Ik hoop dat jullie een lange adem hebben en klaar zijn voor mijn logorhea.

40 jaar indrukken in uitdrukkingen en gezegdes…. De bakermat van taal blijken bakerpraatjes te zijn!

Ik heb een lange adem wat betreft logopedie.

Houden jullie nu de adem in omdat onzeker is hoe lang ik aan het woord wil blijven?

Logopedie was niet mijn eerste keus maar het beroep past als een jas en zit me gegoten. In de volksmond ondersteun ik in “beter lullen”  en bewijs de hele dag lippendienst.

Zo sta ik mijn mannetje als vrouwtje op eigen benen waarbij ik mijn beste beentje voor zet om mensen met beide benen op de grond te krijgen.

Ik kan leven van de lucht want wat is praten meer dan gebakken lucht? Ik kan luister bijzetten. Na logopedische therapie hebben mensen makkelijk praten. Ik ben van alle logopedische markten thuis, maar draag niet bij aan een zwijgende meerderheid.

Ik draag wel bij aan het versterken van de inwendige mens en dat men zijn mondje kan roeren. Ik probeer taal met de paplepel mee te geven, ik heb de mond vol van voorleven en geef een grote mond als het gaat om het snoeren van de mond.

Ik kan uit mijn nek kletsen, zit altijd met mijn neus in de boeken, druk regelmatig  mensen met hun neus op de feiten en doe dat even tussen neus en lippen door. Ik haal mijn neus voor niemand op maar steek hem wel overal in waardoor ik hem ook weleens stoot.

Ik heb er oog voor dat mensen niet monddood mogen worden gemaakt. Mijn werk zit voor een groot gedeelte tussen de oren. Ik houd mensen aan de praat met mooie praatjes. Ik zet mensen op een praatstoel en ga er prat op als ze dan honderduit praten. Ik houd ruggespraak om goed van repliek te dienen zeker als het slikken of stikken betreft, zonder Babylonische spraakverwarring met argumenten waar geen speld tussen te krijgen is. Met een stem als een misthoorn verhef ik mijn stem zodat ieder zijn stem blijvend kan laten horen in duidelijke taal.

Ik zoek naar wat de tong streelt, wat de tongen los maakt, houd niet van boze of kwade tongen, heb weleens een dubbele tong maar zeker geen gespleten tong. Ik hoop wel een beetje dat ik een fluwelen tong heb… dat ik de juiste toon aansla, dat ik weet wanneer ik een toontje lager moet zingen. Het was ook bijzonder om te ervaren dat ik de toon mocht en kon aangeven. Mijn collega’s waardeerden mijn brieven op poten…

Mensen die hun mond voorbijpraten stuur ik een deur verder.

Ik ben een open boek voor de meesten van jullie. Ik heb makkelijk het hart op de tong… Heb ik het dan op de goede plaats? Vermoedelijk sta ik te boek als de steppende logo die uit volle borst kan zingen en lachen. Ik geef jullie op een briefje dat de meesten over me te spreken zijn.

Kinderen help ik om van A tot Z  het lezen en spellen onder de knie te krijgen.

Ze snappen niet allemaal dat je verhalen van gisteren met een lasbril leest…. maar ontdekken wel dat je naar bed of de optometrist moet als de letters letterlijk en figuurlijk voor je ogen dansen. Ik houd mijn woord, ik houd mensen aan hun woord, ik sta mensen te woord, ik voer het woord, breng van alles onder woorden, zoek zelden naar een woord, help mensen uit hun woorden te komen, ik pas op mijn woorden, kan mijn woordje doen, slik zelfs soms een woordje in als anderen mijn woorden op een goudschaal wegen. Ik heb een enkele keer woorden en ben blij als mensen in de praktijk ook woorden hebben.

Sommige mensen leer ik van de daken schreeuwen en hoe ze hun eigen geluid kunnen laten horen met opgeheven hoofd uit de grond van hun hart. Daar maak ik een halszaak van en dat heet larynxmanipulatie. Bij mensen die het hart hoog dragen, gaat dat niet altijd van harte, dat moet me van het hart.

Een goed ongevraagd advies tussendoor: als je keel schuurt, mag je even smeren!

In de praktijk werk ik ook met lange tanden, met lange gezichten, scheve gezichten en zie wat er op gezichten te lezen staat.

Daarnaast krijg ik mensen voor mijn kiezen die wat achter hun kiezen hebben en diezelfde kiezen stijf op elkaar houden. Wat niet door de beugel kan wordt nader bekeken, zeker als die mond vol tanden staat, schots en scheef. Je hebt als logopedist niet alles voor het kiezen… Ik moet wel af en toe iets wegslikken daarbij…

Ik zet mensen te kijk om kijk op zichzelf te krijgen. Dat levert regelmatig een kikker in de keel op… Gelukkig vind ik het meestal kinderspel om als klankbord te fungeren.

Over het leggen van de klemtoon verkoop ik geen kletskoek. Integendeel: mijn uitleg klinkt als een klok. Ik versta mijn vak en het is een uitdaging als mensen geen woord uit hun keel kunnen krijgen. Ik vind het heel knap als jullie hier een woord tussen kunnen krijgen!

Het is andere koek als ik over koetjes en kalfjes laat praten. Of als ik het woord vlees zie worden!!!

Ik ontdekte dat er zoveel hoofden en evenzoveel zinnen zijn.

Bij dubbele afspraken probeerde ik nog weleens mijn gezicht te redden… maar ga al lang gewoon diep door het stof wat natuurlijk geen gezicht is! Daarna kan ik mijn ware gezicht weer tonen want ik heb het nooit echt verloren.

Sommige baby’tjes blijken gespeend te zijn van een makkelijke start… op het moment dat de voeding erin gaat als Gods woord in een ouderling ben ik in mijn nopjes! Een mooie uitdrukking in Gouda, rijk gezegend met diverse geloven….

Ik heb ook geleerd dat wie niet horen wil maar moet voelen ook als je Oost-Indisch doof bent. Prompt raken kinderen aan de praat en kletsen dan soms de oren van je hoofd wat als muziek in de oren klinkt, dat dan weer wel.

Je moet zeker aanvoelen of ze een dikke huid hebben… en dat je ze niet teveel op hun huid zit. Dat kan in het verkeerde keelgat schieten wat ik als logopedist juist wil voorkomen! Maar ik ben zo blij als zij een lang verhaal kort kunnen maken! Ze komen binnen zonder boe of bah en hebben woorden als ze weggaan! Dan krijgen ze het zeker voor het zeggen! Zegge en schrijve kunnen mensen zo hun zegje doen en zeggen waar het op staat. Want wie zwijgt, stem niet altijd toe.

Wat ik nu vertel levert geen brok in de keel op… ook al praat ik als Brugman. Ik ben zeker goed gebekt en toen ik hier voor ging zitten kreeg ik de geest. Ik heb wél makkelijk praten!

Er zijn verhalen geweest, die me naar de keel grepen maar het werk komt me nog steeds mijn keel niet uit. Werken als logopedist is nooit koekoek één zang, zeker niet als mensen zo vals als een kraai zingen.

Dit was waarschijnlijk een bekend verhaal voor jullie, het luisterend oor spelen komt langzamerhand vast jullie strot uit en het wordt tijd dat jullie op verhaal komen.

Ik brei er een eind aan, de eindjes heb ik al aan elkaar geknoopt en het wordt tijd dat mijn netwerk de inwendige mens mag verzorgen anders hebben jullie al gegeten en gedronken voordat Arthur en Marjan hun kunsten gaan vertonen. Bedankt dat ik het laatste woord mag hebben. Ik heb mijn zegje gedaan. Smakelijk eten.