Onderzoek naar de kwaliteitstoets door Petra Koekkoek

Petra Koekkoek, al 28 jaar logopediste in de eerste lijn, presenteerde op 10 februari 2017 haar meesterproef voor de Master Health Care & Social Work. Zij vertelt hier over haar onderzoek ‘Auditeren in de eerstelijns logopediepraktijk’.

Petra Koekkoek_klein

Waarom heb je voor dit onderwerp gekozen?
“De keuze voor het onderwerp is deels bepaald door de master die ik gedaan heb. De meeste logopedisten kennen waarschijnlijk alleen de Master Logopediewetenschappen en de master SEN. Ik heb de Master Health Care & Social Work gedaan. Deze master verbindt de domeinen gezondheidszorg en welzijn. Gezien de huidige veranderingen in de zorg geen ongewone combinatie. Voor mij ook een mooie keuze, want ik vind het het vak logopedie een prachtig beroep, maar ik ben niet alleen geïnteresseerd in de vakinhoud. Ook factoren die bepalend kunnen zijn voor ons beroep interesseren mij. Deze master is een overkoepelende studie en richt zich op onderzoek, kwaliteit, beleid, innovatie en health promotion. Allemaal aspecten die mijn belangstelling hebben, ook door in mijn rol als LCV’er . Zo is de keuze voor een niet vakinhoudelijk onderwerp ontstaan.

In de overleggen met de zorgverzekeraars komt de kwaliteitstoets regelmatig aan bod. Ik merkte dat ik de onrust die ik bij collega’s bespeur over de kwaliteitstoets, niet kon vertalen naar feiten. Het bleef bij ‘Wij merken dat…’. En daar wilde ik zekerheid over hebben, een evidence based antwoord op kunnen geven!”

Waar werd je door verrast tijdens je onderzoek?
“Een afstudeeronderzoek kent verschillende onderdelen. Een belangrijk aspect is het doen van literatuuronderzoek. Mijn verwachtingen ten aanzien van het vinden van relevante literatuur waren niet hoog gespannen. Auditeren is immers een vrij nieuw aspect in de beroepsuitoefening, maar dat het zo moeilijk zou zijn had ik niet verwacht. Er is inmiddels veel vakinhoudelijk onderzoek verricht, maar onderzoek naar facetten van de beroepsuitoefening bestaan amper. Hiervoor moest ik bij andere paramedische beroepen op zoek. In Groot-Brittannië, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland is meer onderzoek gedaan naar aspecten die met de beroepsuitoefening te maken hebben en zo heb ik gelukkig toch relevante informatie kunnen vinden. Professionalisering heeft niet alleen te maken met de vakinhoud, maar ook met de beroepsuitoefening zelf. Naar mijn mening is daar ook meer aandacht voor nodig. Ik denk dat meer informatie hierover ons helpt om het vak logopedie beter te profileren en ook beter te kunnen positioneren.

Het enthousiasme waarmee het onderwerp van mijn onderzoek ontvangen werd door collega’s, zorgverzekeraars en andere stakeholders vond ik ook verrassend en bijzonder om te ervaren. De gedachte hieraan bood steun tijdens de moeilijke momenten.

Waardoor ik ook verrast werd, was het relatief hoge percentage geauditeerden dat de enquête ingevuld had. Ruim 35% van de ondervraagden had de kwaliteitstoets gedaan, terwijl dit landelijk zo’n 10% is. Verder vond ik het bijzonder om zulke duidelijke resultaten te krijgen. Ik had van te voren niet verwacht dat ik zo enthousiast zou kunnen worden van de analyses en berekeningen die ik maakte met het statistische softwareprogramma SPSS 22.”

Wat is volgens jou de belangrijkste conclusie uit het onderzoek?
“In het onderzoek zijn de twee groepen vergeleken: de groep die de kwaliteitstoets wel gedaan heeft en de groep die deze (nog) niet gedaan heeft. Negen constructen zijn bij beide groepen onderzocht, te weten: Kennis, Angst, Werkbeleving qua tijd, Werkbeleving qua plezier, Capaciteiten, Spanning, Gezondheid, Professionele houding en Veranderende werkzaamheden. De belangrijkste conclusie uit de vergelijkingen is wel dat het verrichten van de kwaliteitstoets juist positieve effecten heeft!

De gevonden effecten zijn: de tijdsinvestering is minder groot dan verwacht, de werkzaamheden veranderen weinig, er wordt meer werkplezier ervaren, de eigenwaarde groeit omdat men merkt over meer capaciteiten te beschikken dan verwacht en de geauditeerde logopedist neemt een professionelere houding aan dan vóór het doen van de kwaliteitstoets. Op de overige constructen waren geen significante verschillen gevonden.

Het is goed om stil te staan bij het feit dat de verschillen die gevonden zijn, louter positief zijn. Ik hoop echt dat collega’s zich dit gaan realiseren en dat zij de kwaliteitstoets anders zullen beschouwen. Er is veel scepsis ten aanzien van de kwaliteitstoets, maar dit is gebaseerd op ongefundeerde vooroordelen.”

 

Welke opvallende reacties heb je gekregen naar aanleiding van je onderzoek?
“Aan het eind van de enquête was er ruimte voor de ondervraagden om een opmerking te plaatsen. Hierin was een tweedeling te zien: vóór of tegen de kwaliteitstoets, variërend van ‘Je moet die toets gewoon doen, valt mee’ tot ‘Goed dat dit onderzocht wordt! De toets is duur!’

Ook werden veel opmerkingen gemaakt over het aspect dat de kwaliteitstoets de procedures toetst, dat het vooral ‘EPD invullen’ is. Een flink aantal collega’s wil liever getoetst worden op logopedische vaardigheden. Ook opvallend waren de vele positieve reacties op het doen van dit onderzoek zelf.

Degenen die het onderzoek gelezen hebben of bij de presentatie aanwezig waren reageerden ook positief op zowel de uitkomsten als ook op het feit dat er onderzoek is gedaan naar de effecten van het verrichten van de kwaliteitstoets.”

Petra Koekkoek wil tenslotte nog alle collega’s die destijds de enquête ingevuld hebben nogmaals heel hartelijk danken voor hun deelname:
“Zonder jullie had ik dit onderzoek niet op deze wijze kunnen uitvoeren en had ik mijn studie niet zo mooi kunnen afronden. Dankzij jullie kunnen de logopedisten in de eerste lijn zich nu een evidence based beeld vormen van het doen van de kwaliteitstoets.”