NVLF publiceert onderzoek naar prevalentie en incidentie stoornissen

Hoe vaak komen bepaalde stoornissen binnen de logopedie voor in Nederland en daarbuiten? Naar deze vraag is het afgelopen jaar literatuuronderzoek gedaan door de Hogeschool Utrecht in opdracht van de NVLF. De uitkomsten zijn nu voor iedereen in te zien. Jenta Sluijmers, één van de onderzoekers, geeft een toelichting.

foto jenta 200  bij 200

Hoe vaak logopedische stoornissen ontstaan en voorkomen, wordt ook wel uitgedrukt met de termen ‘incidentie’ en prevalentie’. Met prevalentie wordt het aantal mensen bedoeld dat op een bepaald tijdstip aan een stoornis leidt. Met incidentie wordt het aantal nieuwe ziektegevallen in een bepaalde periode bedoeld. Dit cijfer geeft aan hoeveel kans iemand heeft om de stoornis te krijgen.

Belang van het onderzoek
Dat er onderzoek is gedaan naar prevalentie en incidentie van logopedische stoornissen, is om verschillende redenen belangrijk, vertelt Jenta Sluijmers, één van de onderzoekers. ‘De NVLF wil met het onderzoek leden inzicht geven in hoe vaak verschillende stoornissen voorkomen. Ook voor aanbieders van zorg is het onderzoek van belang. Zij weten nu beter wat er op hen afkomt en kunnen zo een betere planning maken voor benodigde therapieën, revalidatie, middelen en voorzieningen. Daarnaast is het zo dat de NVLF als gevolg van bezuinigingen, steeds vaker inzicht moet geven in cijfers over logopedische stoornissen. Het onderzoek voorziet daarin.’

Frustrerend
Jenta Sluijmers had ook een persoonlijke reden om aan het onderzoek mee te doen. ‘Ik liep ik er al jaren tegenaan dat ik mijn cliënten niet kon vertellen hoe vaak een bepaalde aandoening voor komt. Dat vond ik heel frustrerend. Want het is voor cliënten heel fijn om te weten dat zij niet de enige zijn met soortgelijke klachten. Het hoort gewoon bij goede informatievoorziening en vergroot de kwaliteit van het logopedisch handelen. Voor mij persoonlijk was dat de belangrijkste motivatie om mee te doen.’

Bestaansrecht aantonen
Maar ook voor haar werk als teamleider van logopedisten bij de GGD is het onderzoek nuttig, vertelt Jenta: ‘Als ik een beleidsplan moet schrijven voor een gemeente of opdrachtgever is het belangrijk om te beschrijven hoe vaak bepaalde stoornissen binnen de logopedie voorkomen. Alleen met dit soort informatie krijg ik mijn opdrachtgevers mee en kan ik het bestaansrecht van de logopedie laten zien.’

Verschillende stoornissen
Volgens Jenta is er in Nederland nog amper systematisch literatuuronderzoek gedaan naar prevalentie en incidentie binnen de beroepsgroep en is het uniek dat dit soort gegevens voor logopedisten nu verzameld zijn. Toch maakt ze wel een kanttekening. ‘Wat mij opviel is dat veel onderzoek gedaan is binnen heel specifieke situaties. Die kun je niet zomaar doorvertalen naar je eigen cliënten. Je moet het onderzoek daarom heel nauwkeurig lezen. Ik zie het echt als een begin. We hebben nu voor het eerst boven water wat er grofweg bekend is aan cijfers. Maar het onderzoek zou zeker nog een keer herhaald moeten worden. Met scherpere definities over wat je precies in kaart wilt brengen, zodat je meer specifieke informatie krijgt.

Definities
Stemstoornissen kunnen bijvoorbeeld totaal verschillende oorzaken hebben: is het door verkeerd stemgebruik of door kanker? En bekijk je een dwarsdoorsnede van de hele bevolking of bijvoorbeeld alleen leerkrachten die in een zwembad werken? Deze cijfers kun je niet zomaar op een hoop gooien. Behalve de definities en oorzaken verschillen ook de populaties en (diagnostische) meetinstrumenten en contexten van elkaar. Dit heeft allemaal invloed op de prevalentie- of incidentiecijfers. Ik hoop van harte dat het onderzoek veel stof tot discussie oplevert onder logopedisten. En dat het in commissies en werkgroepen gebruikt wordt om met elkaar nadenken: wat betekent dit onderzoek eigenlijk voor mijn beroep en mijn cliënt?’

Cijfers
In het literatuuronderzoek is gekeken naar verschillende logopedische stoornissen.

Bekijk hier de prevalentie- en incidentiecijfers per aandoening

Participatie door communicatie
Het onderzoek is uitgevoerd aan de Hogeschool Utrecht, Kenniscentrum Innovatie van de Zorgverlening, Lectoraat Logopedie: Participatie door Communicatie. Het onderzoek is volbracht onder verantwoordelijkheid van prof. dr. Ellen Gerrits (lector logopedie, hoogleraar logopediewetenschap) en uitgevoerd door Jenta Sluijmers, Inge Zoutenbier en Lotte Versteegde, allen logopedisten en Masters of Science. Drs. Ingrid Singer (junior onderzoeker) coördineerde het onderzoeksproject.