamerdebat

De NVLF heeft op 3 juli – de actiedag van de paramedici – in de Tweede Kamer het debat gevolgd over de eerstelijnszorg. Het ging om een overleg tussen de Vaste Kamercommissie van VWS en minister Bruins voor medische zorg. Hieronder een verslag van deze bijeenkomst.

regering 250x175

Vanuit de Kamer spraken Fleur Agema (PVV), Joba van den Berg (CDA), Corinne Ellemeet (Groen Links), Henk van Gerven (SP), Lilianne Ploumen (PvdA), Rens Raemakers (D66), Arno Rutte (VVD), Léonie Sazias (50+) en Fleur Agema (PVV) met de minister.

Vrijwel alle Kamerleden verwezen naar de demonstratie van de paramedische beroepsgroepen, waarbij de meeste aanwezig waren. Tijdens het debat werden vragen gesteld over fysiotherapie in het basispakket (20 behandelingen voor chronisch patiënten), de hoogte van de tarieven en het gebrek aan onderhandelingsmacht.

Arno Rutte liet weten dat er middelen nodig zijn om de organisatiekracht op te zetten om te kunnen onderhandelen. Ook wil hij toewerken naar een dbc (diagnose-behandel-combinatie) in de paramedische zorg, waarbij per indicatie een tarief geldt. In het debat werd hierbij geen onderscheid gemaakt tussen fysiotherapie, oefentherapie en logopedie.

Naast de paramedische onderwerpen spraken Kamer en minister over tal van andere zaken in de zorg, zoals tarieven in de kraamzorg, doktersassistenten in BIG-register, het tekort aan huisartsen, een pilot waarbij huisartsen 15 minuten per consult uittrekken, eerstelijnsdiagnostiek en vergoeding van de specialist ouderengeneeskunde vanuit het basispakket.

In het overleg liet minister Bruins weten blij te zijn met de bestuurlijke afspraken over paramedische zorg. Hij complimenteerde de betrokken partijen, waaronder de NVLF. Voor hem is een belangrijk onderdeel van de afspraken de doorontwikkeling van de behandelindex naar resultaatindex. Daarnaast benadrukte hij dat zorgverzekeraars en de koepelorganisaties van paramedici serieus het gesprek aangaan over de tarieven voor 2020. De resultaten van het gezamenlijke kostenonderzoek – met de nadruk op gezamenlijk – kunnen dan worden meegenomen bij de onderhandelingen over de tarieven voor 2021.